Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen
Synoniemen (Frans) (Zie ook Nederlands - Duits - Engels - Spaans))



Synoniemen met een `A`

Pagina 1 van 64 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Volgende
Synoniemen beginnend met een A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WoordSynoniem
à
avec (overig)
chez (overig)
dans (overig)
en (overig)
par (overig)
pour (overig)
vers (overig)
à quel point
comme (overig)
à-propos
convenance (overig)
pertinence (overig)
abaissant
avilissant (bijv. naamw.)
dégradant (bijv. naamw.)
déshonorant (bijv. naamw.)
dévaluant (bijv. naamw.)
humiliant (bijv. naamw.)
abaissante
abaissant (see)
abaissantes
abaissant (see)
abaissants
abaissant (see)
abaissement
abjection (overig)
abrutissement (overig)
affaiblissement (overig)
amoindrissement (overig)
avilissement (overig)
baisse (overig)
chute (overig)
corruption (overig)
descente (overig)
diminution (overig)
décadence (overig)
déchéance (overig)
dégradation (overig)
déliquescence (overig)
dévalorisation (overig)
dévaluation (overig)
honte (overig)
humiliation (overig)
ignominie (overig)
indignité (overig)
infamie (overig)
lâcheté (overig)
mesquinerie (overig)
misère (overig)
petitesse (overig)
rapetissement (overig)
rétrogradation (overig)
traîtrise (overig)
vilenie (overig)
abaissements
abaissement (see)
abaisser
affaiblir (werkwoord)
amoindrir (werkwoord)
avilir (werkwoord)
baisser (werkwoord)
chuter (werkwoord)
condescendre (werkwoord)
descendre (werkwoord)
diminuer (werkwoord)
déchoir (werkwoord)
dégrader (werkwoord)
déprécier (werkwoord)
détrôner (werkwoord)
dévaloriser (werkwoord)
dévaluer (werkwoord)
humilier (werkwoord)
rabaisser (werkwoord)
rabattre (werkwoord)
rapetisser (werkwoord)
ravaler (werkwoord)
rétrograder (werkwoord)
tomber (werkwoord)
abandon
abdication (overig)
abjuration (overig)
apostasie (overig)
capitulation (overig)
cession (overig)
concession (overig)
confiance (overig)
démission (overig)
désertion (overig)
désistement (overig)
détente (overig)
friche (overig)
fuite (overig)
inertie (overig)
laisser-aller (overig)
nonchalance (overig)
rejet (overig)
reniement (overig)
renoncement (overig)
renonciation (overig)
résignation (overig)
rétractation (overig)
rétrocession (overig)
veulerie (overig)
abandonner
abdiquer (werkwoord)
abjurer (werkwoord)
absenter (werkwoord)
changer (werkwoord)
céder (werkwoord)
dessaisir (werkwoord)
divorcer (werkwoord)
donner (werkwoord)
déguerpir (werkwoord)
délaisser (werkwoord)
déloger (werkwoord)
déménager (werkwoord)
déposer (werkwoord)
dépouiller (werkwoord)
déserter (werkwoord)
désister (werkwoord)
fuir (werkwoord)
laisser (werkwoord)
lâcher (werkwoord)
partir (werkwoord)
perdre (werkwoord)
poser (werkwoord)
quitter (werkwoord)
renier (werkwoord)
renoncer (werkwoord)
rompre (werkwoord)
répudier (werkwoord)
résigner (werkwoord)
résilier (werkwoord)
rétracter (werkwoord)
sacrifier (werkwoord)
séparer (werkwoord)
émigrer (werkwoord)
évacuer (werkwoord)
abandons
abandon (see)
abaque
boulier (overig)
compteur (overig)
tailloir (overig)
abaques
abaque (see)
abas
aba (see)
abasourdir
abrutir (werkwoord)
abêtir (werkwoord)
accabler (werkwoord)
ahurir (werkwoord)
assommer (werkwoord)
assourdir (werkwoord)
consterner (werkwoord)
hébéter (werkwoord)
stupéfier (werkwoord)
ébahir (werkwoord)
étonner (werkwoord)
étourdir (werkwoord)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Volgende


Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald