Winterswijks dialect

Dialecten > Gelderland > Winterswijks
Het dialectenwoordenboek Winterswijks bevat 7 gezegden, 120 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

7 gezegden

als je je best doet wat zul je dan nog meeraste doeste waste kaste wa saste dan nog mehr
Beter maar een keer raak, dan alleen opschepperijBetter ene ko met 'n beste vlaai, dan 'n hele trop met 'n bult lawaai
Gezellig uitgaanVretten, zoep'n en op de proeme kroepen
Maak je niet druk.Doot moar röstig an: wi'j komt allemoal tegelieke an Ni'jjoar.
met jou wil ik wel een beschuitje etengoi met brommers kiek'n
onnadenkend iets doen of iets vergetengoan loop'n as ne henne van 't nus
wat heeft u?wat he'j

120 woorden

A

aanan
aardappelseerpels
altijdaltied
alvastmoanges

B

bangerikdrietebuul
beetjebetjen
bentbunt
Bent u ziek?Wat kiek ie be'dretten
bigpogge
binnenkort, bijnabolde
boerenkoolmoos
bosbesbikbêze
bramenstruikbrömmelstroeke
broekbokse
broodstoet'n
broodstoet, n
bruiloft (huwelijk) trouwmoal
bruiloft (jubileum) broedlachte
brutaalvreg
bunzingulk
burennoaber
burennoabers
BuurtNoaberschop
buurtbuurte

D

dagtjow
datda’j
dat maakt niks uitdat mek niks uut
de deur is dichtde deure is too
de deur is opende deure is los
dezedizze
dialectplat
domkopkoeze
dorpdarp

E

eekhoornkateker
eensens
ergensargens

G

gaatgee’t
gehadehad
geweldig/ enormonmundig
gierig persoonpieneköttel
gindsgunter
goedemorgenmoin
goedendagmoi
grasgrøs

H

hard werkenØzen
hebbenhe'j
heefthef

I

iets doen wat absoluut niet kanbuj now helemaol van de pot geruk

J

jiji’j

K

kapje (brood)makke
kinderenblagen
KoeKo
KoeienKone
KonijnKnien
krentenbroodkrentewegge
krijgenkri’j
kruiwagenschoefkoare

L

laatlaot
lagerlaeger
LieveheersbeestjeZönnekuuksken
lijkenliekt

M

maarmaor
mannenmansleu
meisjedeerntjen
mekaarmekare
mensenleu
merelgeetling
middagdutje doenmeddagen
miermiechampe
mijnmien
mogelijkmuggelijk
molgöre

N

nergensnargens

O

omumme
oorwormgaffeltange
oudersolleleu

P

paardrijdenknolhobbel’n
pakjepäkske
pietje preciespieneköttel
plaatsenpleatse
plezierschik
plezierplezeer
poependrieten
populierpeppel
pratenpraoten
precies persoonpieneköttel

R

Ravotten, StoeienStangeln
rietreet
ruimrieve
rustig aanhènig an

S

schapenschäöpe
schrijvenschrieven
stemstemme
stoelstool
suikersokker

T

ToiletHuusken

U

uitoet

V

vaatdoekwaskeldoke
VarkenPogge
verderwieter
Vlaamse GaaiMarkolder
voorveur
vrouwenvrouwleu

W

waarwaor
wat is de prijs?Wa kost mien dà?
wat wilt u?wat moi?
Wat wilt u? Ik heb u niet verstaanHuh?
wat zegt u?wat sei?
weggrinte
werkensappeln
werkenwark'n
wijwi'j
winterswijkswenters

Z

zeurennøl'n
zoekenzeuken
zoetzeute
zoetekauwzeutlippe
zoutsalt
zullenzölt
zuurzoer