denderleeuws

Dialecten > Oost-Vlaanderen > denderleeuws

denderleeuws bevat 56 gezegden, 521 woorden en 3 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

56 gezegden

'k ben de pist in !ik ben al weg !
'k ben doamee niks vernoadertdat zet geen zoden aan de dijk
'n skeet in 'n fleseen flop
't is doa weer herrewerrehet zit er daar bovenarms op
't is dou herrewerreer is daar ruzie
a kloe'tn ouètangeniets beu zijn
a oëigen afprossenzich uit de naad werken
altèt aa ant owetstekenaltijd je hand uitsteken
aske den bocht om gotj aske annendroé paktals je de bocht om gaat
asverleje jourdan vorig jaar
bè de roet werkenbij de spoorwegen werken
d'er leit moor in tkesjkenhij heeft in zijn broek gedaan
da teltjgoed zo
da vègt niks oëtdat helpt niet
dè mier is ingesketendie muur is ingevallen
de polkes zen al geslegen woar dasse moete kommenvan een tienermeisje met beginnende borstontwikkeling zegt men
die'n ait nogal toepeedie heeft nogal lef
è ait nen broekhoesthij laat een scheet
è is 't fas afhij heeft zijn hals gebroken
è is nogal grosj doameehij is daarmee nogal opgezet
è is op zen kezze gevallenhij is op zijn neus gevallen
è is skippeshij is al weg
è is weer de lèsten gellek as breddeniemand die steeds te laat komt
è is zoe vètj as ne roëgel (reiger) op zen schee'nhij is zeer mager
een sprieje, een reileeen mager vrouwmens
en noewet mè drowe nèvest ien rouènen nooit met zijn drieën naast elkaar fietsen
ge meegt gerest zoinzeker en vast
iemand nen deif, doef, toek, djoef geveniemand een duw geven
ik kan zingen gelek e pjied mo kan zoe noag nie loeëpenik kan zingen zoals een paard maar kan niet zo hard lopen
ik tirf er me nie on aavenik was er niet zeker van
kiejert desp alier om ist daan kom paksekeer de hesp langs hier om, is het de uwe, kom en pak ze
klein mébelkes moakende inboedel stuk slaan
korrozzje emmenmoed hebben
kweeter de kloe'tn afik weet het niet, ik ken er niets van
lanks doa moeje ne goan der stout woater op de boanlangs daar moet je niet gaan er staat water op de baan
lossen deer de deer deerbuiten vliegen
maloenjegmoeilijk te been
medjauit de weg!
ne skeir doenEen lief opdoen
nog dikker dan den dikken van PoumelNog dikker dan den dikken van Pamel
oeresjans emmengeluk hebben
op marode goanop stap gaan
overgeten, overboeftteveel gegeten
past denne skoen a na?past die schoen u?
plek van ...in de plaats van ...
rond kesjenrond lopen
rond zjoevenin het rond rijden
skiëf gemoesjt zenslecht gezind zijn
stekt ons iër zijn oëgen nie oitleg het er niet vingerdik op
tis bra kaat't is bar koud
van ie tot touvan hier tot daar
we gon esj goa zienwe gaan stilaan weg
z' ait er ginne kais van getenzij heeft er geen verstand van
zeegdabewourdagod zegene u
zemmen em te stikkenhij is gevat
zoe dom as ' t pjeid van kristis en da was ne nezelzo dom als het paard van christus en dat was een ezel

521 woorden

'k ben doelleik ben platzak
'n frinketeen vork
'n goebbeeen zwaarlijvig persoon
'n kiek - oenjereen kip
'n lirredeugniet
'n meslontjenbruin brood
'n titjen zaat en pepersnuifje zout en peper
'n voeëkonijn (vrouwelijk)
'n voëst moukeneen vuist maken
'n zwozzezwaarlijvige, papperige vrouw
't es nor de kloëtenhet is om zeep
't goverremintde N.M.B.S.
't is doa kweddel(ing)er is daar ruzie
't is niks da deegtdaar komt niets goeds van
't rolleken afMoreelstraat (naast de kerk)
't sierzure oprispingen
't speenaambeien

A

aaft a goedhou je goed
aaft a moal toe -aaft a bakkes toehou je mond dicht
aavde gowè a altèd oun de veloo regels?houd jij je altijd aan de fietsregels?
aavenhouden
afprossenafjakkeren
afroëizer-roëizeboun.glijbaan
afrolderrolluik
aftroesjelenaftroggelen
alf stjeitonafgewerkt
alierlangs hier
allewaailbrood
aloumgereedschap
ammelaukentafellaken
annekesnestwarboel
as verleeje joar.dan vorig jaar.
askenbakasbak
attoit, attnsaltijd
audig of oudigonpasselijk
aunaaverminnaar, minnares
aup, mettekoaap
azjent, sjampetteragent

B

baar, barengolf, golven (van water)
baddernvechten
bairaal (mest)
batendoetmaar nee gij
beefkoddekenkwikstaartje
beirpitaalput
bèjienskeirenbijeen rapen
bekan(st)bijna
ben van men liej' r gevallenben van mijn ladder gevallen
berrebed
berremiësterBurgemeester
berrevataalvat
berrevoesjblootvoets
bèrrewètkruiwagen
bestborst, tet, mem
betroapelekbesmettelijk
bezzeteelballen
bezzekesbof
bichtrommel
biefstik fritsteak friet
biekenbij (dier)
bieroitzetterbierhandelaar
bieza boëizeschommel
bijestbeest
biza bijezeschommel
bizzelinkkoffiegruis
blaatblauw
blaffetiervensterluik
blomkijelenbloemkolen
blommekeebloementuil
blommekeeruiker bloemen
blommenbloemen
boefengulzig eten
boeferslokop
boëgankvoetpad
boigank - trottoirvoetpad
bontjen, kesjskenbaantje
boy, facteurpostbode
braverbrouwer
bre-kèaansteker
breddendikke buik
briggebrug
broebel, broebelèrdomkop
broebelenborrelen (van water, ...)
broëzelingkruimels
brozzelenklungelen

D

da dis blaatdat is blauw
dagge tenzoals je zelf wiL...
das ne woadat is niet waar
de bezzekesde bof
de boarende vraadraaiwind
de donzjenDaebsisten
de montj mejeitde maand maart
de seskeskinderziekte
de toafelde tafel
de voat, den denjerde dender
de volleerolluik
de zepriool
dee de deer goundoor de deur gaan
deegtdeugd
deggerentrappelen
den bijenaverde slager
denjerlië - liëdenderleeuw
depsde hesp
desjteronzin
desjterendwarsliggen
desjternrond de pot draaien
desjterndwars liggen
dijvenduwen
dikkesdikwijls
doe te deer toedoe de deur dicht
doebberensukkelen
doenekkemeedoe eens mee
doëvesjapperduivenmelker
driejegdroog
droëloeësduizelig

E

e eit de kessenshij heeft koorts
é leit in zen nest, é leit in zen berrehij ligt in zin bed

E

e paksken botereen bakje boter
e plat kindjbaby (een)
e serpenjteen slechte vrouw
e stik touteen stuk taart
een bees gevenzoenen
een drijege sossisdroge worst
een goelleeen domme vrouw
een half pond250 gram
een kimmeeen kom
een koesjeen kinderwagen
een miereen muur
een norkeneen haartje
een prottebeeseen vlugge zoen
een rooteen rij
een skaireen schaar
een skeet azoëineen beetje azijn, olie ...bijgieten
een taloeëreen bord
een vwatierauto, luxe-auto
een zjat kaffeeen tas koffie
ejè?heb je?
ejer...?heb je er...?
emmenhebben
en erm skoapeen arm schaap
en penne oëtskeireneen pan uitlepelen
en tijnen dan
erbitterscheidsrechter
es ter iet op televies vandoagis er wat op tv vandaag
espresexpres

F

fikfakkelderoëprullaria
flaaflauw
flees, sebiet, sivveststraks
flewaienkussensloop
floitjesbiertafelbier
freifietsrem
freinremmen (ww)
freisremmen (mv)

G

gaitiggretig
gebbelenovergeven
gebisjteschadelijke insecten
gedesjterlarie, prietpraat
gedesjter, desjteroëkladpotterij
geef mè dè sjosjjegeef mij die deken
gekaptgehakt
geliejerdgeleerd
geliejrdgeleerd
gelitterdgeleerd
gerre (ken) spleet (je)
gesgras
geskantberm
glouze beesknikker
goa zjet oit de ket gevlochtenje ziet er goed en mooi uit
goegoed
goe per velo roijengoed fietsen
goej botermelkerij boter
goi zetj oit de ketj gevlochtenje ziet er piekfijn uit
goil'njullie
gommen voesjgaan we verder
gosselenmorsen
goutj flees aldoarga straks langs daar
griengroen
grien kijelngroene kool
grosjfier
grouèsgrijs

H

herrewerreslaande ruzie

I

ie nevesthier naast
ie no regs - ie no linkshier naar rechts - hier naar links
ieemeremmer
ieje ne kiejeeenmaal
iejekenissenlies / liesstreek
iet prieveniets proeven
ik moen pissen - ik moen zjiekenik moet plassen
inkelkleingeld
is da van a?is het de jouwe

J

janewourejanuari
jatkopje
jeiraarde (grond)
jerbeez'naardbeien
jetbeezenaardbeien

K

kabastas (handtas)
kabernaiëvarkensrib (betje)
kadremintomlijsting
kaiskaas
kaiskopkaaskop
kakkelatjenverwend kind
kaloesjen aatzoethout
kamielekensportvliegtuigje Piper Cub
kammantgebrekkig
kampernoeljnpaddenstoel, champignons
keirekespitjes
keirre (ken) pit (je)
kem destik heb dorst
kem ziejeik heb pijn
kepperduif (mannelijk)
kerremellekaramel (snoep)
kezzeneus
kgo me kot opkoschkenik ga mijn huis opkuisen
kgo me waskenik ga me wassen
kgo nor oësik ga naar huis
kiejerkeer
kinjerozjekinderstreken
kinjerozjezich als een kind gedragen
kirfkorf
kisangkeirekersenpit
kizzangkeirenkersenpitten
kjeiskaars
kjeiserietkaarsvet
klampvochtig
kleizjièrekenzwakkeling
kletjen plekkerskladje stickers
kletsjenvechten
kloefenklompen
kloefkapperonhandig persoon
kloetenklompen
knoesel'nenkels
koeikoe
kollijm
kommeerbabbelzieke vrouw
kool schippen - poeetenhanden
kopkissenhoofdkussen van het bed
kornisdakgoot
korrozjemoed
korrozje emmenmoed hebben
krawietelnonrustig liggen
krawozzjelèrgrauwe appelsoort
kré-ézemosterdpotcurieuzeneus
kreftenzaniken
kreften, memmenzagen (fig)
kriskenkruisteken
kwakerpaphavermoutpap
kweddelproblemen
kwinjtnuk

L

labbekak, metteko, scheldwoorden
leendeurhengsel
lemmen, schaap
leplip
leppenlippen
lesterlijster
linjekesmaanlijnrechter (voetbal)
loatlaat
loekenbairboeman (kinderen)

M

maafmouw
malonjeggebrekkelijk
mansveloherenfiets
maskenmeisje
maskesvelodamesfiets
maskien, meskienmisschien
materoverrijp
matottenaardbeiensoort
mauger spittenmagere benen
me voër - menne petjmijn vader
me woaf men vraamijn vrouw
mejeirlomerel
mejeisweide
mejeitmaart
merbollenknikkers
merfmurw
merg, merfgaar
mergen (in tegenstelling tot het Aalsterse 'meirn') morgen (tot)
merrezjiekslecht bier
mesjmortel
metmarkt
mettekesknienx-benen
meziekmuziek
miegmoe
miermuur
miljaardedju -verdommeverdorie
moenkenpreulen
moesjmuts
moëssteekwormstekelig
mojjer, meekenmoeder
moormodder
mottomotorfiets

N

n onzenmijn man
nanu
na ne miejenu niet meer
natierleknatuurlijk
ne kloefkappereen lomperik
ne ledjaafgedragen of oudmodisch kledingstuk
ne liëlekouteen lelijke
ne mittendommerik
ne nezzelbij of wesp
ne pezewevereen muggenzifter
ne rieëpenleperd
ne simmenachterlijk persoon
ne skaileneen schele
ne stilloeen bic
ne voetbaaleen voetbal
neesneus
nekke (r) eens
nen besteleen borstel
nen blaaveneen blauwe
nen desjtereireen prutser
nen dosjeen duitser
nen dronkout--- ne zatlapeen dronkenman
nen toeterhoorntje (ijskreem)
nen toffe peegoede gast
nen tsjoek-tsjoekleurder met tapijten
nevestnaast
nieven, niefnieuw
nijetneen
nimmero, nimberonummer
nor de siskapot, onherstelbaar

O

oakeremmer
oebbelbobbel
oeëgenogen
oeëmelinkogenblik
oeëroor
oeërrinkoorring
oëtskeffernuitglijden
oëtslabber'nuitlepelen
oitstekenuitsteken
olleblokkenhouten klompen
omgekiejert, 'tachtersteveer'nomgekeerd
ooëtskoètenuitschelden
op de brigge stoanop de brug staan
op de met est er veel volkop de markt zijn er veel mensen
op de plesjop het dorpsplein
op de stoiseaan het station
op ieen roëinop elkaar rijden
op noek van 't stroatop de hoek van de straat
op tstetop het stort
optrikkerschoenlepel
ostahaast je
ottoauto
ougounweggaan

P

pailderparelsnoer
pailderhalssieraad
pakseneem ze
papeloenjekendikkopje
pardebleesoort fanfaremuziek
pateekengebakje
paulinkaal, paling
peciesprecies
pellepetattenaardappelen in de schil
pelong gevenhaastig werken
pepelinkvlinder
pesjonkelenvolle aflaat verdienen (Allerheiligen)
petangnochtans
petataardappel
petattenaardappels
petoul, poul, peketpaal
pialoekensportvliegtuig Piper Cub
piejeken, petjenpetrus
pieltjer'npulken
piksossissalami
pinnekesdroadprikkeldraad
pjeidpaard
plesjkerremisdorpskermis
polkenpaaltje
pollekeskinderhandjes
postier (ken) beeld (je)
potjekaatijskreem
pottekarreepotten en pannen
pranillepraline
preekadiejelmeikever
prékadeeljmeikever
priesstopcontact
protsaaseen flop
prottemiekeneen lief meisje
prozzelenpruttelen (van water b.v.)

R

radjoradio
rezzekeseventjes
rieëpleep
rieze, ambrasruzie
rittebezze, nougabolnniks
rittepetiethelemaal niks
roe-etrood
roèrkonijn (mannelijk)
roizeboanglijbaan

S

saassaus
schrieven - bleiten - oalenwenen
sjaloenjekes, pepkeslookpijpjes
sjaloesjaloers
sjepapkenventieltje (fiets)
skaabang
skaaraar
skaaschouw
skabalekafgrijselijk
skabalekafschuwelijk
skairlinks, skairelinksrakelings
skammoterengoochelen
skeeldeksel
skeirenvastpakken
skerftigvulgair
skierschuur
skilferkeshaarpelletjes
skofferdoëinenschaatsen
skofferdoènenschaatsen
skramoeljesteenkool
skramoeljeas (van kolen)
sloeërarme vrouw
sloupenslapen
smaatkopvetkuif
smerges, smeirens's morgens
smergesvrig's morgensvroeg
smoel, bakkesmond
smoelpapgriesmeelpap
smoerenroken
smokkelensnoepen
smokkelinksnoep
snolgrote bloedworst
Soeë, SissenFrançois
sossisworst
souves's avonds
sozzjedeken
spaven, overgeven
spelkoeër'nmeidoornbessen
spenozjespinazie
spillebieënenmagere benen
spriejespreeuw
staaterikstoute jongen
stamineecafé
stampesvolvolzet
steksken krésjerlucifer
stjeitstaart
stjeit, koddestaart
stoeferopschepper
stoeferkenpochetje
stoofkachel
stroutstraat

T

taur emmenongelijk hebben
tberrehet bed
teirvendurven
televiestv
tentrejotjodiumtinctuur
teppenonnozelaar
teppen, teppendodomkop
teppen, troetendomme mens
tes goetdat is goed
tetten - loezen - memmenborsten
tges af doengras afmaaien
tgou veeral verkiejert bèt afslounhet gaat vooral mis bij het afslaan.
thosjken of t gemakhet wc
tiesjkentikkeltje
tis attet tzelfde me ahet is altijd hetzelfde met jou
tjoepelknobbel, uitsteeksel...
toettoch wel
toet !wel ja !
toetoettoch wel !
tongeren, belzjentongeren, belgie
tootmond
trittrut
troefelgrote schop
troetendwazerik
troeten, wizjenonnozelaar
trottenetautoped
tseldehetzelfde

V

van arrezjeopgewondenheid
vederomalinsjnog eens
vedromalischweer een keer
veistervenster
vèlofiets
vèlobounfietspad
veneiropnieuw
vergezzel'nrillen
verken, viggenvarken
verknoezelnmislukken
vermangelnruilen
verraurtsoort eczeem
vesjelinkskesuitgerafeld, afval...
vezzjelingen / tensjelingenrafelingen
vierwerkvuurwerk
vinkmoëglimworm
viskesvisjes
vliegewauteroverhaastig iemand
voetbalploëinvoetbal veld
voijogereis
voijosjereis
voile stinkoutvuile stinkaard
voiloutvuilaard
vollekengreppeltje
vosros
vossekoprossekop
vraavrouw
vrigvroeg

W

wa dier est astablieftwelk uur is het alstublieft
wa dije nog liggen in de frigowat heb je nog liggen in de frigo
wettelkes me jeitenwortels en erwten
wieawouwielewaal
wiejeken tingelzwakkeling
woa zeije geweestwaar ben je geweest
woilenwij

X

x stongsx frank euro's

Z

z aaft oun / hè aaft ounze / hij houdt aan
zaat (modewoord onder jongeren) saai, niet leuk
zat, merf, zwet, skeildronken
zenenzenuwen
zetj de radio nekker opzet de radio eens aan
ziejeveronzin
ziekenzoeken
ziëkstikbeerkar
ziëver, ziëverderoënonsens
zijn mokkezijn lief
zilling ziëpSunlight zeep
zjaneiveljenever
zjatkopje
zjattas (kopje)
zjiëkenpissen
zoapen - goelpendrinken
zoil'nzij (mv)
zougenzagen
zwenzjelnwaggelen
zwètzwart
zwette pensjenbloedworst
zwietenzweten

3 opmerkingen

  1. Een andere uitdrukking gaat verder terug in de tijd. In de jaren na WO I verkocht Tist Lange Jaan vis in Denderleeuw. Zijn waren lagen uitgestald op een handkar. In die tijd kon je nog beter ruiken waar er vis werd verkocht omdat het in die tijd niet evident was om vis lang vers te houden. Tist Lange Jaan verkocht zijn vis op de markt, de `plesj` dus en dit wanneer er een grote volkstoeloop was zoals de marktdag op maandag. Op een zekere dag kon pastoor L. De Vos het niet meer aan en zei tegen hem : `Tist, uwe vis stinkt!` waarop Tist prompt zou geantwoord hebben : `Menieër de paster elk stinkt nor tzoëin, ik nor menne vis en goè nor anne woëin.` Tist had de gewoonte van alles in rijm te zeggen ... Een andere uitspraak die hij zou gedaan hebben was, als hij op zijn sterfbed lag en de pastoor hem van de Laatste Sacramenten kwam bedienen : `Menieër de paster, iek lig hier in mijn slippen, mee de doeëd op mijn lippen.` Nog een andere uitspraak die ik horen vertellen heb was ongeveer zijn levensmotto : Help uzelf, zo helpt u God, want anders is van 't den hond zijn prot.
  2. Een echt Denderleeuws gezegde `Mispakt zei Petje Kabas` is alleen nog gekend bij de oudere Denderleeuwenaren. Petjen Kabas was een volksfiguur die met zijn vrouw en ongehuwde schoonzus samenleefde op een kleine hofstede meer dan 150 jaar geleden. Omdat zij het niet breed hadden deelden zij ook hetzelfde slaapkamertje en dezelfde `berrenbak`, kwestie van mekaar warm te houden. Petjen, die overigens geen vlieg kwaad zou doen, zag daar geen probleem in, maar sliep wel in het midden van het bed. Toen echter bleek dat de schoonzus zwanger was, moest de pastoor er het fijne van weten en trok naar de hofstede. `Awel Petje jong, wat emmekik hoe-ert? ` vroeg de pastoor. `Ja meniër de paster, ik em mè mispakt` zei Petje. Sindsdien is deze uitspraak van Petje een gevleugelde uitdrukking geworden. Toen er later nog kinderen volgden, zeiden de mensen `Petje zal em nog ne kieje mispakt emmen`.
  3. denderleeuws is een zeer 'plat' dialect. Het wordt vooral gesproken in denderleeuw. ik weet nog een hele tijd geleden was ik in het cafe hier op het dorpsplein er was toen een man aanwezig die van de kust afkomstig was en hij was zo onder de indruk van ons dialect en wilde graag wat woorden aanleren. Wij zijn ondertussen 7 jaar later wat is het verhaal nu, deze man is naar denderleeuw komen wonen en is een eigen zaak begonnen. Je ziet maar mensen die afzakken naar denderleeuw willen hier voor altijd blijven wonen omdat ze onze dialect zo mooi vinden. geschreven deer ienen van lie