Tilburgs

Dialecten > Noord-Brabant > Tilburgs

Tilburgs bevat 895 gezegden, 6685 woorden en 5 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in


6685 woorden (p.2/2)

R

rausener over heen gaan
rebarreberrabarber
rebatsponning
redèskeradijsje
rèèchtrecht, vlak
rèèchte (n) rechte
rèèchte (ww) rechtspreken (ww)
rèèchtendeurrechtdoor
rèèchttoevortrechtvooruit, rechtuit, zoals het hoort
rèèchttoevortrecht-toe-recht-aan, rechtuit
rèèchtvèèrdegrechtvaardig
rèèfhouten hark
rèèfhark
rèèf, (mv rèève, vkw rèfke) rijf, hark
rèègeregen
rèège (vt rêeg) (ww) rijgen (ww)
reegelsperiodes, maandstonden
rèègene, rèngeleregenen
rèègeschèèrem, unne plûu, pèèreplûu, pèrreplûuparaplu, regenscherm
rèègevuspèllerkoekoek (Cuculus canorus )
rèègnòldrijgnaald
reejereden
rèèje (tt rèj, vt reej) (ww) kwaad worden (ww)
rèèje (ww) (tt rèj, vt reej) rijden (ww)
reejschaofreeschaaf, rijschaaf
rèèk, (rèèker, rèkst (rèèkst) - rijker, rijkst) rijk
rèèkerijken
rèèke (ww) reiken (ww)
rèèke stinkertrijkaard
reekenderèèjgereken, rekenwerk
rèèkmaokerèjmakkelijke manier om geld te verdienen
reekuupèrerènherstellen, weer op krachten komen
rèèle (ww) (tt rèlt, vt rèlde) reilen (ww)
rèème, rèèmele (ww) (tt rèmt, vt rèmde) rijmen (ww)
rêephoepel
rêepreep
rèèprijp
rêepaovonduitgaansavond voor het jonge volk
rêepeuitgaan
rêepe (ww) hoepelen (ww)
rêepe (ww) (tt ript, vt ripte) rijden, een reep afsnijden (ww)
rèèpe, (ww) (tt rèpt, vt rèpte) rijpen (ww)
rèèrebeven, trillen, bibberen, rillen
rèèretrillen
rèès (vkw rèske) reis
reeskak / spetterschèt / schijt / slingerschètdiarree, schijterij
rèèsplaankrijsplank (waar brooddeeg op ligt te rijzen)
rèèstrijst
rèèvekammen
rèève, (tt rèèft, vt rêef) harken, rijven
rèèze (ww) (tt rèèst, vt rêes) rijzen (ww)
rèèze (ww) (tt rèèst, vt rêes) reizen (ww)
rèèzegerreiziger
rèffelrafel
rèffelerafelen
rèffelsrafels
rèfkekleine hark, rijfje, harkje
regeurregime, norm (Fr: rigueur)
regeurgezag
rejaolroyaal, gul, vrijgevig
rejaole maotroyaal
rejaoleghèd, rejaoleghèt, rejaoleghèjgoedgeefsheid
reklaomeklacht, bezwaar
reklaomereclame
rèksdòlder, fèftegerrijksdaalder (vijftig stuivers)
rèkst, rèèkstrijkst
rèndjerandje
rèngele, rèègeneregenen
rènzegranzig
rèskereisje
rètteketètbabbelzieke vrouw
rètteketètluidruchtige vrouw
rètterêerehinderlijk bedrijvig zijn, druk doen, bedrijvig zijn zonder veel te presteren
rèttereursloom persoon (Fr: retirer)
rêûke, (rukte, gerukt) roken, conserveren d.m.v. rook
rèùleruilen
rèùmruim
rèùmnogal
rèùmtamelijk
rèùm klèènnogal klein
rèùteruiten
rèùteketèùtgeluk
rèùteketèùtbonnefooi
reutelkrediet, op afbetaling
reutelsteeds wederkerende handeling
reutemeteutboeltje
rèùtenaosruitenaas
rèùterruiter
revètsluitring (Fr: revêtir)
rezèèn (vkw rezèntje) rozijn
riddenêereredeneren
riddereredderen, regelen, organiseren
riddermejôoriemand die alles wil regelen, maar zelf niets doet
rieziekêereriskeren, wagen, risico nemen
rikkerikken (kaartspel)
rikkemedaosieaanbeveling (Fr: recommander)
rikraojeniet kunnen besluiten (spec, bij kaartspel)
riksreeks
rillegjeus, riggelieusreligieus
rillekredelijk, tamelijk
rillekwie (mv rillekwieje, vkw rillekwieke) relikwie
rils (mv rilze) rail
rimmetiekreuma (tiek)
ringelôorenoren ringen
ringeskeringetje
ringspinmesjiensnelwerkende fijnspinmachine (textiel)
rinkring
rinnewaosieravage, schade
ripkereepje
rippebliekrepubliek
ripperaasiereparatie
ripperêererepareren
rippertwaarrepertoir, lijst
rippetêererepeteren, oefenen
rippetiesierepetitie, proefwerk
risje, riskerijtje
ritssnelle werkster, vrouw die alles heel vlug doet
ritsevlug iets wegpakken
ritsesnel handelen, snel, nerveus of bedrijvig iets doen of ergens heen gaan
ritseleregelen
roefelslaag, mep, aantal
roefelroffel
roefelwasbord
roefelede was wrijven op het wasbord
roefeleroffelen
roejroede
roetsezich snel verplaatsen
rofkeroofje, wondkorstje
rògrogge
ròjbraokeradbraken
rolplenkskestep
ròmkeraampje
rompeschompesongans, ongeluk
romsrooms
ròmscheut, ramscheutvliegende aanloop
rondheureinformeren, navragen
rondspòlderewild spelen, rondspringen
rontelomrondom
rôof (vkw rofke) roof, wondkorst
rôoj, rôotrood
rôojesocialist
rôojerooien (ww)
rôojeroodmaken v.d. vloer met rôojsel (ww)
rôojerode
rôojegroodachtig
rôojselroodaarde, dodekop
rôoke, (tt rokt, vt rokte) roken (ww)
rôomemelk
rôozekraansrozenkrans
rôozenhuudjerozenkransgebed, gebedscyclus
ròsdoekvoederzak (v / h paard)
rosmeulemolen met paardentractie
ròtsoojrommel
ròtzôojrommel
ruftenscheet laten
RugdèèkRugdijk
russelkachelrooster
russelrooster
russeleschudden
rutseleschudden
rutselflèskeflesje met dropwater
ruukgeurtje
ruukreukwater
ruukeruiken
ruureroeren
röfkeruifje
rögtruigte, onkruid, wildernis
rögtuitschot
rökskerokje
römkeruimpje
römteruimte
rössestevig poetsen
rössewrijven
röteketötbonnefooi
rööf (vkw röfke) ruif
röög, (rööger, rögst - ruiger, ruigst) ruig, ruw
rööle, (tt rölt, vt rölde) ruilen (ww)
rööm, (vkw römke) ruim
röömeruimen (ww)

S

s`moedermijn moeder
saanderendaagsde volgnde dag
saanderendagsde volgende dag
saanderendaogsde volgende dag
saanseletreuzelen
saawelkletspraat
saawelekletsen
saawelèèrkletser
saawelèèrkletsmajoor
saawelpraotkletspraat
safskesigaret
saluu (t) gegroet
sanderendaagsde dag erna
saokeverzaken (kaartterm)
saomesamen
saomestèllingsamenstelling
saoterdagse mèrtZaterdagse markt
saoves's avonds
sausdèùmevingers
sausduimevieze vingers
Sauwelen / KwatsenOnzin praten
sauwelèrkletser
schaajscheiding in het haar
schaaj èùthou op
schaajescheiden
schaandschande
schaansschutting
schaansafscheiding
schaansmuurschutting
schaansmuurafscheiding
schaantschande
schaawschouw
schaawschoorsteen
schaawekeuren
schaawerschouder
schaawingkeuring
schabbernakscharminkel
schabbernakonooglijk iets of iemand
schabbernakhaveloos figuur
schabbernakbroodmager paard
schafteneten
schaojschade
schaojnadeel
schaojkosten
schaojgelag
schaojlekschadelijk
schaojlekoverdreven
schaojlekmeer dan nodig
schaojlekduur
schaopschaap
schaopkesschapen
schaorsscheermes
schapdecolleté
schèèlscheluw
schèèlscheel
schèèlscheef
schèèldeksel
schèèneschelden
schèènhèllegschijnheilig
schèènhèlleghypocriet
schèèrschaar
schèèrescheren
schèèrescharen
schèèrebij elkaar schrapen
schèèresliepscharenslijper
schèèrkuukskenakomertje
schèèrkuukskejongste kind, nakomertje
schèèrpscherp
schèèrp zaandrivierzand
schèètpoep
schèètepoepen
schèèteksterbangerik
schèètèksterangsthaas
schèèterdbangerik
schèèterijdiarree
schèètertbangerik
schèètertangsthaas
scheetevangerchaperon (ne)
schèèthèùstoilet, wc
schèèthèùsbangerik
schèèthèùsangsthaas
schèèthösbangerik
schèèvegeld, klinkende munt
schèfkeplakje
scheitpoep
schèle kiepniet goed ziende man
schèlen batsschele muts
schèlèrtedoperwten
schèlleschillen
schèllekeplakje
schèlleke kèès òf hèspplakje kaas of ham
schèlmiskeschilmesje
schènenschelden
schenkt unne goej maotgoed gevulde borrel schenken
Schetepoepen
schèterdbangerik
schèthuis, pleej, pisbakwc
schéthústoilet
schétpepiertoilet papier
schèùflade
schèùfschuif
schèùfla (de) in een kast
schèùfla
schèùfdeureschuifdeuren
schèùleschuilen
schèùmschuim
schèùmminder volk
scheutschot
schèùveschuiven
schielekhaastig
schiemschim
schiemereschemeren
schiemereniet helder voor de ogen zijn
schiermooi
schille, (schouw, geschouwe) schelen, verschillen
schmoekkeopmaken
schobberonbeschaafd type
schobberschooier
schoemaokersspèkuien
schoemaokerstramte voet
schoepschep
schoepspade
schoepewegpikken
schoepejatten
schoepestelen
schòkwammesdikke vrouw
scholtjemattespijbelen
schomaokschoonmaak
schompeserg hard
schompesuit de naad
schòmteschaamte
schonmooi
schondermooier
schonmaokenschoonmaken
schonstmooist
schonstemooiste
schôojebedelen
schôojerbedelaar
schôonmooi, knap, fraai
schôonmooie
schoorzolder
schoorbalksteunbalk
schooteldoekvaatdoek
schooteldoek (vkw schootelduukske) vaatdoek
schootelslètvaatdoek, scheldwoord voor een lichtzinnige vrouw
schootelvòdvaatdoek, scheldwoord voor een lichtzinnige vrouw
schopschuur
schòpberging
schòpkeschaapje
schorkezoldertje
schoteldoekvaatdoek
schòtseschaatsen
schôtsenschaatsen
schòtserijerschaatsenrijder
schòtserijerwaterwants ( (Gerris lacustris)
schrabbersgeld
schrabbersduiten
schraolschraal
schraolmager
schrèèveschrijven
schreuwe (schruwt, schruwde, geschruwd) huilen
schrobbelèèrschrobbelaar, textielarbeider
SchrobbelèrTilburgse kruidenlikeur
schruufkeschroefje
schuddekulwaardeloze troep
schuddekulkliekje, etensrestje
schuif / loajla
schupschop, trap
SchuppeSchoppen (kaart)
schuppeschoppen, trappen
schuppesschoppen (kaartkleur)
schurmikscheurmik
SchurvtzakVervelend Persoon
schutjescheutje
schuuntjeschoentje
schuupschop, spa (de)
schuupkeschopje
schöfkelaatje
schömketrèkkehet opzuigen v.h. dropschuim
schöpkeschuurtje
sebietaanstonds
sebietdadelijk
sebietzo meteen
sèffesdadelijk, onmiddellijk, nu, meteen, direct
sèffesaanstonds
segaarsigaar
segaarefruttersigarenmaker
seklaadechocolade
seklaade aajchocolade ei
sekladechocolade
sekraajcichorei, witlof, Brussels lof
selòtsjalot
seluusie, sluusiesolution ( bandenplakmiddel)
semènketijesomtijds, zo nu en dan
sèmmeltreuzelende vrouw
semmeletreuzelen
sèmmeledralen
sèmmeleaarzelen
semmelèèrtreuzelaar
semmelentreuzelen
sèmmelklôottreuzelaar
sèmmeltrientreuzelende vrouw
sènssinds
sènssedert
sèntcent
sèntegeld
sèntenbakcollectebus, mansbakje
sepiete (Sp:chupete=byz. lekker) zwezerik
sepriessurprise
sepries (Fr: surprise) verassing, sinterklaascadeautje
serfhuid
sesiessnijworst
sesiescervelaatworst
sesiesboerenmetworst (Fr: saucisse)
sesieswòrstcèrvelaatwòrst
sesieswòrstsnijworst
sesieswòrstboerenmetworst (Fr: saucisse)
sèùkersuiker
sèùkerèrtjes, söökerèrtjespeultjes
sèùkerpeejesuikerbieten
sèùrnon, zuster
seuveteg70
sevôojachterste
sevôojsavooienkool
sevôojkessavooikool
sewèèlesomtijds
sewèèlemisschien, toevallig
sewèèlesoms
seweeledirect
sewèèlemisschien
seweillemisschien
sgajhaarscheiding
sgaphalslijn
sgiveschuinen
siendereklaossinterklaas
SienereklaosSinterklaas
sinnereklaossinterklaas
sintemedutskaonnozele vrouw
sippenmet kleine teugjes drinken
sipsòpzeepsop
sirkuscircus
sisi worstsnijworst
sisteg60
sjaanskousenylonkousen, nylons
sjagrèènverdriet
sjagrèènslecht humeur
sjagrèènchagrijn (ig mens)
sjamberloekkamerjas
sjanterenelop de versiertour gaan
sjanzjeere (Fr:changer) op en neer lopen
sjappieordinair persoon
sjasseejoud mens
sjeklaadechocolade
sjèkskeshaggie, zelfgerolde sigaret
sjèplaurierdrop
sjepdropwater
sjepdropsteel
sjèpwaoterdropwater
sjèt sòkkeshetland wollen sokken
sjoefelemoeizaam met slepende tred lopen
sjoefeleschuifelen
sjoerd daor eskijk daar is
sjoereophoepelen
sjoerezien
sjoerekijken
sjoerenkijken
sjoert daor, Sjoert'aorkijk daar
sjoert em!wegwezen
sjoklaaichocola
sjuklatjuchocolaadje
sjuustjuist, zojuist
sjuustnet pas
sjuustprecies
skotteldoekvaatdoek
skweezensmakken
slachterslager
slameurgedoe
slameurgezeur
slameurbeslommering
slandshèllegendaogeerkende feestdagen
slaogslaag, pakslaag
slaog beurepak slaag krijgen
slaog beureeen pak slaag krijgen
slaojsla
slaojbêeneslungelige, magere benen
slaojhielegrote, lompe voeten
slaon, (sloeg, geslaon) slaan
slaopeslapen
slèèchtslecht
slèèkmodder, slijk
slèèpe, (slêep, gesleepe)slijpen
slèèpe, (slèpte, geslèpt) slepen, dribbelen, pingelen
slèkbòrdspatbord (v.e.fiets)
slèngskeslangetje
slèpstêenslijpsteen
SlètterijDrankwinkel
slibberbaonglibberbaan (van ijs of harde sneeuw)
slibberebaantjeglijden
slibberenbaantje glijden
slimscheef, fout, erg, niet in orde, slim
slipjasjacquet
sloai meej aai meej juin meej eerpelSla met ei, ui & aardappellen
slòdderslons, slet
slòddergrote hoeveelheid, een boel, een hoop,
sloebervarkensvoer
sloeberslappe koffie
sloebersoep
sloerieslordig mens
slòpkaomerslaapkamer
slötspèlveiligheidsspeld
smaokesmaken
smèèreges's morgens
smèrlapviezerik
smèrlapgekonfijte dadel
smèrlapsmeerlap
smèrregvies, smerig
smoedermijn moeder
smoelgezicht
smoelmond
smoel hauwemond dicht
smoelsmidtandarts
smoelsmiettandarts
smoelwèèrkgezicht, smoel, snuit
smòndags's maandags
smòndagsmèèregesmaandagochtend
smooreachterhouden
smooreroken
smooreverstikken
smoorzèkskeloonzakje waarin geld werd achtergehouden
smoutraapolie
smörske, smorselpötjekliekje, smoorpotje
snaaweafsnauwen, onvriendelijk aanzeggen
snapmiskekorte mis zonder preek
sneevelgenever
sneeveljenever
sneevelneus, sneevellapdronkelap, zuiperd, zatlap
sneevuljenever
snert / snerterwtensoep
snert-oogh of siepoogeontstoken oog
sneumansneeuwpop
snèùtgezicht, snuit
sneuwsneeuw
sneuwe (ut sneut, snuwde, heej gesnuwd) sneeuwen
sneuwhutiglo
snijbontjessnijbonen
snikkendhêetsnikheet
snip snap snèèjerlibel, waterjuffer (Odonata)
snip snap sneierlangpoot mug
snipperein dunne plakjes afsnijden
snòbbegrommen, onaangenaam bejegenen
snòbbe èn snaawetieren
snoeptaandsnoeplust
snoffeltuinanjer
snoffelsanjers
snotlapzakdoek
snotpinrotjong
snòtpinloopneus, snotneus
snotpinjong kind
snòtpin, snòtneusonvolwassene
snufsnuiftabak
snufsamiak
snufsalmiakpoeder (snoep)
snuffesnuiven, snuffelen
snufferdneus
snukkemet korte rukjes trekken
snuttesnuiten, neussnuiten
snuupkesnoepje
snuupkessnoepjes
snuupkussnoepjes
snötjesnuitje
snötjegezichtje
soehalve stuiver
soepôogeslechtziende ogen
soepugskesontstoken oogjes
soldoatsoldaat
somers's zomers
sommedêenezo dadelijk
sommedêeneaanstonds
sommedêene, zommedêenezo dadelijk, zo meteen
sommegtesommige
sommigtesommige
somtèdssomtijds, zo nu en dan
somwèèlesoms
somwèèlesomtijds
somwèèlemisschien
sondags's zondags
soomerkôoninkskesaardbeien
sòpwaswater
sòpgekookt veevoer
sop aaizacht gekookt ei
sòpkeetelketel voor de kookwas
sòpkeetelvoerketel
sòppein het water gooien, jonassen
sòppeindopen
sòppertzielige oude man
sortemèntsoort van
sòrtiemènt, sòrtementassortiment
sp'klaossiemennekespeculaaspop
spaojespitten, scheppen
spaojeonbehoorlijk snel eten
spaoke, spêekespaken (v / h fietswiel)
spaoresparen
spaosiespatie, ruimte
spauweovergeven
spauwebraken
spèèkerspijker
spèèlespijlen
spèètspijt
spèk meej spèèlevis
speklaasiespeculaas
speklaosiespeculaas
speklaosiemènnekespeculaasje
speklaosiepopspeculaas (je), speculaaspop
speklaosiesspeculaasjes
speklepkereep spek
spèkstrèùfspekpannenkoek
spèlspeld, dennennaald
spèldiarree
spèllespelden
spèllekrabbebij elkaar harken van dennennaalden
spenozziespinazie
speule, (spult, spulde, gespuld) spelen
speuluhspelen
spiedecolleté
spiedecolete
Spiecent
spiersspeeksel, spuug
spiersespuwen
spiersenspugen
spikmènnekespeculaas (je), speculaaspop
spirelletanden
spoeienopschieten
spòrspòtspaarpot
sporthemdoverhemd
spouwbraaksel
spouwespugen, braken
spraajsprei
sprès, èsprèsexpres, opzettelijk
sprietjetrèkkestrootjetrekken
sprötjespruitje (groente)
spûlleke!wat een bende!
spulplòtsspeelplaats
spultèùnspeeltuin
stâagèldstatiegeld flessen
staantepeejop staande voet
staawestouwen, stuwen
staawemoeizaam tegen de wind in lopen
stadssteeds, stads, deftig
stamineeke, stameneekestamlokaal, kroeg, café
stanbildstandbeeld
staokstaak
staon (ston (d), gestaon) staan
stattewinkelen in de stad
stèèfstijf
steegopstandig, stug, koppig
stèèrekerssterkers
stèèrevesterven
stèèrksterk, ongelooflijk
stèllesmoeite, problemen
stèmpelgeldww uitkering
stèrtstaart
stèùfzaand, stööfzaandstuifzand
steukestoken, opstoken, aanzetten
stèùpklucht
stèùpstuip
stèùpgekke situatie, sterk verhaal
stèùte, bestèùteroemen, tevredenheid betuigen
stèùverstuiver
stiefruim, flink
stielvak, beroep, baan, stijl
stiltjesteeltje
stinpöststeenpuist
stintjekètsesteentjes keilen
stintjessteentjes
stintjesbikkestenen van oud cement ontdoen
stobberstof
stobberestof doen opwaaien
stoeptrottoir
stomdom
stòndebêens, stòndebinsstaand
stôofpirkesstoofpeertjes
stookallerlei soorten brandstof
stôomkarresèlstoomcarrousel
stotskèèrhandkar
straandbrutaal
straantbrutaal
straantvrijpostig
straant, astraantbrutaal, vrijpostig
straotstraat
straotjoekeltjestraatjoekeltje
strèùfrauw geklopt ei, omelet, pannenkoek
strêûpordeloze groep
strêûpschare
strêûptroep kinderen
stripkestreep
stroatkaaibaanderasbastaard (hond)
strôljôgerstraaljager
strontpikkerkuifleeuwerik
strontpikkerleeuwerik
stroopkòffiekoffiestroop, cichorei
stroopsoldòtjestroopsoldaatje
stroopsoldòtje, strooptietjelolly van gestolde stroop in een puntig papiertje
strooptietvriendje van de meester
strosselstrooisel, droge bladeren, dennennaalden, losse turf
stròtjestraatje
struntjebolus
studiekòtstudentenkamer
stuultjestoeltje
stuupfors, stevig, eigengereid
stuupereiemand omhoog helpen
stuuperwaogekinderwagen
stuupkesmal trottoir, stoepje, opstapje
stuupketrottoir
stöllepestolpen
stölpstolp, glazen omhulsel
stölperestruikelen
stölperstintjegedenksteen (tje)
subbietdadelijk
subiet / meepesaantmeteen
sudotjesoldaat
sundjammer
sundzonde
sundzonde, jammer
suntjammer
sunt, witte wa sunt is botter op oew gat smeren en drog brood fretezonde
sweeksin de week, per week, wekelijks
swèlsintussen
swelsterwijl
swèlsdèterwijl
swènters's winters
swirskaanteaan iedere kant
swirskaanteaan / van beide zijden
swirskaantebeide kanten
swoensdagsaoves's woensdagsavond
söökersuiker

T

t`schèthuiswc
t-is ööt lichthet is volop dag
taageteg80
taagetegtachtig
taandtand, kies
taandetanden
taandpèntkiespijn
TaantannaTante Anna
taantetante
taante nonneketante in het klooster
táánthouttandenstoker
taasstapel
taasestapelen, opstapelen
taassuhvolgooien
taatemiddaglaat in de middag
tadderaksloerie
tadderakvod
tadderak, smèrlapviezerik
taderaktadderak
taggentegtachtig
taine mekaremeteen
taoltaal
taotòlf, tòtòlfsufferd
taovendde avond
taovendvanavond
taskopje
tas koffiekop koffie
tas koffiekopje koffie
te bèdnaar bed, in bed
te goejertraawte goeder trouw
te heuj stôoteleegkieperen
te köstelekte duur
te nòstenbaajzo ongeveer
te raawsteten naaste bij, ongeveer, zowat
Te veld goanOp pad gaan
tebaksprèùm, tebakspröömtabakspruim
tèbbeshoofd, mond
tèdjetijdje
tèds, intèdsop tijd
tèèdtijd
teegentegen
teegenaonermee
teegenaontegenaan
teegenòn pèèrevan katoen geven
teegenoovertegenover
teegestegenwoordig
teegesworregnu
teegesworregtegenwoordig
teegesworregtegenwoordig, nu
teejthee
teejblommemuurbloemen (Cheiranthus of Erisimum cheiri)
teejbròkkesnoepgoed van gesmolten gekarameliseerde suiker
tèèlteil
têen èn taanderhet een en ander
têên nen taander (TNT) het één en het ander
tèèneop het einde, op het laatst
têenetenen
tèèneuitgeput
tèènemekaaremeteen, onmiddellijk
tèèraovendfeestavond in de kroeg, het potverteren
tèèrdagtraditionele feestdag v.h.gilde, teerdag
tèèreasfalteren
tèèreteren, verteren, feestvieren
tèèrftarwe
tèèrwègasfaltweg
tèèrzalfzwarte anti ontsteking zalf
telisteten slotte
telisteuiteindelijk
tèllewaarderen (vaak negatief)
tellekestelkens
tèm (p) taosieopgave, karwei, uitdaging, beproeving
temeejtegelijkertijd
tèms, tèmmes, timmesvergiet
tèntin
teneerneer, omlaag
teneer douwekleineren
tènnevan tin
tenòstenbaajongeveer
tepblut
teraawsteruwweg
terèèchteterecht
terèèchtekoometerechtkomen
tèrringtuberculose
tèsportemonnee
tèszak, broekzak
tèsketasje
tèstemènttestament
teule, (tult, tulde) telen, kweken, verbouwen
tèùntuin
tèùnèksterscharrelaarster, vrouw die altijd op koopjes uit is
tèùngeraajtuingerei
tèùnschèèrtuinschaar
tèùsthuis
tèùswèèverthuiswever
teutaangeschoten
teutedralen, talmen
teutemarskramers, rondreizende kooplui
tèùteleruilen, verwisselen
tèùteleuitwisselen
tèùtelèèrscharrelaar
thôs bij emmathuis bij emma
tiendèùmerlange spijker
tiestgroot of rood hoofd
tiet-aaispiegelei
tiete, memmu, teezekskusborsten
tiftsperma
tiggenswordigvandaag de dag
tikkes èn spannesknikkerspel
TilbörgTilburg
tilbörgertilburger
tillevisietelevisie
timmeretimmeren
timperpannenkoekenbeslag
timperebeslag maken
tis marhet is maar
Tis schaandHet is schande
tis sundhet is jammer
Tis wèDat kan gebeuren
titselichtjes slaan, aantikken
tjan, tjannek (e), tjallek, kèrkkauwkauw (tamme), (Corvus monedula)
tjuutochbastaardvloek
toaltaal
tòb, tòbber (d) zielig mens
tòd (de) krèèmervoddenkoopman, voddenkramer
tòddevodden, lorren, lompen
tòdde van kaorteslechte kaarten
tòddeboervoddenman
ToddehoopBed
tòdhôophoop rommel, berg vodden, onopgemaakt bed
tòdkrèèmervoddenman
tòdzakversleten, slordig kledingstuk
toetot
toedètotdat
toedèggetotdat
toedèttietotdat
toelaogbeleg
toelaogbeleg (voor brood)
toelaogbroodbeleg
toeloagBeleg
toeloagbroodbeleg
toemaot, toemètextraatje, meevaller
toemaot, toemèttweede grasoogst in de nazomer
toemet-ketjeshet kleinste en laatste katje uit het nes
toen irstenige tijd geleden, voorheen
toen nètzojuist
toen persieszojuist, daarnet
toen strakeven geleden, daarstraks
toennètzojuist
toepertoe, toepartoezonder beperkingen, alles ineens
toerlezjoerderlevensgenieter, uitgaander
toerlezjoereuitgaan
toetgezicht
tòffeltafel
tòffeleeen volksgericht houden
tòffelgeraajbestek, tafelgerei
tòffelklêedtafelkleed
toffelkleeketafelkleed
tòffellaojtafellade
tòffelpôottafelpoot
tòffelschèùftafellade
tolplenkskestep
tòltjetaaltje
tôogtapkast in het café
toog, toogbaankbar in een café
toogbediendebarman
toogga (a) ngercafébezoeker
toograometalage
tôoverbòltoverbal
tòrretornen
toutmèm, êenalles gelijk, hetzelfde
TraktementZakgeld
traontraan
traplirkeladdertje
trekkertractor
trèkmoonieka, trèkörgel, böökörgel, trèkzakaccordeon
trèktemènttraktement, zakgeld
troeladrie azen in de hand (bij het kaarten)
troelavrouwmens (gezet)
trouwfootoohuwelijksfoto
trugterug
trughaoleterughalen
trulmond
trulopen mond
trusketrosje
truttenbòlflauwerd
tsjekloadechocola
TuiLijm
tuierpaal (om vee aan vast te maken)
tultteelt
tungske vrijentong zoenen
Tungske vrijenTongzoenen
tussenbaajeondertussen
tussenèùtpèèresnel vandoorgaan
tuup, tuutfietsband (Fr: tube)
tuureluut, strontpikkerkuifleeuwerik
tuutpuntzak
tuutereclaxonneren
tuutereclaxonneren, toeteren
tuutereveel drinken, tutteren
tuutjezakje
twaalef12
tweej2
tweejtwee
twèène, twènnetwijnen, twernen, garen dubbelen
twènnertwerner
twidde / twiddestweede
twidderaandetwee verschillende soorten
twidderaandertwee verschillende
twiddes, twidsten tweede, op de tweede plaats
twillingtweeling
töddekedoekje
töntjetuintje
törfturf
TörkeTilburgers ten noorden van de spoorlijn.
törkslèèrmanchester (geribbelde stof)
tösblèèvethuisblijven
töskoomethuiskomen
töslaotethuislaten
úoo

U

ugskeoogje
uitbaoterexploitant (v.e. kroeg of zaak)
ukkemBekijk het maar.
ullieolie
ullie, ölliejullie
um peeze, urtussenööt pèèreweggaan, wegwezen
um pôojede benen nemen, 'm smeren, tussenuit peren (ww)
unaanstaande, komende
un aaieen ei
un aaiei
un bekske leuteen kopje koffie
un bietje, wèeen beetje
Un frèèt wevkeEen goed uitziende vrouw
un hil dilheel veel, een groot aantal, een flink deel
un kèèr te heuj stôoteeen kar leegkiepen
Un kèkglasEen loep
un ketierkeeen flinke tijd
un krom aaieen krom ei
un kumke theeeen kopje thee
un lèkke tuuteen lekke band
un mis en unne verketmes en vork
un mòtjedeciliter
un sjekske draaiesigaretje rollen
un snèùt zètteeen gezicht trekken
un steeg pertpaard dat niet vooruit wil
un tas koffieeen kopje koffie
un tèdjeeen poosje
un titseen lichte tik
un tuut frietzak patat
un ugske toedoeneen oogje dichtknijpen
un uuroeen euro
un veugelnesjehoog opgetoupeerd haar
un zèkske blaauwzakje (Reckitt's) blauwsel
un zwèntjetoevalstreffer, gelukscarambole, toverbal
un'èèrpeleen aardappel
unneeen
unne Bèlze kwattachocoladereep
unne botramboterham
unne bruine splinter uit oewe rug hoalepoepen
unne dòlle kôopeen koopje
unne gèèlblauwevoetballer bij NOAD (nooit ophouden altijd doorgaan)
unne kaajhardeeen keiharde vent
unne knappe meensknappe man
unne kwasttebedeervereen schilder
unne kwèèkeen harde stem
Unne mikEen wit brood
unne plukkerthandtastelijk
unne rééke stinkerdBill Gates
unne schraoleeen magere man
unne verrèkkelingene waardeloze vent
Unne vrèmdeEen onbekende
unne völlekgemeen iemand
unne zeekeresecuur persoon, pietje precies
unne zieltjeszuukerpastoor
unne zwetserEen opschepper
unnen aawe jêûkerdeen oude kerel
Unnen afdreughaanddoekEen theedoek
unnen BelsBelg
unnen blaawe mòndagsinds kort
unnen eerme klootarme mens
unnu bussel strooischaamhaar
unnu knoerteen grote
unnun hoop steenuhuis
ur stiekum tussunuit knepe.onverwachts gestorven
uraaferaf
urkeoortje
uthet
ut huske--ut gemakwc
uuperehet werk van de opperman doen
uupermanopperman
uupert, iepertbed, slaapplaats
uuroeuro

V

v.d. kaawe kaantaangetrouwd
vaajegflauw, flets
vaastvast, zeker, in verzekerde bewaring
vaastbèènevastbinden
vaastevastentijd
vaasteghèdzekerheid (i.v.m. werk)
vaddervader
vadderonsonzevader
valaovendzonsondergang, het vallen v.d. avond
valdôodpuntjesopstaande gesteven boord
valiesreiskoffer
vals plöddekesmerige bedrieger
van de sòkke lulleomver kletsen
van den diejegeld
van den diejevan datteme
van geensgaonsde heenweg
van hòt nòr hèrop en neer
van hòt nòr hèrvan hier naar daar
van jewèlstegeweldige
van klèns aaf aonvan kindsbeen af
van kòp toe têenvan hoofd tot voeten
van oewèègen afgaonje bewustzijn verliezen
van zene susserd zijnbuiten bewustzijn zijn
vanaf te krèègevanaf te brengen
vanaovendvanavond
vandoagvandaag
vanèègesvanzelf
vanèggesvanzelf
vansgelèèkeinsgelijks, eveneens
vaonvaandel
vaorevaren, beleven, ondervinden
vaosvaas
vastreeds, alvast
vastenaovendvastenavond
vastentèèdvastentijd
vasthaawevasthouden
vat aonaan nemen
vatte, (vat, viet, gevat) nemen, pakken
vattenpakken
vattesgerêedonder handsbereik
vèèchtevechten, ruziemaken
vèèf5
vééfvijf
vèègoorvijg, opdonder
vèègveeg
vèègvijg
vèègevegen, vagen
vèègedaale, smèrlappedadels
veejartsveearts
veemèrtveemarkt
vèènede mening hebben, van mening zijn
vèènevinden
vèène, (vènt, von, gevonde) vinden
vèèner, vèndervinder
vèèrekeondeugend kind
vèèrekevarken
vèèrekesèèrepel, kuusèèrepelslechte aardappelen
vèèrekeslillekheel lelijk
vèèrekeslompheel dom
vèèrekesstaawervarkenshoeder, varkenshandelaar
vèèrekesvangeriemand met o-benen
vèèreveschilderen
vèfvijf
vèfdevijfde
vèftienvijftien
vekaansievakantie
vekaasievakantie
vèllegveilig
vèlleghèdveiligheid
vèllingvelg
vellingevelgen
vemèèregevanmorgen
venaachtvannacht
venallesvan alles
venboovevanboven
vendaogvandaag
vèr op scheut zèngoed gevorderd zijn
vèr op scheut zènopgeschoten
veraffronteereonbescheiden zijn tegen iemand, in verlegenheid brengen
verastereereverzekeren (Fr:assurer)
verballemonde, verbèllemonderuïneren, verpesten, doen mislukken
verbaozingverbazing
verbieje, (verbiet, verboj / verbôoj, verbooje) verbieden
verbildeverbeelden, voorstellen, eigendunk demonstreren
verbildingverwaandheid, inbeelding
vèrdersverder, nog meer
verdèstruuweeresnel, schrokkerig eten
verdèstruuweerevernielen, (Fr: détruire)
verèkkeserg
vèrèùtmet afstand
verèùtvooruit
vergaonvergaan
verjòrdagverjaardag
vérkevarken
vèrkeveertje
vérké / kuuskevarken
verkeerd omachterstevoren
vèrkesveertjes
verkètvork
verkoevereereopknappen na een ziekte, er bovenop komen (Fr: recouvrir)
verkwaanselenverspillen
verlèt hèbbemissen, ontberen, verlegen zijn om
verlootereverloten
verlutgestoord (van een nest)
verraojeverraden
verrèkkesbuitensporig, zeer
verrèkkesvreselijk
verrinneweereruïneren
verrinneweerevernielen
verrinnewerenkapot maken
verschaajeverscheidene, verschillende
verschieteschrikken, verschrikken
verschietevan kleur veranderen, verkleuren
verschieteverbleken
verschietevoorschieten van geld
verschòtteverbruikt materiaal
VersnellingsbakGebit
verspeuleverliezen, kwijtraken, verspelen
verstaandverstand
verstaonverstaan
vertèèrtotaal aan wat men gedronken en / of genuttigd heeft in een café of restaurant
vertèèreverteren, besteden
vertèrderverteerder, klant in het café
vertèssel (ke, -tje) vertelsel (tje), verhaal (tje)
vertèsseltjeverhaaltje
vervatreserve
verwaond, strond wie heetoe gescheeteverwaand
verwelleke, verwellukeverwelken
verzaokeverzaken
verzèggebeloven
verzuukeuitnodigen
vet tempelsnack bar
vèthòliemand die minderwaardig of geminacht werk doet
vèthòllagere arbeider in de textielindustrie, duivelaar
vetholpolitie agent
vetholpolitieagent
vèthòlpolitieman (scheldnaam)
vèthöllekeknechtje v.e. duuvelèèr in een spinnerij
veugeltjevogeltje
veugeltjesvogeltjes
veugeltjespruttervogeltjesliefhebber
VeulVeel
veulvieze
vèùlvuil, doortrapt, gemeen, smerig, geniepig
vèùlvuil, vies, vuiligheid, vuilnis
vèùl aajbebroed ei
vèùl plöddekevies mens
vèùl wèèrkvies werk
veul zaterg dronken
veulprotsbrutale jongen
veulpròtspraatjesmaker
veulsteveul, vusteveulveel te veel
veurvoor
veur, vurvoor
veurhèùt, vurhèùtvoorhuid
veurhööt, vurhöötvoorhuid
vier4
vierder (h) aandevier soorten, vier kleuren
vierdsop de vierde plaats, ten vierde
vierkaanttotaal
vierkaantvierkant
vierkaantvierkant, eigenwijs, brutaal
vierkaanteglomp
vierkaantegonverzettelijk, niet te vermurwen
vietempeuvlug een beetje
vietenpeu, vietempeu, vietepeutemvlug een beetje, als de wiedeweerga (Fr: vite un peu)
virkeveertje
virtegveertig
virtien14
visjevestje, gilet
visjeszèkskevestzakje
vlaaitaart
vleejvorige
vleej jaorvorig jaar
vleej weekvorige week
vleeje mòndvorige maand
vlirmèùsvleermuis
vlôojvlo
voeballuh, voeballevoetballen
voebollevoetballen
voejervoer, voeder
voejervoering
voejerbakvoederbak
voejereopjutten
voejerevoederen
voejerevoeren, dieren te eten geven, voederen
vòlkmensen
vòlkstèùnvolkstuin
vòllekvolk
vòrsvers
vortheimwee
vortvoortaan, tegenwoordig, heden ten dage
vortvooruit
vort zobinnenkort
vortaon / vortvoortaan
vortdoenhaast maken, opschieten
vrachtwaoge, camionvrachtauto
vrammesvrouw
vraokoewiets?heb ik jou iets gevraagd?
vrèddagvrijdag
vrêet, frêettrots, parmantig, deftig
vrèèvewrijven
vrèmdvreemd, eigenaardig
vrèmd vòllekvreemdelingen
vrèmde gaastmerkwaardig type
vrêûkemoeizaam werken, wringen, ellebogenwerk verrichten
vrêûkerharde werker, doorzetter
vringklôotdwarsdrijver, dwarsligger, ruziezoeker
vromwederom, terug
vromweerom, voorvoorgaande
vrommes, frammesvrouw (mens)
vrouwkemevrouw
vrouwkevrouw
vrouwkevrouwtje
vrouwmèèdhuishoudster
vruugvroeg
vruuge mèèregevroege morgen
vruugervroeger
Vruutgezicht
vruut, fruutaangezicht, bakkes, toet
vruut, fruutflinke neus
vruutewroeten
vruute, fruutewroeten, overal met je neus inzitten
vuile méuk!!stomme zooi
vurvoor
vur, veurvoor
vurbijlangs
vurbroekgulp
vurdèvoordat
vurdè gevoordat je
vurdèggevoordat
vurdèttievoordat
vurdeurvoordeur
vurèùtvooruit
vurhaandvoorhand
vurkaantvoorkant
vurkènderkinderen uit het eerste huwelijk
vurlôopegvoorlopig
vurlôoperkekind geboren vóór het huwelijk
vuropvoorop
vurregvorig, verleden
vurregevorige
vurrigevorige
vurruit, de plots op!!!kinderen naar buiten sturen om te spelen
vurstèllevoorstellen
vurzittervoorzitter
vuste kòsselekveel te duur
vuste vruugveel te vroeg
vusteveulveel te veel
vuugepassen, schikken
vuulevoelen
vuurkeaansteker
vuutjevoetje
völ poetjeslonzige huisvrouw
völlakviespeuk
völlakviezerik
völleghèdvuil, viezigheid, vuiligheid, vuilnis
völlekviezerik
völlekviezerik, vuilak, smeerpoes
völlekevies doen, een vies gezicht trekken
völlekerijvieze praatjes
völlekesvuilnis, gemeentelijke vuilstort
völlesbakkerasbastaardhond
völneswaogevuilniswagen
völtjevuiltje
vösjevuistje
vöstvuist
vöstevuisten (kroegspelletje)
vööl poetje, vèùl poetjeviespoes, smeerpoes, slordig mens

W

waaiweide
waai laandwei land
waajwei
waajweide
waajbôomehoutslecht hout, brandhout
waandelbier drinkegaan wandelen zonder een café te bezoeken
waaromwaarom
waaswas
waasewassen, groeien
Waast es aafGa eens afwassen
walkwaalwijk
WallegentVerveeloor
WallikWaalwijk
Wannie? Dannie!Wanneer? Nooit niet!
WaogeAuto
waogedurven. wagen, riskeren
waogewagen, auto
waorwaar
waorveurwaarom
waoterwater
waoterkaantoever
warzeker, nietwaar, hè
washèùswaskeuken, washok
waspin (neke) wasknijper
wat
Wè / wellikWat zegt u
wé doede gij na?wat doe je?
Wè doede nouw?!Wat doe je nou?!
wè moete gijwat moet je
Wè motte?Is er iets?
wè schuift deh?Wat betaald dat?
Wè zedde gij nou? / eushHetgeen u verteld, verbaasd mij ten zeerste!
Wè zede gij?Wat zegt U?
Wè zède toch unne pietleutWat ben je toch een treuzelaar
Wè zeetie?Wat zegt ie?
wé zitte nauw allemaol te kéken?wat zit je nou allemaal te kijken?
wè zittiewat zei hij
wè, wètwat
wè, wètwat, iets
wé?werken
wèdaanderswat anders
wèdistwat is er
wèèd (wèjer, , wèdst) wijd, ver
wèèd brèngever schoppen
wèèd ewègver weg
weedemanweduwnaar
wèèdèùtverreweg
weedevrouw, weuwweduwe
WèèfVrouw
wèèf, wèfkewijf, wijfje
weegweg
weegetakswegenbelasting
wêekweek, het weken
wèèl. wèltjepoosje, (on) bepaalde tijdsduur, even (tjes)
wèènwijn
wèènewenden
wèène, opwèènewinden, opwinden
wèènegweinig
Wèèneg kaansDie kans is klein
wèènflès (se) wijnfles (sen)
weenigweinig
wèèrwar
wèèrdewaarde
wèèrekekromtrekken (van hout)
wèèrekewerken
wèèremewarmen
wèèrkwerk
wèèrk, wèèrekwerk
wèèrmwarm
weetverdriet
weetverstand, wetenschap
weete (wit, wies, geweete) weten
wèève, (wèèft, wêef, geweeve) weven
wèèverwever
wèèvershöskeweevershuisje
wèèversknêûpweversknoop
weezelekecht
weezelekwerkelijk, echt
wèèzerkeswijzertjes
WéfVrouw
wèfferwat voor, welke
wefkewijf
wèggewat je
wègtweg
wèl meej gestèldin de problemen
welkwat
wèlkwat zeg je
wellek (e), welluk (e) welk (e)
wellek?wat U nu zegt, komt niet in zijn volledige duidelijkheid over
wèlliewij
welluk?Wat zegt U?
wènwat 'n
wen gezèik zeg op nikswat een flauwekul om iets van niets
wen hangeizer, unne plékkerdiemand die ergens te lang blijft zitten
wen teemutszever vrouw
wèndwind
wenne broajert ...!!iets verkeerd doen
wenne gozer eg!!!mooie vent
wenne kwatsertonzin praten
wènnig, nen bietje, ietwèweinig
wènnig, wènnig kaansDie kans is klein
wennun hoop kouwe kakzich hoger voor doen dat hij is
wènterwinter
wènterjaswinterjas
wèpswesp
wèrdwaard
wèrkendagwerkdag
wèrkmanshöskesarbeidershuisjes
wèrkmeensarbeider
wèrkplòtswerkplaats
wèrmtewarmte
wèsdèwat is dat
wèttiewat hij
wiebelkuntje, wiebelstèrtjebeweeglijk kind
wiejewieden
wierwerd
wieriWiet
wieswist
wijerverder
wijerwijder
wijfkeVrouw
wijwaoterpisservroom persoon
wijwaotersbèkske, wijwaotersvatjewijwaterbakje
wirgaojweerga, gelijke
wirlichtweerlicht, bliksem
wirlichtebliksemen
wistewezen
Wiste gij da foe jong hajWist jij dat Foe kinderen heeft
witweet
witkètskind met wit haar
witte geitweet jij het
witte gij .......?weet jij......?
witte gij da nieweetje niet
witte gij utweet jij het
Witte wè?Weet je wel?
wittenieweet je wel
wo, wonwilde (wou), wilden
woakswaaks
wòchtewachten
woggetwou het
WolkWaalwijk
WòllekWaalwijk
WollukWaalwijk
wòrwaar
wòraafwaarvandaan
wòraonwaaraan
wòrre, (wòrt, wier, gewòrre) worden
wòrrendwaarheid
wòrschouwewaarschuwen
wòssemwasem, waterdamp
wousgestoord
woutpolitie agent
woutpolitieman
woutpolitieman / vrouw
wouteeeepolitie
WoutenPolitie
wouten kietpolitie bureau
wouwervisvijver
wörromwaarom

Z

zaaiers of mölkers?kuit of hom?
zaajersviskuit, hom v.d. vis
zaandzand
zaandkèùlzandkuil
zaantemet zand bestrooien
zabbere, zabbelesabbelen, zuigen
zaddoekzakdoek
zakschèèteroplichter
zaodviskuit, hom v.d. vis
zaodzaad
zaodgoedzaaigoed, zaad
zaogzaag
zaogezagen
zaogezaniken, zeuren
zaogezeuren, zanikken, langdurig over hetzelfde blijven praten
zaogemèèl, zaogselzaagsel
zaokzaak
zaolzaal
zaolzadel
zaolegzalig
zaon (vergelijk Duits: Sahne) laag vette room
zaonekezaniken, zeuren
zatdronken
zatgenoeg
zatlapdronken man
zatselhoeveelheid drank om dronken te worden
zattekul, zattepraotdronkemanspraat
ze is zo grün as grasze is nog heel onnozel
ze pamijn vader
zedde gijben jij
zèèdeben je
zêegtam (dieren), braaf, sullig (mensen)
zèègetbent
zeeget, ziggetzegt het, zei het
zeejzei
zèèkurine, zeik
zèèkeregenen
zèèkeurineren, zeiken, pissen, plassen, piessen
zèèkezeuren, vervelend doen
zèèkerdflauwe vent, zeikerd, spelbreker
zèèkerdflauwerik
zèèkmietrut, zeur
zèèknatkletsnat
zèèllinoleum
zèèlzeil, zeildoek
zèèlooregrote oren, zeiloren
zêemzeem
zêem, zêemlapzeem
zêemezemen
zeemelèèchtignerveus, zenuwachtig
zeemellapnerveus persoon
zèèn, zèn (ik zèè, gij zèèt, ik waar, ik zèè gewist) zijn
zeetiezegt hij
zêeverkletspraat
zêeverzever, kwijl
zêeveremotregenen
zêeverezachtjes regenen
zêeverezeveren, zaniken, kletsen, onzin uitkramen
zêeverèèr, zêeverlapzanikerd
zêeverlapspuuglap, morsdoek
zègge, (zègt, zi / zeej, gezeej / gezeed) zeggen
Zeikenzeuren
zèkselhoeveelheid urine
zekskezak
zèkskezakje
zèllefklêêverkezelfklevend papiertje
zèmmezijn we
zènzijn
zènderzijn er
zenèègezich
zenèègezichzelf
zenuwèèchtigzenuwachtig
zepeeronze Peter
zètèèrepelpootaardappelen
zêûmzoom
zêûmezomen
zèùnegzuinig sceptisch
zèùpschèùtveeldrinker
zeuve7
zeuvendezevende
zeuvenenseuveteg77
zèùverschoon
zèùverzuiver, schoon
zi, zinzei, zeiden
ziddezei je
ziedezie je, ziet u
ziegetzie het
zienontmoeten
zimmezètjedameshemdje, bloesje met korte mouwtjes (Fr: chemisette)
zis6
ziszes
zisensisteg66
zitte gij piere te vange??neuspeuteren
zîvverèèrzeurpiet
zjèmconfiture
zjèmjam
zjeu, sjeulevenslust
zo gèèrezo gaarne, zo graag
zo, zonzou, zouden
zò'tzou
zò' tzou
zoagezagen
zoakzaak
zoalzaal
zoé hiet iezo heet hij
zoerzuur
zòftzacht
zògzeug
zogezeed, zogezeejzogenaamd
zoggetzou het
zòkskezaakje
zòlder, zulderzolder, zoldering, zitvlak in een broek
zòltjezaaltje
zòltjezadeltje
zomaOma
zomaons oma
zoma / zopoeons oma
zomarzomaar
zommedêeneaanstonds
zommedêenezo dadelijk
zommedèenezo meteen
zommedêene zèmmerzo meteen zijn we er
zonzo'n, zulke (mv)
zon wefZo een vrouw
zonnezo'n
zôozo
zôojrommel, zootje
zot, zutzou het
zoveulzoveel
zubietstraks
zuijezuiden
zuipehzuipen
zukkezulke
ZulderZolder
zulliezij
ZultEen plakje hoofdkaas
zulthoofdkaas
zultnòrregt, zultvloeraanrecht of vloer van terrazzowerk
zumkezoompje
zummezullen we
zunèègezichzelf
zuukzoek
zuukezoeken
zuukerdachterdochtig iemand, pietlut
zuurkesnatslappe limonade, slappe ranja
zuurkeswaoterzuurtjeswater
zuutbraaf, zoet
zuutjesaonlangzaam
zwallekûslingeren
zwaorzwaar
zwèègezwijgen
zwèènzwijn
zwèènegeluk hebben
zwèèrzweer
zwemjufzwemonderwijzeres
zwèrkezweertje
zwiemketwijgje, lange dunne tak
zwipkezweepje
zwòlluuw, zwòlmzwaluw
zöllie, zulliezij
zörgezorgen, oppassen
zörgtzorgt
ölezèèk, èùlezèèkslappe thee
ölliejullie
ölliejullie, uw
örgelorgel
örregelorgel
örregelpunthoogtepunt
österderrière, achterste, k o n t
österunster, handweegschaal
öt de frut doen, èùt de frut haoleontwarren
öt de frut doen, èùt de frut haoleophelderen
öt de tèèt zèèn, èùt de tèèt zèènuit de mode zijn, dood zijn
öt, ööt, èùtuit
ötboezeroene, èùtboezeroeneuitvlakken, niet vergeten, , erg in hebben
ötbraaje, èùtbraajeuitbreiden
ötdeur, èùtdeur, ötteur, èùtteuruitvlucht, smoesje
ötdröppele, èùtdröppeleuitdruipen
ötdrööpe, èùtdrööpe, èùtdrèùpeuitdruipen
ötdööje, èùtdööjeuitleggen, verklaren, uitduiden
ötêenvalle, èùtêenvalleuiteenvallen, uit elkaar vallen
ötènde, èùtèndeuiteinde
ötgaon, èùtgaonuitgaan
ötgeboezeroend, èùtgeboezeroendbuitengezet, het vertrouwen verspeelt
ötgegleeje, èùtgegleejeuitgegleden
ötgelèbberd, èùtgelèbberdvervormd, uit zijn model
ötgeleuterd, èùtgeleuterduitgepraat
ötgelooterd, èùtgelooterduitgeloot
ötgemeete krèège, èùtgemeete krèègeer van langs krijgen
ötgepakt, èùtgepaktuitgestalde, geëtaleerde
ötglèèje, èùtglèèjeuitglijden
ötgònsdag, èùtgònsdag, ötgaonsdag, èùtgaonsdaguitgaansdag
öthaawe, èùthaaweuithouden
öthaole, èùthaoleuithalen
öthèbbe, èùthebbeboek uitgelezen hebben, klaar zijn
öthèbbe, èùthèbbeopgedronken hebben
ötkèèke, èùtkèèkeoppassen
ötkèèke, èùtkèèkeuitkijken
ötkleeje, èùtkleejeuitkleden
ötklôote, èùtklôotevoor de gek houden, sarren, plagen, tergen
ötkoome, èùtkoomeuitkomen
ötkrööje, èùtkrèùjeuitkruien
ötlaot, èùtlaot, knalpèèpuitlaat
ötlèbbere, èùtlèbberevervormen, uit zijn model geraken
ötlêege, èùtlêegeafgraven
ötlêene, èùtlêeneuitlenen
ötlootere, èùtlootereuitloten
ötmaok, èùtmaoksmoesje
ötmèlleke, èùtmèllekeleegmelken, uitmelken, tot het uiterste gaan
ötnôoje, èùtnôojeuitnodigen
ötpakke, èùtpakkeopbiechten
ötpakke, èùtpakkeuitpakken
ötpakke, èùtpakkevoor de dag komen
ötpraote, èùtpraoteuitpraten
ötrèèke, èùtrèèke (tt ötrèkt, èùtrèkt) uitreiken
ötreekene, èùtreekeneuitrekenen
ötrèffele, èùtrèffeleuitrafelen
ötschaaje, èùtschaajeophouden, stoppen, uitscheiden
ötschèène, èùtschèèneuitschelden
ötschèère, èùtschèèreleegschrapen
ötschèère, èùtschèèreuitschrapen
ötschèùve, èùtschèùveachter het net vissen
ötschèùve, èùtschèùveuitglijden
ötschööve, èùtschööve, ötschèùve, èùtschèùveuitschuiven, uitglijden, bot vangen, achter het net vissen
ötslag, èùtslaguitslag
ötsleutel, èùtsleuteluitslag
ötsliepe, èùtsliepeuitjouwen
ötsliepe, èùtsliepeuitlachen, bespotten door met de wijsvingers over elkaar te strijken
ötslötsel, ötsleutel, èùtslötsel, èùtsleuteluitslag, antwoord
ötsmèère, èùtsmèèreuitsmeren
ötspraaje, èùtspraajeuitspreiden
ötstobbere, èùtstobbereuitkloppen
ötstôok, èùtstôokuitstak
ötteur, ötdeur, èùtteur, èùtdeuruitvlucht, smoesje
öttrèkke, èùttrèkkeuittrekken
öttööjere, èùttèùjerebetijen
ötvèène, èùtvèèneuitvinden
ötvèèner, èùtvèèneruitvinder
ötvòrt, èùtvòrtuitvaart
ötvundere, èùtvundereuitzoeken, uitpluizen
ötzakke, èùtzakketoerusten
ötzèt, èùtzètuitzet
ötzètte, èùtzètteuitspoken
ötzètte, èùtzètteuitzetten
ötzundering, èùtzunderinguitzondering
ötzuuke, èùtzuukeuitzoeken
ööjer, ööruier
ööl (vkw öltje), èùl (vkw èùltje) uil
öölevlucht, èùlevluchtvlucht in de schemer, werken in de schemer
ööruier
ööt, öt, èùtuit
ööze, aozeloeren op, azen op iets