Wommersoms dialect

Dialecten > Vlaams-Brabant > Wommersoms
Het dialectenwoordenboek Wommersoms bevat 31 gezegden, 182 woorden en 3 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

31 gezegden

arm schaap (vaak in context van schelden en vernedering) arrem schoop!
bedrog plegen, oneerlijk spel spelenowwerzak doewn
boodschappen doenkemisses doewn
boos zijnkowwet zen
dat is veel te duurda kajn menne witte ni trekke
dat kan jij je niet veroorlovenda koejnde gèè oech ni parremetijre
de buurvrouwdèè van ie nejeve
de grote schoonmaakde groewete kowsh
een erg onaangename, onsympatieke vrouween stinkende tijf
geen enkele (niets) ginnen hiejele of ginnen halleve
gereedschap van slechte kwaliteitkammelot
het is erg onwaarschijnlijkas dowwe nen aal aat oer gat komt
hij is een waardeloos persoonhéj' es gin vèèf frang we-jat
hij is straatarmhéj' ij ginne nagel voer zé gat te krabbe
ik ben buiten ademig zen aat mennen owwesem
ik ben ziekig zen zoewe ziek as nen hond
ik ben ziek - ik ben niets waardig zen gin chic we-jat
ik vertrekig zen voetch
je bent flauw!ge zet nen èèle mins
Je bent geweldig!Ge zet nen as!
je bent mijn grootste vijandge zet de nagel van men doewedskist
je bent van me verlostge zèt van mig af
je durft niet!ge daat ni!
Je gaat er ver mee komenGe zolt’er dikke stronte van schijte
jij eet te traag, je bent een slechte eterGèè zet nowgal ne kiejeverejer
jij gaat iets meemakenge gojt ne post pakke
moe zijnpoemp af zen
pak maar in en vertrekpakt oer begagge mar
schuif op! ga opzij!Gojt zoewenes!
voor niets - er niets voor over hebbenvoer gin hesp
wat een aanstellerij - wat een pantomimewa'n kemijde!

182 woorden

A

AanmaakhoutFinkelhaat
aardappelpetat
aardigrowwel
ademowwesem
afbeeldingbilleke
afvoerputdaajker
anjergenoffel
anjergenoefel
appelflapbroektas
appelflaptattepoem
autopet - steptrottenet

B

badpakmajoh
bakkerbekker
bareelgril
beercontainerzèèkton
behangentappeseire
belangrijkstehet prinstepowwelste
bibliotheekboekerij
bigkurre
biggen (een zeug die bevalt) kurren
blaar (in de huid) blaan
bleek, mager persoonbliekschèèter
bliksemwejerlicht
bluffenstoefe
bochtdrowwe
bordtellujer
boterhambauw
briefjebletteke
broerbruuj

C

champignonkampernoel
chicoreibittere

D

das (kleding) plastroo
dikkopklebotskop
dinsdagdèèstag
doen alsofkemijde spijle
domme, flirterige vrouwblowwer
draaien (in bed) wazzelen
drempeldölleper
drempeldeulleper
drempeldeullepe
drinkbusbedong
duifdaaf
durvendaare
duwenstoewete

E

een kortere weg nemen (door veld) te griest
erggrellig
erggrauf
ergens tegenaan piesenstritsen

F

fietsvloh
flauwèèl
flauwekulèèle ziejever

G

garengowwere
geduldarmte
gekreuktverroempeld
gewoonlijkgemaanlijk
giechelengibberen
gitzwartpekzwat
graaggare
grasgrowwes

H

hakenchrushtijre
handschoenhaaws
harkgritsel
harkkrabber
hek (aan een weide) gowwergat
HemdHum
hengsthingst
hoestenbeuchele
huilengrijzen

J

jouwoer

K

Kalenderallemenak
keelstrout
kersenkasse
kinderkoetskoetch
klagenlammeteiren
klikkenlalle
knikkermaai
koekoei
koordkowwer
kopjedjat
kortere weg nemen (door veld) tegriest
kraangroei
kroonlijstkernish
kruiwagenkrawagel

L

lawaailewaat
lepellijper
leraar (lagere school) miejester
lichtgeraaktkrewallig
loopslujepig
luciferkratske

M

mandbaast
mandbaawst
maskermoembakkes
MeikeverPretekam
mierpismeroe
motomotseklet

N

nergensnieverans ni
nochtanspertang
nukkig menseurk

O

ogenkuiten
oorveegsmeer
oorveeglodder
overgavenspage
overgevengeubelen
overhemdhum

P

paardenbloempisbloem
pak slaag geveninkappe
papieren zakmowwel
perzikpas
pierpiejering
pistolet, broodjepistelij
pletrolwaell
poortpowwet
potloodkerjong
pratenklappe
preipauwr
pureestoemp

R

regenenrègele
remfraa
rochelgreuchel
roddelenlemmijre
roddeltantelemmijr
rozijnenbroodkrintebroewet

S

schaapschoop
SchaatsenSchrikschoen
schildervarrever
schommelzwik-zwak
schommelzwikzwak
schoon waterprouwpel wajter
sleutelsluiter
slippersslatsen
sneeuwsniejef
snormestash
spaken (van een fiets) blanen
spoorwegèèzerweg
spuwenspiksele
stationstauwese
StepTrottenet
stiekelaamelek
stoepbraa
struikstraaik, stroek
struikelenstrunkelen

T

T-shirtLefke
taartvlowwe
teelballenklitsen
tegeltjestichelkes
thuistoewres
trage eterkiejevrejer
treuzelentaffelen
tussendoorte griest

U

uijaan
uilaal
uitaat
uitglijdenaatritsen
uwoer

V

valsspelerowwerzak
vervelende hondbroewetzoeg
vetersnistels
viooltje (bloem) fletter (ke)
vlechtenkippelen
vlijtignugger
vlinderpiejpel
vorkverket

W

waar (plaats) moewe
waaromverwa
wablieftwa
warboelnest
washandjehenke
wei (grasveld) waa
wenenjenken
wenengrijzen
wespperewespel
winkeltaskalbas
wommersomwoemesoem

Z

zadelzowwel
zakdoektasnuisdoek
zeilbasj
zeugzoeg
zoethoutkaukelis
zoutleeuwliejef
zwaluwzwallever
zweetvoetenstinkpetijs
zwoerd (van spek) zwatch

3 opmerkingen

  1. In Wommersom spreekt men luid! ERG luid. Dat merkte ik door opmerkingen die ik kreeg van mijn vrouw als we nog eens op bezoek waren bij mijn ouders. Thuis spreek ik altijd luider.
  2. In het Noors komt een klank voor: de Å.
    Die komt ook in het Wommersoms voor. De uitspraak ervan zit tussen een O en een A, zoals in PÅ, het wommersoms voor vader.
  3. Wommersoms heeft een erg typische A-klank.
    Die komt voor in woorden als gaare (graag) en waa (de weide) . De klank zit ver in de keel en klinkt gewoonlijk luid.