Urkers dialect

Urkers wordt gesproken op Urk

Dialecten > Flevoland > Urkers
Het dialectenwoordenboek Urkers bevat 69 gezegden, 889 woorden en 13 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

69 gezegden

'k heb niets met je te maken'k ew angers niks mit je te skaften
aardig aftikkendan moet je wel skeuven, ei et flink eskuven
als een onbedoeld iemand zich...er binnen maar kounen die blér hieten
als een persoon zenuwachtig of angstig isMein, zein, of eur gat got eupen in dicht, (men, m'n, zen, z'n, er)
Als het werk tegen zitKlauwen en moren
als ik me dat bewust was geweesd.as ik m'n dat gewoar was ewest.
als je de midlifecrisis te boven bentas je over de kwoadampen ene binnen
als je vader en moeder...as je auwe luijen, as je voar in je moer et wisten
beiaardde (kark) klokken, carillon, op urk is ditter alteid mar eene, dus de klokke luid is et gezegde.
ben je gek gewordenbeiye gek eworren
beslist nietno way, gien dinken an, over in eut
Bij iemand onder de rok kijkenje kunen Kaampen zien leggen
dan is het hommelesdan is de boot an, dan is leijen in last
dat wordt niksdan bin je moi kloar, dan beiye lekker
Dat zal je merkenDat zal je dan gewoar worren!
dat zijn aardige lui hooroh, dat binnen feine/fijne minsen, dat binnen wel oardige luijen, dor kuye wel mie worren. (woorden op -ijn zijn allemaal! leenwoorden en worden uitgesproken als in Piet heyn, fein -geen leenwoord- heeft andere klank en iets andere betekenis dan fijn)
De kerk moet boven de huizen staanDe karik moet boven de euzen stoon
de tafel dekkende tafel anzetten
Dronken zijnAs en stroaljager
Een beschuit met geraspte kaasEn kweewkien mit gerespelde kaeze
een blaaskaaken eupen mullum mit en giewgauw
Een blokje om doen met de autoen kuiertjen mit de auto
een garnaal heeft ook een hoofd (als een kind zijn zin doordrijft) en garre et ok en ooft
Een omweg makenOver Kaampen nor Keuzen goon
Een rondje rijden in de autoen kuiertjen mit de oto
een windje latenkak zegt ie
Een zittend gat kan een boel bedenkenen zittend gat kan en bult bedinken
elkaar naapenas de eene kou skit tilt de angere zen start op
ergens heel blij mee zijnzo bleide as blik
ga daar niet mee omau die luijen beuten de duur.
ga naar je bedgoon op je nest
Gelukkig nieuwjaarVuel eil in zegen in et neije joar, geluckig nei-joar
grote monddie et ok en bek as en hooischuur
had jij al een keer met hem een erfenis verdeeldaye allers mit em uriven/ofurfd
had jij, had je - heb jij, heb jead ye, aye - ew ye, eye (aye is dus vt van eye), wat adje dan nog? ew je ok nog? wat aye? wat eye nau wir edoon!
heb je al eens met hem van doen gehadeye alers en prikkien mit em opewarmd
heb jij/je het al gehoordew je et al oord (met nadruk) anders: eye et al oord
Heb/ had je al een ei gehadeye/aye al en ei ad.
hij zegt ook watdor prot Lub
Hoe kom je daar bij!Je zaklings auwe!
hou je mondau je snuut, waffel
ik ga naar bed'k zal op en bedde
ik wacht het af...Ik beyd men teyd (met hollanse ey's, ij en ei hebben in het urkers een 'ai' klank, vandaar Piet heyn en Magere heyn)
je benadeelt jezelfje voaren je aegen mast overboord
Je bent niet goed wijsJe olle verstaand
je raakt nog radeloos/gekje verdagen an de ráánd...
Je werkt je kapot, werkt hard zonder dat het luktje moren je (nog) dood; Noast moren (warken) bestot er ok nog moren (van de warmte), kuye et nog en bietjen eutauwen dan? nau et is angers wel moren or.
jij krijgt strafjie kreegen op je barst
laat je dat uit je hoofdlo'ye dat eut je oofd, lot je dat ...
malende zijnmoalen, et mullumt in m'n ooft, mit molentjes lopen, en slag van de mullum ad aewen
met de kous op de kopmit de koes op de kop wieromme koemen
met jou kom je nergensmit joe valt ok gien laand te bezeilen
och arme...ochij marij, en uur op de pot, in nog gien ei
op z'n falie.op z'n hier in doar, op z'n lichem
over opvretersopvreters worren er wel emaakt, maar niet ebeuren
Quitte staan; kiet staanLik an de dik
quo vadis?wor moet dat ene? wor goye opan dan? wor zal je nor tou?
straf krijgenop je ier in doar kregen
te klein voor het een en te groot voor het andertussen mal en vroed
tik op je vingeren lik vor je wezen
van een fijne richtingzo fein as popestroent
van nodeloos verloren geldik mog willen dat ik et in en zeijen (of beskeaten) doekien adde
Wanneer verwacht je de baby?wanaar kuen je leggen?
Wat een secreetet auwe vel, et secreet (alien van vrolluijen ezegd)
Wat is er aan de handWat is er loos
Wie zijn je oudersVan wie bin ye er eene dan
zeg ik niet...vor mij en weat, vor joe en vraag
zo trots als een pauwzo groos as en bessem
zou je niet beterje gooien je aegen rutjen in

889 woorden

(warm) etenkost
-alfalef (half), aleve (halve), ofkaleven, kalef, kalefies, kalefien, zaliven, zalif, alefien/ellefien (klein halfje), kellefien (klein kalfje), ellefien (elfje), alvieren, (halveren), angeralef, alers/alders.
-algalg, aligen, balg, galg, galigen (galgen, bretels), talg, walg, waligen, alligator.
-alkbaliken, valiken, alik (soort zeevogel), tjaliken, verkalikt, kaliken, stalking (eng.) De tussenklank is hier sterk aanwezig, daarom ook: balik, balikien, valik, tjalik, kalik. in het ev dus.
-almpsalm, psalemen/psalms, psalmpien, galm, galmt, galemen, galemiezen, gresalm, kalm an, kallum! (uitroep), kalmieren, kalemte, alm, talimen/truzelen, walm, walimen, inpalimen, palmbomen, zalm, zalimen, zalmslaatjen, zalmpien. neijerwes: zalms, palms, alms, walms, galms, kalms (geweze) .
-alp, arpscalepen, scalep, scalpel, scalpieren, skalebieter (oorwurm) harep, harepen, karper, karpers, snarepen, snarpend, snarpt (snerpt)
-arfkurf/karf, kareven/kuriven, kurfden/karfden, ekarfd/ekurfd (kerven), skarf, skareven, larf, lareven, parefum, warfum (Friesl) .
-argde tussenklank is hier zwak en schrijven we niet! argeren, barg (berg), bargen, darg, marg, targen, bargingswark, barger (berger), bargingsmaeskepeije, bargen/burigen, bargden/burgden, eburgd/ebargd, De vorm met bargen heeft de voorkeur, in opburigen/opbargen heeft juist opburigen de voorkeur. buriger (burger), burgemaester.
-arkopmarking, anmarking, ark, ariken, stark, anstariken, mark, mariken, kark, kariken, karikatuur, park, parking, wark, warking, wariken, variken, het eiland Marken.
-armerbarmelik, darm, darmen, karemis (samenstelling van kark en mis, wordt niet meer als zodanig herkent), karrewiel (samenstelling van karre en wiel), karmt, karmde, alarmen, marmeren, warm, wareme, waremen, karemen (kermen), In de spreektaal wordt vaak een 'e' geplaatst tussen rm, rf, lg, lk, rg, rk, lf, lm. Het urkers heeft deze neiging sterker dan het nederlands. Vooral als de stam van het woord met -en of -er verlengd wordt zoals in de ww en in het mv hoor je de tussenklank en schrijven we deze ook. In alle andere gevallen liever niet omdat er dan onnodige medeklinker-verdubbelingen ontstaan zoals warrum (warm) . In het engels is het zelfs in de spreektaal absoluut 'not done' om bijv millek te zeggen ipv milk.
-erf, erven - mölmsuriven, urf, Evenzo gespeld gulipen, sculipen, duriven, edurfd, vurive, vurf, vuriven, sluriven, slurp, sluripen, eslurpt, urfenis, slurf, durf, durp, duripen, durpien, slurpien, slurfien, turf, turiven, durfden, vurfden, slurpten, urfden, onturiven, sturf, sturiven, besturiven, wurf, verwuriven, murm, vermurimen, sturm, sturimen, besturmd, vurm, vurimen, wurm, wurimen, zwurm, zwurimen, sturmt, skeepswuriven, kuriken, luriken, snuriken, nurks, turks, turiken, urk, uriker. enige uitzondering: mullum, mullums, mullumpies, mullumen/maelen, maelums (mazelen), mullumer, maelder, mulder. ook skullups.
's zondags, 's zaterdagssuendes, saeterdas, op et suende-skoel, smoondes, dinnesdas, swoenesdas, donderdas, sfrijdags. of; op en moondag enz.

A

aai/aaien, haaiaai, oai / aaien, oaien, haai of hoai, aaiepoes : tegen de poes, als enige andere ww ook kraaien, laaien (van vuur) met 'aai' de overige als regel met -eijen, bijv: reijen (rijden) . et vuur lait op, ei aait de oend, zulie aaien et beest, aaye mij over men rughe? aye (had je) al? ei rijt er nau nortou, dor krait gien oon noar.
aal/palingael, aelen
aanan
aandeelandiel, andeel, aandiel, aandeel, wordt door mekaar gebruikt, de vormen met 'aan' zijn verbastert uit het nederlands (urker aan=an) en dus eigenlijk fout. Zo hebben we ook nog diel/deel en dieler/deeler en het engelse dealer. vurdieltjen, klein/groot vurdiel/vuurdeel, (u voor r=u, vgl u voor w=u in bijv ruw) . verdielen/verdeelen en verdielig/vordeelig! doen er je vurdiel mee!
aangewezenanewiezen
aankijkenankieken, an-ekeaken, an-ekiekt, Onregelmatige ww'n ondergaan vaak klankverandering. In dit geval wordt ie in de verleden tijd uitgerekt naar ea, zoals in het engelse sea, deal, team. keek = cake, eek, week e.d.
aanrechtaarregt
aansluitenansleuten, anesluten
aardappelarepels
aardbeiarebuije, arebuijen
achterafter, achter
achteraanafteran
ademenaedemen, aesemen, gean aesem kregen
afgeleverdof-eleverd
afslaanofsloon
afspraakofspraak
afstandsbedieningofstan'sbediening, knipper
aftikken (bij spel) jampeldekamp
alleenalien, aliendig, aliendes, alienig, ook hier geen dubbel l na a, andere voorbeelden: akoord, wanaar, apartement. Nederlands: akkoord, wanneer, appartement.
allemaalallemael, omdat het woord alle ook afzonderlijk bestaat schrijven we hier dubbel l. Samentrekking van de woorden al-te-maal dus 3 woorden. Eng.: all-to-gather. Het engels heeft ook dubbel l maar heeft andere spellingsregels.
allemaalallemoal, Drentse schrijfwijze
allemaalallegaer, Samentrekking van al-te-gader (in vergadering)
als dat, alsofasdat waer is, asdat-et is, asdat em lukt, as-of dat kan.
als ik, als wij, als onsas ik, azzek, azzek dat doen dan
als wijas wij, azzen wij, azzemen, as oens
altijdalteid, altoos, almaar duur
Amsterdamde stitie
andersangers, de angere kaant, angers-omme, wiet je nog angers?
armearme, areme, de persoonsnaam Harm of Harmen wordt vaak als (H) aremen uitgesproken.
armoedigaremetierig, andere afgeleiden: aremoede, aremoedig, arm mins, areme minsen.
autoauto, uitspraak otow
automaatautomaat, automaties
azijneek

B

babybalder
bakjebekkien
bakje koffiebekkien koffie
bandjebintjen
bankjebinkien
bazigbaezig
bedbedde
bedenkenbedinken
Beerenburg + Colaspeitjen, en lekker speitjen auwe
beestjesbiesies
beetjebietjen, ok artverstarkertjen, ok rooie bietjes eten, kuye nog wel eten?, nau kleine bietjes.
beginnenbeginnen, anstalten maken
beheersen (iets) wat kunen, onger de knie eiwen, laar wat dan kuye wat. ook; dat behaars ik wel.
beheersen (zich) au je in, au je natuur eronger, behaars je! (met h), eut en benauden aars = oarsgat
bekijken, bekekenbekieken, bekeaken, bekiekt
benbin
ben (zijn) ik bin, ye binnen, ei/zie/et is, wij/julie/zulie binnen. vt: ik was, ye wazzen, ei was, wij wazzen. vragend: beeye? isse? is-ie-der-al? wor wasse? wat wazzie? oe-wazzet? wazzen wij? wordt met iets nadruk gevraagd dan vinden deze samentrekkingen niet plaats bijv: was zie er nou al?
benenbienen
benieuwdbeneid, Et zalmen beneijen, Et zal mij beneijen. ij=ai, eij=aai. -eijen komt veel voor in ww'n : meijen, leijen, reijen, greijen, dreijen enz. -eije komt veel voor in woorden als visserije, budereije, meije (de maand), skrevereije, vuelwevereije e.d.
benieuwen / benijdenneis/nijd, beneijen, et beneid m'n, ik benijd je, beneid wezen, benijd worren, eindigt een woord op -eid dan is ei: ai. (behalve bij teid (e) wat vroeger tei-dinge/bericht was, met openlettergreep dus)
benieuwen / benijdenbeneijen
berenburger colaspaetjen.
berijden/bereidenreijen (op een paard), klaermaken (van de kost), bereijen, beredderen (alerlij etenswaer) . dingen of zaken vuurbereijen (vuurbereijingen plegen) . zie rijt paard, zie bereid vuur. voor verschil van ij en ei zie ook: lijden/leiden en benieuwen/benijden. Het urkers kent geen dt!!
beschuitkweewk
beschuitjekweewkien
betekenisbetaekenis
Bevrijdenbevreijen, ik bevrij, ye bevreijen, ei bevrijt.
bewust wordengewoar worren
bewust zijn, wezengewoar binnen, gewoar wezen
bezeerdbezaard
bezembessem
bezigbeazig
biertjepilsien
bijbije, insect, bijenkoneginne
bij bewustzijnbij kinnes
bijbelbibel, bybel
bijbelgedeeltebibelgedielte, ie voor l is meestal lang als in deal
bijdehandbijdehaand / wees /slim, bijdehandjen
bijlbeil, beel, biltjen
bijnabijna, bij lange nae niet (op geen stukken na)
bips/kont/billengat, reet, op m'n gat, reet.
biscuitkweewkien, koekien
blaadjebloatjen
blijbleide (as blik), ei op het eind van de lettergreep is ei als in eisijs: trei, vrei-de, bei-de, ei-den. ei in -eid klinkt als ai.
bloeibluui, let op: hier geen -uij. Het urkers kent een aantal tweeklanken met +j, i+j=ee/e zoals in kees/kezen, case, race/racen, sjees/sjezen, ree/ree-en, tray, okay, play, plee. ook in woorden als geo-, museum e.d. zit ee/e. a+j=ij, aa+j=eij. e+j=ey dit is de hollandse ij/ei klank en komt in het urkers maar weinig voor. ei+j=eye en is ook zeldzaam: bijv. in de vraag wat eye? ie+j alleen in krieye (kreeg je), zieye (zie je) o+j=oi hoi, cowboy. ae+j=oai alleen in toai, zoai e.d. oo+j=ooi, mooi, gooi, ik gooi, ye gooien, ei goit, zie goit, wij gooiden, egooid. u+j=ui, uil, duik, huig, kruik, alle leenwoorden uit het hollands. ui+j=uij in uijen, buijen/buitjen, eutduijen, luijen, zuijen/zuid. oe+j=oei, boei, loei, doei, uu+j=uui, bluuien, gruuien, de boom gruuit eut. Verder nog aai/oai in dierennamem, haai/hoai, kraai, (pape) goai, gaai, bij=beije, kaaiman, in baai/boai, eng. bay, leijen=leiden/lijden, aye is vt van eye, aaien, laaien en kraaien ww met aai. Dit zijn alle vormen, het aantal voorbeelden is natuurlijk nog groter. Leijen = Leiden (ZH) .
blokjesblukkies
blutrut
boerderijboe'dereije (hier valt opmerkelijk genoeg de r uit in plaats van d, maar boererije klinkt ook ehm...), kiengerboedereije ok: boerenbedreef
BoezelArrebuien
bonenboontjes
bonkjebunkien
boodschapjes, boodschappenbooskippies (et urkers wil graag de d verliezen)
boodschappen doenbooskippen doen
bootjebootjen
BorstPappe
borstenpiemels, borsten
boterhamplakke bol, plekkien brood
braden, ladenbakken (van vleis), et vleis doen, broaden/broon, ik broad/broon, et broad/brod, wij broaden/broon, wat broaye?/broye?, gebroaden of gebroon vleis: et gebroad/et gebroon, Oploon/oploaden, ik loon/lod, ye loon/loaden, lod-je/loye?, ei lod, wij loaden/loon, opgeloon (de) of opgeloaden: spul, loadege, loading, aparatuur, mobiel e.d. Vroeger alleen broon en oploon, nu ook broaden en loaden met d! Vormen als; ik broai of wij loaien zijn onnodig verwarrend, dus niet gebruiken! ook ei brot, ik lot (met t) hier liever niet gebruiken
brandnetelbraandekietel
breienbreijen,
breinaaldbrijpriem
brilbrille
broekzakdiezek
broertjebruurtjen
bromvliegbraem
broodbol
buikbuk, bukken, als ww: vuurover-bukken
buitenbeuten
buiten urkan de walle
burgermeesterburgemaester
bushokjebus-ukkien
buurtbuurt, burtjen

C

cadeaukadootjen kedoo, kedoos, kedootjen
cafecafeetjen
catechisatielare
chocoladechukkeloa
chocolademelkpoeiermellek, choko-drink, chocomel
condoomkeputjen

D

daardor, doar (oa voor meer nadruk)
daar in, er iner in, der in, dor in, doar in
daardoordor-dur, doar! duur!
daarnadornoa, doar noa
daaromdoromme, doar omme
daarvoordorvor, doar vuur
dagpauwvlinderskoelapper
damesbijeenkomstkrans
dan stoot je je neusdan stroop je op
datumdoatum
de beedede (vuur) beede, met lange ea klank
de beede / hedende (vuur) beede, ee voor d klinkt altijd lang: ea, deze horen we ook in wreede, leed, smeeden, wee, heeten, eeden, lid/leeden/leen, streed/estreen, (g) ebeeden en leedemaeten. ook vur-beide, ei voor d klinkt altijd als ee, deze horen we ook in eiden (heden), steiden, teiden en zeide (zie zijde, zie ook zea) . ee als ea nooit verkorten dus: streeden (vt van streijen), sleedes, zeaen.
de stoepde banen
den helderneije diep (NH)
denkendinken, dochten, edocht
deurduer, dueren, duertjen
dezedisse
dezelfde, een zelfdede-zelfde, en-zelfde, ja de zellefde!
die luidie luijen (soms ongunstige betekenis)
dijkdik, dikken, dikkien
dikkebram
doeiut beste
doelloos rondlopentwoaren
doendoen, dingen, edoon, ik doen, ye doen (en), ei dot, wij doen (en), ik ding, ye dingen, ei ding z'n ding, jului dingen jeluiers dingen, wij eiwen oens ding edoon!
domineedomenai
DommerdSoeduk
Doperwtjes en worteltjespunten in streepen
dorpdurp (meer accuraat: dörp)
dorpjedurpien
dorstdorst, ze dorst (durift) et niet te vragen
draaddroad, droatjen
draadjesvlees/rundvleeskoevlaes
dreundruun, ww druunen, druunden edruund
drijvendreiven, dreaven, edreaven
DronkenStroalbezupen
droogdroge
dropdrok, drukkies, drukkien
drugsrommel
drugstroep
drukkendrucken, druckten edruckt, alle woorden met deze klank erin worden op eendere wijze gespeld o.a. druckereije, drucker, buck, bucken, buckte, bucker, druckte, geluck/gelukkien, ruck, ruckte, truck, trucken, visserij-box, boxen, boxer, box-bal, sluck/slukkien, bukkien, rukkien, zucke/zucken
dutjeknippien
duwen, duwtje/drukjedrucken/doegen/en zet geven, zetjen/doegien
dweilfeil, dweil

E

eau de cologneonjeklonje
een gezang'n gezangetjen
een groot stuken bonk
een kusen poes
een paarpor, poar
een poren porre in je zeide
Een verkeringKalletjes
een vriend/ een vriendinmoat
eendaende, aenden, intjen.
ééne, tweee, drieeeene, twiee, driee, viere, veive, zesse, zuvene, achte, nigene, tiene, elleve, twoaleve, dartiene, viertiene, vijftiene, zestiene, zuventiene, achttiene, nigentiene, twientig, dartig, veertig, vijftig, sestig, zuventig, tachtig, nigentig, oenderd, duzend, veifoenerdduzend, miljoen, miljard.

E

eerlijkaarlik, aarlike
eet smakelijkeetse
ei, -heid, -eitklinkt als 'ai' in heide, weide, weiden, ei, eieren, beieren, beierd, ei (hij), en in de uitgang -eid (oardigeid), klinkt als nederlandse ei in de uitgang -eit (electriciteit) . 't IJ is het water voor Amsterdam. ww op -eijen hebben ij in de 3e persoon: ei rijt, zie snijt, et lijd, met -ijt/ijd, of: ei verneid, zie bereid, et leid met -eid. het urkers kent geen dt .woorden op ij hebben het mv op -en: rijen, kijen, lij, lijen dakje/leijen dekkien, de lijen laggen op et dak, deije/deijen, beijen en zeijen stof. ei in weid (wijd) : eutweijen (uitwijden of uitwaaien) over de weije weiden, en weije blik eawen of weidse blik. weydse (hollandisme met ey dus) . Het voorkomen van zokke woorden wordt hollanditus eneumd, ik wou dat ze dermee op de hei zatten. ik weid eut, ei wijt weg. zie ook lijden/leiden voor ij/ei verschil.
eigenaegen, aegelik, aegenaer, aegenoardigeid, aegenoardigeden
eindaende, aendelek, aendig, van einde in vare.
einder, kim, horizonaender of kimme of horizon.
elastiekillestiek, illestieken, illestikien, elasties
electrischelectries, electriciteit, stroom
elfdewanaar goye?; de elfde; wat? de ellefde! (tussenklank alien invoegen as et woord benaedruckt word) .
elfdewanaar goye de elfde wat de ellefde! (tussenklank alien invoegen as et woord benaedruckt word.
elfdeelfde
elk, elke, elksellek, elleke, elks
elkaarenkanger
ellendeellende, malleur
emmerimmer, pusse
enin
eng, engteskril, ok nauw, nauwte, ingte.
enkelanklauw
enkelinkel
enkel, enkeleinkeld bv: er is inkeld brood, inkele of inkelde keer
enkelsanklauwen
EnkhuizenKeuzen
er, erbijder, er / derbij, erbij
ergarg
eruitereut, erin, erop, eran, erof, er-van-of, eronger, erboven, ernoast, erduer-eine, erom-eine, erover-eine, erlangerst, erongerduer, ertugenan.
eten, vreteneten, atten, egeten, ei it, ei vrit.
eveneffen, effies, effetjes

F

familiepollemetoasie
familiepallementoasie
fopspeennune
fritsfrissien

G

gaangoon, gingen, egoon
gaanik goon, ye goon/gonen, ei got, wij goon/gonen, goye al?, dor got-ie
gaargoar
gaatgot
gaatjegoatjen
galerij (kerk) kraak
gansgaanze
garnaalgarre
garnalengarren
gastenverblijfhotel (internationaal herkenbaar vgl. auto)
geborenebeuren
gedaanedoon
gedeeltegedielte, ie kan lang of kort zijn, met of zonder nadruk, we spellen y voor l in wyl, zyl, kyl, enz.
geelgeel
geengeen, een =ean
gefeliciteerd (gefíliciteerd) gefelicitierd
gegevengeeven, gavven, egeeven, en gegeeven paard. (als het deelwoord bijvoeglijk wordt gebruikt heeft het wel g)
gehadaewen, adden, ad. et ad aewen (het gehad hebben)
gehaktballetjen gak
gehoorde-oort
gekbeeye nog en bietjen gek op mij
gekekenekeaken
gelukkiggeluckig
gelukkiggelokkig
gemaaktemaakt
gemeengemeen, een =ean
gen urkervreimden
genemuidenginnemuijen
genoegzat
gerasptegerespelde
geraspte kaasgerespelde kaeze
geslotenesluten
gespeeldespuelt
gesprokenesprueken
getrouwde vrouwmins
gevloektevloekt
gevondenevoenden
gevulde koekdikkertjen
geweestewest
gewone/normalegewoene, nermoale
gezegendezeged
gezichtgrinze
gezienezien
gisteravondgisteraved
goedemorgengemurigen
goedemorgengemurigen jelui
goedmakenofpoesen
goeiemorgen iedereenmurigen iedereene
grasgres
greetgriet
groeigruui
groenteboergruunteboer
Grootvaderbébe, baebe
gruisgruus
guldengolden

H

haanoon
haaroar
hajssjoef
halgang
halenoalen, binnenhalen van de netten
halloaja
hameramer
harkharik, hariken
hebew
heb je al een ei gehadew je al en ei ad
hebbenaewen
hebbeneawen
heeliel
HeimweeAnwinneg
heleiele, eele
helftelft
hendrikuitspraak; indrik, indricus
hengelpoerstok
hengelen poeren
HengelenPoeren
herfstsarries
herfstarefst, en in 't oud urikers sarries
hetet
het heeftet et
het liefstliest
Het moeilijk gehad hebbenwat ofemoord aewen
het tijet teije, ebbe in vloud
heten, toen heetten, de zo gehetenheten, toen heeten, de zo geheten. Ik heet piet, ik heete toen jan, de zo geheten jan pieters. alles met lange -eat klank (de h geeft aan dat -eet -eat moet zijn en wordt zelf eigenlijk niet uitgesproken) Oh ja, heate kip of heete kippe? spelling is gewoenweg een keer kiezen...
hielanklauw
hierier
hijei, ei =ai
hijie, wat ettie?
hoe denk jij er overoejoe
hoe gaat het met jouwoe is met leiven no da
hoe gaat het?oe got ut?
hoe laat?oe loat?
hoedoud, outjen, ik skrik m'n en oetjen
hoekkastjeoekevetjen
hoiallo
hondhoend
hondoend
hoofdoofd
hoofdkop
horlogeorlozie
hou hem in de gatenauw em op je dooiewagen
houdenauwen
HufterZakkewasser
huilenjanken
huilenkreten
huilenop de kwink
huiseus
huisjeussien
huneurluis
hun, die lui huneurluis, erluis, erluiers, eulies, Die luijen derluiers fiets waz esteulen. Die mensen hun fiets was gestolen.

I

iedereeniedereene een =ean
iemand van buiten urkvreimde
ijsblokjeeesklontjun
ijsblokjeeesklontjen
ijsklontjeeesklontjun
ikik
immersommers
in de familieVerdeffedierechien
inschenkeninskinken
intussentwest

J

ja en nee, neenjah, ja (in schrijftaal alleen ja) en ne (nih), nee (nii), de korte klank voor het normale taalgebruik, de lange voor een meer beslist ja of neen. Net als het woord ye (jie) of het ned. een (un) berust de spelling op afspraak en niet op regel. ne die aew ik niet ezien, ja gister nog wel.
jaarjoar
jaartjejoartjen, jortjen
jarenjoaren
jeje of ye: bijv. aye? eye?
je kunt niets vangé kunt er niks van
je verkeringkalletjen
jeukjuuk, minder serieus: jukege of de kriebels aewen.
jijye (uitspraak jie) vgl eng. you
jnje
jongemanbuije
jongenjongetjen
jongenjonge
jongetjejongetjun
Jongste oombupe
Jongste tantetutte
jonkiejunkien
joujoe
jouwjoen
jouw/ joujoen/ joe, joen boek, et is van joe
julliesjeluis

K

kaartkoart
kaaskèze, kaeze
kaaskaeze
kaaschipsgarretjes
kaasschaafkaezesneijer, eutspraak: snaaier
kabeljauwgulle
kaneelpiepkeniel
kapotkadoek
kapoteut z'n fasol
kapot zijnverdellegt
kartrekker
karweitjeakefietjen, klussien
kastkesse
kastjekessien
KatKatte
keelstrotte
kerkkark
kerkjekarikien
kerstkarst
kerstfeestkarstfeast
keukenkuuken
kierspleat
kijkkiek
kijkenkieken
kinkinne
kindkeint, en klaen kientjen, en keinsdeel
kinderenkiengeren, dat et je aegen kraet (gebroed) edoon!
kipkippe of inne
klaarkloar
klaarbereid
klap in je gezichtflair of flaer
kleinklaen
klein hoekjekemoffeloekien
kleinekleane
kleintjeklintjen
klepkleppe
kletsenmaeken
kletsen, zeurenmaeken
klokklokke
Klootzakklootzak oo als in Ohm, Bohr (duitse klank)
knikkeresseloar, paeter of knikker, en grote: bom
knoopknoffel
knopjeknuppien
koeienkounen
komenkoemen
konijnkniene
konijnkenien, kenienetjen
konijnenhokkenien-okke, kippe-okke, mierebult dus nooit n ingevoegd
kooiokke of kooi, deuf-okke, apekooi (het urkers kent geen mv's tussen n)
KoolraapKnolletjes
kopjeköppien
kopje en schotelkuppien in skotteltjen
kopje koffiebekkien
koppig zijneen ooft tonen
kousenkoesen
kozijnenkozein, kozeinen
kraankroon
kreeftenkrieften
kreeftjeskreafies
kruisbeskruuzebullum
kruisbeskreuzebullum, vgl mullum
kruisnettuutebel
kuilkule
kunnenkunen
kurkkurk, kurik, kurikien
kus, zoenpoes
kussenpoesen
kwaadkwoad, kwoaiegeid
KwijlenZeaveren
kwijtkweit

L

laatsteleste
LampLaamp
lampjelimpien
LangLange
langslangerst
lantarenpaallantarenpoal
latenloaten/lotten
leeftlift
leeftijdleifteid
leemleam
leeuwleew, leewen, ok liew, liewen, Liewarden (FR), eaw (eeuw), eawegeid.
lerenlaren
leukgaaf
liedjes/versjesVörssies, vurssien
liefkaka
lief meisjebaldertjen
lieveheersbeestkuukediefien
lieveheersbeestjekeukediefien
lijk, gelijklik (en dooie), lik (even oge), (ge) lik stoon, gelik eiwen
lijktlikt
lijmleam
lijnIn het urkers twee woorden: lijn (op de grond, op kaart) vgl eng. the Line (evenaar), lein (voor draad) bijv, waslein, vislein, staeldraed e.d.
lijstleast
likkenslikken
longenlongun
loods, bergruimteloos, skuur, box, garage
loopneussnotbriebel
luchtlocht
luisterleuster
luister eensor-dan
luisterenleusteren
luizeniepelepiepies
luizenleuzen

M

maanmoon
maandagmoondag
maanverbandweik-lappe
maat (waarde) moat, dor stot gien moat op (dus onbegrensd, ook overdrachtelijk van persoon of streven)
machtigmichtug, alemachteg, oe-michteg, oe-maggies
make upmake up
mamamoe
mandjemintjen
matenmoas
mededelingmeede-dieling, miedieling
meemeede, mee, vor eutspraak zien: zee, soms verkort (gebiedende wijs) : koem mie dan!, meede verantwoorden.
meermaar
meeuw / meeuwenmiew / miewen
meidmoaien
meisjemoatjen
meisje (onaardig ) minne moaien, secreitjen
mens/mevrouwmins
mensenminsen
merkmark
metmit
metmit, As riegel alteid mit, in nooit met of mut al et et vaak die klank wel. et is inkelt mit as et benaedruckt word. bv jan mit piet. Mar de lezer wiet dat wel, et is ok alteid et, in et is ok alteid et. lees dit nog maaris... zieye'et al?
mietjekwien
mijmij, ij=ai
mijnmein
mijnmein, men, m'n
mijn arm, armenm'n narm, m'n beije armen
misschienmeskien
moelove
moe zijnloove wezen
moedermimme
Moeders moederKuukenbessien
mogenmugen
mogenmaggen
mogen, mochten, gemogenmaggen/mugen, mochen, emugen, De mughen mochen dur de kamer vliegen!
mogen, mochten, gemogenmugen/maggen, mochen, emuegd. tt: ik mueg/mag, ye mugen/maggen, ei mag, muye dat/maye dat? vt: ik moch, ye mochen, ei moch. moye dat? = mocht je dat?
mondmoend
Mooi gedaankiekes on, kiekers an
MorgenMurigen
motormetor
mouwenmauwen
muizenmeuzen
musmoske

N

naaktvan de mimme
naarnoar, nor
naarnor, noar
naast elkaarnoast enkanger
NachtkastjeNachkessien
nachtvlinderkroalensketer
nadelennoadielen
natuurlijkvanzellef
navelknoopien
Nederlands (taal) op z'n vreims
neene (nih), nee (nii), zie ook ja
NeefNeive
neefjeneifien
neemniemen, nammen, eneumen
neknekke
nemenniemen
nergensnareges
neusneuze
nichtjenichien
niemandgieneene, een =ean, geen-eene!
niet urrekervreimde
NietsNiks
nieuwneid
nieuwenaaie
nieuwerwetseneijerwesse
nieuwsneis
noemtneumt
nog eensnog ers en keer
nunau

O

ochhedenoe-eiden
ochtendochted
olieboleuliebol
omabessien
omabes
oma bessien
omaopoe/bessien
omabes of bessien
oma/opoebessien
omgevingomgeeving
omveromvare
omzien naartoalen, ei toalt er niet noar
onderonger
onderbroekongerbroek
ondertussenkwest, ongerwelen
onderzoekongerzoek
OninKollezeutjen
onlangs/laatstongerlest
onrustig rondlopentrinjetieren
onzeoenze
onzinKollezeutjen
oombubbe
oomnone
oomnoone
oorwurmskalebieter
opabaebe
opeensopeens, een =ean
opgegetenopegeten/ opegeaten
opmerkenopmariken
opnieuw anderswir/wier angers
opruienopruijen, stoken, ene opdreijen
opruimenopreumen
oudoomnone
overeenkomstverwaantskap
overeenkomstenovereenkomsten, een = ean
overgrootvaderkukebaebe

P

paalpoal, lantarenpoaltjen
paarpoar, por
paardenstalpaardestalle
palenschermpoalenskarm
palingoaltjen
paling vissenoal vangen
papava
papieren puntzakpeper-ussien
passantvorbeiganger
patroonskappeleurtjen
penpinne
persoonmins
pindaapenuut
pissebedbeddezijker
plantjeplintjen
plassenpissen woateren, openbaar urinoir: pis-ukkien
poedersuikerpoeiersukker
poepdrek
poepenkakken
politiepolisie
ponyje toppe
portemoneeknip
portomoneeknip
posskele
pratenauwe-oeren
pratenpraoten
precieskrek, juest, presies
precies/goedkrek
probeerprebier
prullenbakslikvat
prutsenmooren
prutsenklauwen
pubertijdpuberteid

R

raarroar
ramenrimpies
randjerintjen
ratrotte
rede (ratio) reide, reidelekeid, rídenaesie, rídeniren, Ei is zo bleide, ei is eut het redden. (buiten zinnen/de rede van blijdschap)
regelsriegels
regenbuibuije
reiger (vogel) rijger, 'reyger of raiger' we spellen altijd ij
reinierguppien
ReinierGup
reisjeraeze, ressien
rennenvliegen, vleugen, evleugen, dor vligt ie
reukreuk, eu als in geur
rijdenreijen
rijkrik
rijstreist
roeienruuien
RoggebroodBrughe
rokjerökkien
RommeligEen zeutjen
rondjeroentjen
rondvaartbootroendvoartboot
ruikenrukken
ruwe lippensprose lippen
ruziearrie

S

SaucijzenNatte worst
schaatsenskaese, skaesen
schadeavereije
schaften, pauzeren met iets erbijskaften, skoften, skaftteed, skeuve is een oud woord voor tussendoortje; op de skuffies eutwezen (lekkerbekken) . tegenwoordig ook: skuifies, zie is op de skuifies (op de gemakkelijke voordeeltjes uit) . onbeskoft in z'n vreet (onbeschaafde eetgewoonten hebben/onbeschaafd zijn) . als scheldwoord: veule skoften dat je-der-lui dor binnen. flink scheuven (goed eten), fig. ook geld uitgeven; flink skeuven auwe!
schatskat
Schat (liefkozend) Skat
ScheepshellingEllige
scheidingskeijege
schelpskullup
schelp (spiraalvormig) inkeldekinkeldekoria
schepselskepsel
schietenskieten, skeut, eskeuten
schijfskeive, skijf, skeivetjen/skeifien. skijfien
schitterendskitterend
schoenskou, skounen
schoenenskounen
schommelhossebosse
schommel ossebosse
schommelskommel
schommelossebosse
school (onderwijs) skoel, skul waarschijnlijk lang geleden skoe-le, de e is verdwenen maar de korte oe is gebleven. In het kamper dialect is het woord skole, nor skole.
school visskoel vis, oe is hier gewoon lang zoals gebruikelijk voor l of r.
schoonbroerzwager
schoondochterskoondogter
schoonmoederskoonmoer
schoonvaderskoonvoar,
schoonzoonskoonzuun
schortboezel
schouderskoer
schoudersskoers
schreeuwenskraewen
schrijvenskreven
schrikkenverskieten, verskeuten
schroefskroeve
schroeienskruuien
schuitskeut, andere betekenissen; scheut of loot
schuivenskeuven, vt skueven, skeuve, skuffien, op de skuffies eutwezen, zie ook bij schaft.
schuurskuer
scoterskoeter
sexseks
shagsjek
shagjesjekkien
sigaretjesjekkien
simpel mensgoare
sinasprik
sinterklaassuenterkloas, oorspronkelijk suendekloas, suendekloazemannetjen = speculaasje, op Terschelling heten de sinterklazen nog steeds suendekloazen, vgl ook suende-skoel en suendags.
situatiessitoasies, situasies
skeelersskielers
slasloa
slaansloon
slapendonneken
slavinksloavink
sneeuwsnijacht
sneeuwstormsnijachtsturim
snelgank
snoepsnoepies
snoepjesnoepien
snoepjeen steekien
Snoepjesteekien
snotneusen briebel
spaspoa, skep, skuphe
speekselzeaver
speelgoedspuelgoed
speennune
spelenspuelen
spiritusspiertjes
sprinkussenwupkussum
staanstoan
staarstoar
staartstart
staatstot
stalstalle
stapelbedstapelbedde
stappersstruners
starenstoaren
steegjeginkien
steensteen, een=ean
sterkstark
straaljagerstroaljager
straatstroat
straksaansen
straksdamie
straksanstoons
strakszo doalek
stratenmakerstroatemaker
streektaalstreaktoal, evenzo: eaken-aut, teak, weak (week, slap), creek (riviertje), leak (leek) Eng. (lek), sneakers (gympen) .
stroopsjurep
struikenbussies
stuitjestartebutjen
stukstuck
stukjesstukkies
suikersukker
suikerpotsukkerpötjen

T

taaltoal
taalgebruiktoalgebruk
tafeltoppertefeltepper
tandentanen
tandenstokertaandestoker
tanentoonen
tantetutte
tasjetessien
teentie, ties
tegentugen
teilboalem, grote verzinkte eizeren teil
teilvan plastic, plestiek; ofwasteiltjen
tenenties
tenen tietjes
tijdteid
tijdensonger, ongerweilen, teijens
tijding/berichttinge
tijdjeteitjen, poosien, die ew ik al en poosien niet ezien.
tikkertjekip
tikkertje - aantikkenles
Toeristen, niet Urkersvrijmden
toilethuisien
trotsgroos
trottoirbanen
tuigteug (min vollek) vgl teuge woater. paardeteug
tuintuntjen
tuinteun
typentiepen, typen

U

uje
uitgaanopperdam
uitgelegdeutelegd
uitgeputammegtig
uithangeneutangen
uitnodigingeutnodiging
ukkieloopertjen
urkeruriker
urkersurikers

V

vaakoftig
vaartvoart
vadertoate
vadervoar
vadertaote
vaderva
vaginaprumpien
vanavondvanaved
vandaagvandage
varkenvariken
veelen oop, en barg, vuel au je op een boerewagen.
veelbult
veelvuul
Veel te koudvues te kaut, de kauwe / de kelte (de kou), en kauwe vatten
veenvein, in et vein is waeneg te veinen, Veindam (GR)
vel papierbloatjen, verkleinwoord van woorden op d, d valt weg + tjen.
verdervarders
verdervarder
verhaalveroal
verhaaltjeveroaltjen
verjaardagverjoardag
verkeringkalletjen
verlegjeverleggien
verrekijkervarekieker
verse worstnatte worst
verstandverstaand
verstoppertjewegkreupertjen
verstoppertjeweg kreupertjen
verstoppertjeweg kreupertjen/ verstoppertjen
Verstoppertjewegkreupertjun
vertalenvertoalen
verteldevertul
verwantschapverwaantskap
verzetjeverdifferdierugien
veterveter
ViesVerrot
vindenveinen, voenden, evoenden
visdraadkattedarm
VishandelVisangel
vishengelpoerstok
visjevissien
vissenpoeren
vissermanbokker, bucker
vlapap
vliegtuigvliegteug
vlinder pinnevoegel
vlinderpinnevoegel
vluchtvlucht of vlocht, evenzo: bocht (bocht), mochen ww (mochten), slochteren (GR), vocht (vocht), pochen (pochen), rochel (rochel), locht (lucht), nochtere mage, anders; togt (tocht), dogter, kogt (kocht), mughe (vlieg), rughe (rug/rog), brughe (brug), gedrogt (gedrocht), zogt (zocht) . De mughen mochten roendvliegen?, buchien (bochtje), luchien (luchtje), töggien (tochtje), drugs, vrucht, vruchien, gehuchien, mughetjen, stug en stughe (met klankverschil!), vlug dan, vlugge, vlughe! in ei vlueg. pluggien, muggien of mughetjen, pluggen.
vluggank
voetbalvoe'bal, -club, -skoenen, -trainer, -elleftal.
vogelvoegel
volgensvolleges
vondstvoenst; voenden
vonkjevunkien
voorvor, ervuur
voorbeeld, verbeeldingvurbield, vuurbield, verbielding, verbielege
voordeurvurduur, met klemtoon op duur
voordeurvu'rduur
voorgesteldvuuresteld, met nadruk op vuur
voorhoofdkolle
voorinvurin, vuur in (met nadruk)
voorstraatvuurstraet
VorigVurig
vorigevuerige
vriend/vriendin kalletjen
vriendenmo
vrienden/ viendinnenmaos
Vrienden/vriendinnenmoas, et is an tussen een jongen in en moatjen.
vriendinkalletjen
vriendinnetjekalletje
vriendinnetjekalletjun
vriendjekalletjen
vrouwmins
Vruchten bowlPrumpies
vuilnisbakslikvat
vuilniswagenslikkarre, vullesauto
vuurfik

W

waarwoar
waar?wor, woar
waarheidwoareid
waaromworomme
waaromwoaromme
warm etenkost
Wat doe jewat oal je eut
wat jammeroch-eiden, ochij, och-eremeteid, van verbazing: oe-eiden, oe-ei, oe-í, oei, oe-eremeteid,
water ijsjeeesijsien
wcut uisien
weewea, wea-en, weedenoar, weede-vrauwe
weetwiet
wegvort
welkewelleke
welterustengenacht
wereldwareld
wereldberoemdwareldberoemd
werfellege
werkwark
werkenskarr'ln, skarrelen, ok: verkeiring aewen mit en persoon. Oe skarrel jelui? mit wie skarrel je nau dan?
wespweps
wetenwieten
wetgevingwetgeeving
wijwij, ij=ai
Wijnwein
willemsoa
windenwiend, wienden, opweinen (van natuur/droad/vislein)
winterwienter
wipwipwap
witte koolkapkool
wonenwoenen
wordenworren
worstworst, wursien
ww-eatde stam van de ww met eat erin: beat/bat (beet), dreat/drat (dreet), reat/rot (reet), vreat/vrat (vrat), at (at) -egeaten/egeten, kreat/krat (kreet/huilde), sleat/slit (sleet), meat/mat (maat), zweat (zweet) -ezweat. bijna alle vt, vt van zweten? ezweuten? ze batten derluis tanen derop stokket. dat beast skitte in m'n raam, ei rotte dat zo an twien. ze matten alles op. et slitte zo weg. nau zie krat ok. ei zweut as en oend. ze et al egeten. et is ielegaer versleen. et verdreut m'n wel, zijn zo wat alternatieve vormen voor -eaten.

Z

zaagzaage
zachtjeszuutjes, zachies, kalm an!, iel zachies aaien or (van oend of katte)
zakjezekkien
ZaterdagZoaterdag
zede, zedes, zeden, en zeenzeede, zeedes, zeeden, zee'n in zeen, spek of zwoerde. zeiden binnen je beije zeydes, zeijen is van bep. stof. Vor eutspraak zien: zee.
zeezea, zealaand, zeaws, new-zealand, vgl ing. sea. vgl. ok mee (de), ree (de) /reide, snee (de), slee (de), bree (de), zeede, tree (de) /treide, lieve vrei (de), zei (de), bee (de) /beide, beije (ned. beide) .
zeerzaar
zekervast woar
zelfzelf
zeurenmauen
zeurenzijken, maeken
zeurkousmaekpiep
zie je nou wel!zien-jen et nau! of zieyenet / zieye'et
zien, zagen, gezienzien, zaggen, ezien
zij, beide zijdenin m'n zei (de), an beije kaanten, en zeide of lappe gulle (één zij gefileerde kabeljauw)
zij, beide zijdenin m'n zeije, beije zeijen, zeiden et wel de vuurkeur zeije is stof.
zij, in mijn zijin m'n zei, in m'n zeides
zij/ze (mv) zului, zulie, ze (in het nederlands ook hun of hullie, wat als foutief wordt gezien. In het urkers ook eulie wat volstrekt normaal taalgebruik is, eulie is als zelfst.nw. overigens olie!, daarnaast nog zullie wat als geafecteerd taalgebruik wordt gezien, alleen gebezigd tegenover vreemden.
zijde, zijdenzeije, zeijen (stof)
zijn, waren, geweestbinnen, wazzen, ewest
zijn, z'n, ieder het zijneumzun, em zen, z'n, ieder et zeine
zozó doeye dat, zoo?, nau dat is angers ok mar zo-zo
zoen, kuspoes
zoenenpoesen
zolderfliering
zometeendami
zonzunne
zondag/dag des Heerenzuendag
zooitjezeutjen
zoonzuun
zoudenzau ik, zauen we dat wel doen? za'ye =zal je, zaye =zie je, dus zau-je niet samentrekken! zau-ie =zou hij, boers praten als zauwie nau wel rechtstreeks tegen de ander gericht is geen normaal urkers.
zulkezucke
zusjezussien

13 opmerkingen

  1. "Buie" (jongeman) verwant aan het Engelse "Boy".
  2. Als regel voor de spelling onthouden we: woorden die in het urkers eindigen op -ein met ee klank als in bijv. wein spellen we met -ein. woorden die in het urkers eindigen op -ijn met ey klank als in bijv. plijn spellen we met -ijn. Er zijn in het urkers ook nog een paar woorden met de aen klank erin. dit is de lange é als in militair: In klaen (klein), raen (rein), aende (eend), aende, aender, aendelek, aendig, eut-aende, aendpunt (allemaal van eind/einde) . Ook in Meindert en Hein (Aen) horen we deze klank, Magere heyn is een uitdrukking rechtstreeks vanuit het nederlands. Ook in skaef, skaeve (scheef, scheve) horen we deze klank. vgl. met het engelse; you have, heaven. Dezelfde klank verder ook in: kaet (kuit), aegen (eigen), maek (made), kaeze (kaas), skraew (schreeuw) en baeswaeter (overkomend buiswater) . we spellen ij voor l zijl, bijl, nijl enz. We spellen braem (dikke bromvlieg), zelfde klank als creme en -air in buitenlandse woorden.
  3. Gelieve an de spelling niks te waezigen. Tip! lees eerst de gezegden vordat je wat goon verangeren, dan wiet je een bietjen oe asdat-we et aewen willen. Er bestot vor et urkers elaas, jammer genoeg nog geen standard-spelling mar dor wariken we ier juest an. lees ok de opmarkingen ongeran. (kost wel wat teid, mar is tog echt nodig as je persé goon verangeren) .
  4. Net als het engels kent het urkers de lange ie (ea) zoals in team. Er zijn 2 spellingswijzen, ea als de klank voor -, t, g, k, s, w staat; bijv. heate kip (hot chicken), versleaten (versleten), esteagen (gestegen), teak, dreamteam, esteaken (gestoken), Eemshaven (GR), beast (beest), feast (feest), eaw (eeuw), zeaws (zeeuws), zea (zee), New-Zealand. De engelse wijze zegmaar, de andere wijze is met dubbel ee als de klank voor d, f, n, m, p, v staat; bijv. wreed, mee (mede/mee), slee (slede/slee), versleen (versleten), geeven (geven), leef (leefde), een (één), steen, leem (lijm), keep (keep), sleepen (slepen), skreef (schreef) . De lange ie (ee) wordt nooit afgekort, dus wreede, zeeden (zeden), steenen, vgl. stegen (stijgen) met esteegen (gestegen) . dit is zeg maar de urker wijze. versleen en versleaten is hetzelfde maar doordat de t uitvalt verandert de spellingwijze! ie voor r klinkt altijd al lang, dus ieren, dieren, bier, enz. ie voor l is ook lang: bield (beeld), ielt (eelt), tielt (teelt), wielde (weelde), diel (deel), we spellen y (korte ie) in wyl (wiel), zyl (ziel), kyl (kiel), kryl (kriel) enz. let op het verschil in klank tussen verveeld, verbield en bezyld.
  5. Rede! de woarlek zeuverende rede, en zalive vor de zyl. reide, Zo onreidelek, zu'ye nau zeggen, wor komt dat, ei vandoan? reide, reidevoeringen, dur weesneuzen, reiden, reidenen, berídeniren, nogstees reidelek? au ik ier en reide dan? of en reede soms? Dat leste komt van skippers, die op de reede laggen, die ter ofskeid nog, en proatjen hielden. Dat legt in de reede, of eigelek erop! Sja, om weeseid te bekoemen... reide is de urker eutspraak van rede, redelijk, beredeneren, redevoering, in redenen. Klap vor m'n kop, nau bin ik rídenoasie vergeten. Mar wacht effen, dan ew ik... die ier net auwen!
  6. Woorden die op -eit eindigen, zoals elasticiteit worden vaak als ey uitgesproken, ze komen vaak via het nederlands in het urkers: specialiteitjes, universiteit, electriciteit enz. Als regel -eit =eyt, -eid =ait. beieren klinkt ook vaak als bey-eren, het hangt veelal van de persoon af. De schrijftaal heeft dit probleem niet we spellen alleen ei. eieren dat in de spreektaal veel vaker gebruikt wordt is altijd met ai, voor de vreemdere woorden zoekt men onbewust de nederlandse uitspraak op.
  7. Zij, ze (mv) is in het urkers zului, zulie, ze. Het nederlands heeft nog hun, hunnie, hullie wat als ontoelaatbare verbasterde vormen worden gezien. Het urkers heeft nog eului, eulie, wat wel correct is. Eulie is als zelfst.nw. overigens olie. Dit levert geen verwarring op want het zelfst.nw. heeft zijn eigen plaats in de zin. Eulie eiwen goekope eulie, is dan ook plat maar wel goed urkers. Naast eului, eulie heeft het urkers nog zullie wat als geafecteerd taalgebruik wordt gezien en alleen gebezigd wordt tegen vreemden. Hun, hunnie en hullie zijn overigens afgeleid van hunlieden of henlieden zoals we dat uit de statenvertaling kennen. Een invloed uit het zuid-nederlands die daar ook allang verouderd is. Maar iets daarvan is toch blijven hangen. Misschien heeft hun, hunnie, hullie en zullie wel weer de toekomst. Zullie lijkt in het nederlands wel steeds minder te worden gebruikt maar de andere vormen zijn in opkomst. Eigenlijk speelt het urkers hierin een voortrekkersrol, eurlui en eulie wordt al sinds jaar en dag gebruikt door de urkers.
  8. Zoen of kus in het Urkers poes herinnert aan de vredeskus die gelovigen elkaar gaven tijdens de H.Mis. De z.g. Poesa teruggaand op het Latijnse Pace (vrede)
  9. de klanken ui en ei (ey), komen oorspronkelijk in het urkers niet voor. urkers zeggen ai voor ei, eieren klinkt dan ook als aieren. Er zijn inmiddels heel wat woorden eindigend op -ein uit andere talen komen overwaaien naar het urkers en deze hebben veelal hun eyn klank bewaard. Omdat we hier tot een standaard spelling willen komen spellen we -ijn Vergelijk voor de aardigheid ook de engelse spelling in: dolfijn (dolfijn/dolphin), fijn (fijn/fine), grijn (grein/grain), brijn (brein/brain), train (trein/train), drainage, drijnen (dreinen/drone), raen (rein), Rijn (Rijn, Rhine), mijn (delfplaats/mine), mein (mijn, mine), mijn (bom/mine), gijn (gein/fun), gijntjen (geintje/joke), lijn (lijn/line) lein (draad/rope) . plijn (plein/plain), kapitijn (kapitein/captain), Aardig dat op urk de familienamen Kaptijn en Kaptein naast elkaar voorkomen. 7 woorden ruilen ei=ai in voor ij. Zo blijft een aantal leenwoorden op -ijn over die de Heyn-uitspraak hebben, hier welgeteld 11. Heyn is daarmee van een leenklank een echte urker klank geworden.Alleen voor trein nemen we de engelse spelling train.
    Verder worden niet leenwoorden op -ein in het urkers uitgesproken met ee: bein (bind), lein (waslijn, vislijn), deins (deens), fein (fijn van stuctuur), eine (heen), skein (schijn), peinde (pijn), tarepetein (terpentine), azein (edik), teint (kleur), vein (vind), vein (veen), wein (wijn), mein en zein. om compleet te zijn. Over de ui klank, deze heeft de eu verdrongen in bevoorbeeld uil (eul) en kruik (kreuk) . Het duidelijkst in duiken wat in het urkers vaak afgeplat wordt tot dukken, dukker. Alleen in indeuken/eutdeuken is de oorspronkelijke klank bewaard net als in het nederlands overigens.
  10. ee als in eesijs, we spellen ee/e (verkort in open klinker) als de klank voor t, g, k, l, r, s, w, z staat: eten, eet, wegen, steeg, week, breken, meel, skele, eerste, beren, ees, wezen, leew en leewen (voor w onverkort) . we spellen ei als de klank voor d, f, n, v staat: eiden, leif, weiven, skeive, peinde. we spellen ij voor m en p: rijmen, slijpen, mijmeren, pijp. We spellen ai in engelse woorden: rail, bail-out, mail.
  11. toch terugge
  12. veel woorden zijn leenwoorden uit het Engels of Frans.
    voorbeeld Frans: boudoir is in het urkers Boedoertjen
    voorbeeld Engels: often is in het urkers oftig