Liwwadders

Dialecten > Friesland > Liwwadders

Liwwadders wordt gesproken in Leeuwarden Liwwadders bevat 161 gezegden, 659 woorden en 1 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

161 gezegden

(afwijzend antwoord) nee, ik sing gien 2 liedsjes foor 1 sentwilt u dat nog eens zeggen?
(antwoord) as se niet binnen binne binne se buten (an ut speule) waar zijn de kinderen?
(waar is die gevelsteen van de ambachtsschool fan mien fader bleven?) waar een wil is, is een weg
ah nee, juh!nee hoor!
als it net kin sa als 't mut, dan mut it maar sa als 't kinals het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan
Amerikaanse skroevedraaierhamer
appeltsje foor de dustappeltje voor de dorst
as alles metloopt hè' we un optocht ....als alles meeloopt hebben we een optocht.
as de klant met de slager praat, mut de wurst um stilhouweals Pietje met Robert praat moet Peter zich stilhouden
as het su mut dan mut het maar suals het zo moet dan moet het maar zo
bij Dokkum omeen grote omweg
binne we lyke oud? of 'hewwe wij samen op skoal seten'?zijn we even oud? (tegen kinderen die niet met twee woorden spreken)
blauwbekkeheel erg koud hebben
Boxumerdam om, de Kantelannen omeen rondje fietsen
Butter, broad en groene kees, wie dat niet segge ken die praat ChineesFriezen zijn de Chinezen van Nederland
daar doene jou mij gien plesier metdaar vind ik niets aan
daar hew ik gien ferlet fandat hoef je voor mij echt niet te doen
daar hew ik gyn ferlet fandaar heb ik geen behoefte aan
daar hew ik niks methet zal me aan mijn reet roesten (wat maakt mij dat nou uit)
daar hewwe jou allenich jouself metdaarmee benadeel je alleen jezelf
daar raak ik niet opgewonnen fanboeit me niet
daar segge wy niks tegen...wat zeggen jullie tegen een lantaarnpaal?
dat figuur het noch nooit niks seidvan hem hoor je helemaal niets
dat figuur is noch te lui om uut 'e ogen te kiekenhij is ongelofelijk lui
dat figuur spoort niet helemaal goeedhij is een beetje de weg kwijt
dat flikke jou my gien tweede keer!dat kunstje lever je mij niet nog eens!
dat hestou niet fan my hoortlaat mij er buiten
dat het gien doeldat heeft geen nut
dat het niet feul om 'e hakkendat stelt niet veel voor
Dat hewwe oupraatDat hebben we afgsproken
dat hoestou niet te wille, juhlaat maar zitten (hoeft niet)
dat is suver nuverdat is heel gek
dat kest stou nietdat kan jij niet
dat liekt as un flag op un strontpraamdat staalt nergens naar
dat mantsje is fan 'e klets, bruunwerkerhij is van het handje (homo)
dat suden jou niet wille muttedat kun je beter niet doen
de brug is dichtde brug is open
de klompetreineerste trein uit richting Veenwouden (naar Condens)
de must dyn vreet houweje moet je mond houden
de ouwe moalen (an 'e Hollanderdyk) lompen en oud papier inleverpunt
de ranstad exprestrein van 8.13 uur naar het westen
de skellen binne my fan 'e ogen fallennou begrijp ik hoe dat (zaakje) in elkaar steekt
die frou het de boks an (inne huus) die vrouw is de baas in huis
die het ut tuuntsje in ut saatover een zwangere vrouw
die ma niet inne Oasiestraat lopewijdbeens lopen
dou hest de keutel bij 't skoane endje hebt gelijk
dou kest mie de haan naaie!je kunt me de pot op!
dou kest ut wel skuddevergeet het maar, dat wordt niets
dubbeltsje-soekergebogen lopend persoon
en we hoeve niet meer naar ut bargehok...op de laatste schooldag zingend door de wijk
ergus ferlet fan hewweiets nodig hebben
fan butenniet van hier
gaan buten speule, juhje irriteert me
gaan fut, juhga toch weg (loop naar de pomp!)
gaan jou de dichte gatsjepanne even by de buurfrou leneeen kind een nep opdracht geven
gaan toch fut, juh!loop naar de pomp!
gaast die kant nog opga je vanavond uit
gaast oek met naar skoal?ga jij ook mee naar school?
geeft niks, juhis niet erg
geeft niks, juh!, is niet slim, juh!niet erg
gien babbelegoechies!, gien flousies!geen praatjes!
gien bedenkingen hewwegeen scrupules hebben
gloepende koudheel erg koud
godfergemes swaarongelofelijk belastend
heitsje foor un karweitsjeheitje (kwartje) voor een karweitje
hest de raffels an de bek hangenje praat te veel
hest ut al hoort?heb je het al gehoord?
hestou noch wat te vetellen?waag het niet ...!
hew mien nochtben het zat / geen zin meer
hij het de sokken d' r inhij gaat erg snel
hij het nou un sandwinkeltsjehij is overleden
hij mut ome segge teugen de Oldehovehij is een echte Liwwadder
hij woant nou op het Skapedykjehij is dood
hoefst niet te wete, juhlaat maar
hofkesingeappels of peren stelen uit iemands tuin
hou dien hassesje moet je mond houden
hy het daar un hantsje fandat is een gewoonte van hem
hy het spyt as haren op syn hassushij heeft ongelofelijk veel spijt
ik fien ut helemaal nikshet is niet leuk
ik hew daar gien moeite metik vind dat geen probleem
ik hew de leg uutik ben kapot moe
ik hew de put d'r uutik ben klaar (met het karwei)
in 'e nestenin de problemen
in 'e wien optegen de wind in
ja hallo, daar ken ik niet feul fan begriepe (kenne jou miskien oek un bitsje gewoan doeën?) niet te begrijpen (doe toch eens normaal)
jou mutte gien spatsies hewwejij moet geen kapsones krijgen
jou mutte je niet soa aanstelle!doe eens normaal, man!
kakkestoelematteschommelen op de armen (zitje) van 2 volwassenen
keetlelleplezier maken (luidruchtig)
ken er wel op skijteheb ik een hekel aan
ken't skele juhwat maakt het uit
kenne je wel fergete, juh....dat gaat dus mooi niet door...
kest mie wat!je kunt me wat!
kry toch heel gauw de rambampleur toch op
kwienskwanstussen neus en lippen, terloops
laat maar sitte, juhhet hoeft voor mij niet meer
laat se mar gewuddelaat ze hun gang maar gaan
lau loene!mooi niet!
lepelke - lepelke leggedicht tegen elkaar aanliggen (in bed)
melkboerehonnehaaronstuimig plukkapsel
met dat figuur is gien land te besielenmet hem kun je helemaal niets bereiken
moai tochfijn dat het zo is
must dien hasses houwe, anders krijst een kwababber op dien taat 'taat'? of hassus?hou je stil, anders krijg je een klap voor je kop
must dien kaak houwebek dicht
must hier kommekom maar op
must niet segge, juhdat is niet voor de openbaarheid
must op de Weaze wezede dames van plezier bezoeken
Must ophouwe te sjanterenHou op te zeuren
must un bitsje op dien tellen passe, juheffe dimme...
must us kiekemoet je eens kijken
must uutkieke, juhje moet uitkijken
o nietanof niet dan
of je wust lusse!wat zegt u?
onferklaarbaar bewoande woaningonbewoonbaar verklaarde woning
op mij hoeve jou niet te rekene, daar doen ik niet aan metdaar doe ik niet aan mee
op sien elvendertigst of su traag as dikke strontzeer traag
over ut mot kommeongelegen (op bezoek) komen
pielkje skietepijltjes blazen
sappelede eindjes moeizaam aan elkaar knopen
se hewwe allemaal wat te segen over mien supen maar gien meens weet wat foor dust ik hewiedereen heeft het over mijn zuipen maar niemand kent mijn dorst
se mutte jou ienblikke!wat ben jij een ongelofelijke soeplul!
sentense negoasieeen hoop drukte om niets
skeetsje beefbeetje scheef
skots en skeefschots en scheef, rommelig door elkaar
skotsje lopeover dun ijs lopen
skotsjelopeover onbetrouwbaar ijs lopen
Sloege su oek maar foor de tied was hy doadover een zeer langzaam iemand
stiekeltsjesgemillimeterd kapsel
su traag as dikke stront in een trechterheel langzaam
suden je niet sege ...dat had ik nooit gedacht ...
suden je niet?zou je niet?
suden je se niet?zou je ze niet (de nek omdraaien, die etters)
suden jou dat wel doen?zou je dat wel doen?
suust wel wille ..., suden jou wel wille...dat zou je wel willen ...
tandsje bijsettetempo verhogen
un bitsje te drukiets te levendig
un knipperke doeneen uiltje knappen, hazenslaapje
un Liwwadder gaat foor skunen naar Steeman op ' e Tuneneen Leeuwarder gaat voor schoenen naar Steeman op de Tuinen
ut Fliet is oek niet meer wat ut weest is ...de tijd vliedt onherroepelijk heen ...
ut gaat um foar de wienhet gaat hem goed
ut ging skeef neethet liep uit de hand
ut hoeft niet flug as ut maar un bitsje flot gaatje hoeft je niet te haasten (sarcastisch)
ut innigste wat jou kenne is fan broad stront makevoorkom zelfoverschatting
ut is niet erg ...dat geeft niet ...
ut is róétkoudhet is ijskoud
ut klompke fullebruggeld betalen
ut regent ouwe wieven en hânspakenhet regent pijpestelen
uut 'e rafels, verpopsakttotal loss
uut e boekenheel erg moe
waar komstou weg?waar kom je vandaan?
wat een Oene fan Tijumdie heeft het buskruit niet uitgevonden
wat frete we fanaavend?wat eten wij vanavond?
wat seist my nou?daar geloof ik helemaal niets van
wat staat er by jou op ut naambordsje?ken ik jou?
wat suustou nou, juh?wat zou jij nou?
wat suustou nou?wat zal jij nou (tegen mij beginnen)?
wat wústou nou, (juh)?wat wil je nou?
wat wuust dou nouwat wil jij nou
we mutte altied maar rechtdeur riede.we moeten steeds rechtdoor blijven rijden.
we mutte hier gauw futwe moeten snel maken dat we weg komen
weest welweet je wel

659 woorden

(kiender) sitsjekinderzitje (op de fiets)
(Leeuwarder) courantkrant
(op ut) skellinkje (sitte) goedkoopste rang
(peerde) stutpaardenstaart

A

aapkeaapje
abberasiesinspiratie
Achter de Hovenvoorbij de groentetuinen
achter de poestenbuiten adem
afdragerketweedehands kleding
afgrieselukweerzinwekkend
aftrekken, ut recht in eigen han nimmemasturberen
ah goeie!hallo
Akkrum SuudHeerenveen
allenichalleen
allerafgrieselikstongelofelijk
anaan
anbreiden pruukjehaarexstension
andesanders
appelsmotsappelmoes
asautovuilniswagen
asenstraks, zo meteen
asfat, asemmervuilnisvat
asmanvuilnisman
autopedstep
Auwe galeienOldegalileen
avvekaatsjeadvocaatje (eierlikeur)
awwesereopschieten

B

bargebieteruzie
bargehassusdom hoofd
bedéltegreppel
bedeltsjesbedelketting
beerdbaard
begriepelukbegrijpelijk
bejaardenhuusverzorgingshuis
besketenbelachelijk
beskikbaarbeschikbaar
beskút, tweebakbeschuit
beteunebetalen
beursportemonnee
bewyskebeetje (z.n.)
bibberasiesangst
binne - waren - weestzijn - waren - geweest
binnenbanbinnenband
bitsjebeetje
blad - bladdenblad - bladen / bladeren
bladsiedebladzijde
bladsjeblaadje
bladwiezerbladwijzer
blauwe engeldiesel-electrisch treinstel
bleekgazon
blienblind
bloemkepotplant
blydblij
boatsjebootje
boatsje vareronddobberen
bom iesonbetrouwbaar ijs
bonkbot
borgerseigenheimers (aardappelsoort)
bovenop de eerste verdieping
boxkleedkamer (op sportcomplex)
briek, skeefscheef
broad, bollebrood
broe'dmisselijk
broek, boksbroek
broerkebroertje
brommerkeSolex
brukegebruiken
brune sukerbasterdsuiker
brykgammel
búsezak (in broek of jas)
buskebusje
bustelborstel
butenbuiten
butterboter
buukbuik
buuksnorschaamhaar
buusbuis
buutenbanbuitenband
bylebijl

C

CAFgraanopslag
Cohen an 'e Eedarmenschrabberij
CP (uut Grunnen...) ranja (limonadedrank)

D

dakdalfernietsnut
dalyksstraks
dalyks, futendalyks, aansenzometeen, aanstonds
de condensFriesland Campina enz.
de folgende dag's anderen daags
de iesbeerijscoman
de mauermuurwegversperring (van de 'Duitsers' op de Groningerstraatweg)
de Overdektezwembad
De rek út ' e longenc.o.p.d.
de sikrangeerlocomotiefje met treeplank
deune, knakepoetsergierigaard
deunskgierig
deursettevolhouden
deursettedoorzetten (volhouden)
diefke met ferlosverstoppertje (spelen)
dien - dientesjouw - de jouwe
dieseltsjedieselmotor
dijjou
dissedeze
disse nachtvannacht
doaskedoosje
doen - deden - deendoen - deden - gedaan
donderdeldoekparachute
dou, joujij
drekstzo direct
droldruiloor
dropfeterveterdrop
druufdruif
dubbeltsjedubbeltje (10 cent)
dúmkeduimpje
duplexwoningtwee-etage woning
dustdorst
duufduif
duumduim
duustroos (in je haar)
duveltsjepotkacheltje
dykdijk

E

eek, jittikazijn
Een getinte spits van SC CambuurZwarte parel
een nusteen boel
eerbeiaardbei
eerpelaardappel
eerpelsmotspuree
eilukseigenlijk

F

faakvaak
fan 'e annere kantanderzijds
fan 'e annere kant ...eventueel
fan 'e weromstuutals reactie
fan ' e blauwe knoopgeheelonthouder
fansélsuiteraard, vanzelfsprekend
fanselsvanzelf, vanzelfsprekend
fastbienevastbinden
feintsje lokparfum
fekaansievakantie
fémerkveemarkt
ferbanverband
ferbranneverbranden
fergaderevergaderen
fergees, fergemesgratis
fergete - hewwe fergeten - binne fergetenvergeten - vergaten - zijn vergeten
ferlosbuut vrij
fersamele - fersamelden - hewwe fersameldverzamelen - verzamelden - verzameld
ferskrikkelukerg
fetsakdik persoon
feulveel
fielevijl
fiene - fonden - fondenvinden
fiooltsjeviooltje (plant)
flagvlag
flexhaakse slijper
flieberspeeksel, spuug
fliegtuugvliegtuig
floerkleedpersiesch tapijt
flooivlo
flugsnel
fluusvel (op de pudding of warme melk)
fluuskedun laagje
foeballevoetballen
fogeltsjevogeltje
Fricoletta, smeerkeessmeerkaas
froegervroeger
fry meiskeongetrouwde vrouw
fúlfel
furkvork
fut en daliksmeteen, direct, stante pede
fut-en-daleksmeteen
fut, kwietweg (kwijt, verdwenen)
futnienenmeteen
fuurvuur
fuuranstekeraansteker
fuurke stokevuurtje stoken
fuut, futenvoet, voeten
fyftigvijftig
fyngereformeerd

G

gatsjepannevergiet
gebrúkgebruik
gefangenis, blokhuusgevangenis
gelykgelijk
gelyk - gelykesegelijk - gelijke
gelykesedezelfde
gerengaren
gewoangewoon
gien nocht angeen zin in
gladdensgladheid
glidervetrandje op (rund) vlees
gliedbaanglijbaan
gloppesteeg
gnizeglimlachen
gnuuvemeesmuilen
grauwe otten / grauwe ettencapucijners
gremietigchagrijnig, verbeten
griebus, soatsje, soepsoatsjerommeltje
griemeknoeien
grieze (dat eten griest my an) gruwen (ik gruw van dat eten)
groate boanentuinbonen
groate bruune broederkeutel
guule, skrieëmehuilen
guzensommigen

H

haffeltsjehandje vol
hakhiel
hammerhamer
hampelmanonhandig persoon
hampelmantsje, hampelemanprutsbeer (kannix)
hampelmantsje, onderdeurkeonderdeurtje, klein persoon
han, hannenhand, handen
handkarrerollator
hange - hongen - hangenhangen - hingen - gehangen
hantsjeklaphandelen (op de veemarkt), bieden
harkjeTV-antenne
hasseskop, hoofd
hat, hatsjehart, hartje
hemkehemdje
heringharing
hestou / hewwe jouheb jij
hewwe - hadden - hadhebben - hadden - gehad
hiemerf
hinkelehinkelen (kinderspel)
hippeltsjejonge vrouw
hoe suhwaarom
hoekskopcorner (voetbal)
hokschuur (bij woning)
horloziehorloge
houtsje touwtsjegeimproviseerd
hun, hunteshun, van hun
hunniesvan hun
huudhuid
huushuis
HuzumHuizum

I

idijoatidioot
iesbaanschaatswalhalla
ieskeijsje
iezerijzer
Ik hef mien nochtIk heb geen zin meer
ik hew de leg uutdoodop
in 'e tiesin de knoop
in huus speulebinnen spelen
inne huusbinnen
insepeinzepen (om te scheren en in de sneeuw)
IWGLwaterleiding

J

ja wattuh!ja echt he!
jarentieten
jarregier
jimmejullie
joekejeuken
joekelgroot ding
joektejeuk
jonkjejongetje
jonkjeborrel (jonge jenever)

K

kaartsjesknipperconducteur
kadetsjezacht broodje
kajuutdakkapel
kanne - konden - kannen of kenne - konden - kennenkunnen - konden - gekund
kantkoek (van bakker Hardorf aan het Molenpad) afsnijsel
kapotsjecondoom
kee, skaars
keeskaas
kermenaatsjekarbonaadje
kerstbomen ferbranne / opstokekerstbomen verbranden
kien - kienderskind - kinderen
kienderwagenbuggy
kiepkip
KiepeloopVerversbrug
kieperkeeper
kiepesopkippensoep
klassinerediscussiëren
kloatsak, knurfthufter
kloskebreiepunniken
klutsergarde
knaakepoetsergierigaard
knaapkeklerenhanger
knie (ut knie) knie (de knie)
knien, knientsjekonijn, konijntje
kniensfelkonijnenvel
knieptangenijptang
knoopke (s) knoopje (s)
koalbladdenkoolbladeren
koegelkogel
koegel, bakketstuiter (dikke knikker)
koeikoe
koemkekommetje
koeseslapen
komme - kwamen - komenkomen - kwamen -gekomen
Koopmansmeelfabriek
kopkekopje (voor thee of koffie)
kopke wutteliemand die onzin vertelt
korfkemandje
kraamkemarktstalletje
krakeelekletsen
krentsjebreiwatergruwel
kriet, stoepkrietkrijt
krietsjekrijtje
krietsjebordkrijt
krije - kregen - kregenkrijgen - kregen - gekregen
krimmenereklagen
kroandoadhartstikke dood
kroantsjepenschrijfpen (voor schoonschrijven)
kropwreef
krupe - kropen - kropenkruipen - kropen - gekropen
krúsbeienkruisbessen
kruuderijspecerij
kruus, kruuskekruis, kruisje
kruuskopskroevedraaierkruiskopschroevendraaier
kukelevallen
kukentsjekuikentje
kustkorst
kuut - kuutenkuit - kuiten
kwansies, kwienskwansterloops
kwastcitroendrank
kwatsjekwartje (25 cent)

L

LAB, LABO, NOF, NTM (en ESA) busmaatschappijen
lanteernpaallantarenpaal
lapkepoep (zoals C&A Brenninkmeyer 'ooit') marskramer met kledingstoffen
leers - leerseslaars - laarzen
lekkerijlekkage
lepelkelepeltje
liemlijm
Lijempfijsfabriek
Liwwadden, Luwadden, LeewaddenLeeuwarden
lope - liepen - lopenlopen - liepen - gelopen
lunatokermis
luusluis
LuwaddenLeeuwarden
luzicharmetierig
lyf, bealichlijf, lichaam

M

macadamrijweg met betonplaat verharding
mankeliekmelancholiek
mantsjemannetje
meelkoekjebiskwietje
meensenmensen
meestentiedsmeestal
meiske, mokkeltsje, popkemeisje
merkmarkt
met 'e benewagenlopend
met sinmet opzet
metse (teugen un andere buurt) voetballen
MeurenSlapen
miegeurineren
mien - mient, mientesmijn - de mijne
miskienmisschien
móéd, wurgmoe
moekemoeder
mofwant (handschoen zonder vingers)
mogelikmogelijk
mugvlieg
must hier komme (juh!) kom dan!
mutte, ik mut, dou must, hy mut, wy mutte, jou mutte, sy muttemoeten
muusmuis
muuskesmuisjes (gestampte)

N

natte wusjesverse worst
natte wustsaucijsje
neefkeneefje (familie)
neefkemug
nekkrabbertondeuse
niksniets
noatnoot (muziek)
noatsjes 4steenkool
noch nooitnog nooit, nimmer
noflikprettig
noflik, smuk, geselliggezellig
nummerke (make) nummertje (maken)
nút, nuverraar
nuutnoot (vrucht)
nuvervreemd
nysnieuws
NystedNieuwestad

O

oaliefantolifant
oans - oanzesons - van ons
odeklonje (auwe meiskes verfrissing) eau de Cologne
oekook
oliemoalentsjelieveheersbeestje
Ombeletvisboer
omeoom
omkeseggeroomzegger
ommesimmers
onbegriepelukonbegrijpelijk
onfergetelukonvergetelijk
oorpulkerwattenstokje
op 'e pruum kruupe (sorry dames) gemeenschap hebben
op ' e hanhandje contantje
op apegapen, verpopsaktuitgeteld
op sien minstminimaal
op skobberdebonk gaanongepland, op de bonnefooi
op ut selfde momenttegelijkertijd
opfretteopeten
opoeoma
opskikkeopschuiven
opskrieveopschrijven
OsiestraatOosterstraat
oud gebakjeoude vrouw
ouwe skeukbeste vent
ouwe weduweopoefiets
ozzesvan ons

P

padsjepaadje
pakjaskecolbertje
pakjesdragerbaggagedrager
pankoekspannekoekenpan
pantsjepannetje
pappepapa
pappe, fadervader
parkeerkaartsjeparkeerbiljet
pepermuntsjepepermuntje
permanentsjepermanentkapsel
persiesexact
persiesprecies
petatsje métpatat met mayonaise
pielke buusblaaspijp
pienehasses, pinekophoofdpijn
pienlukpijnlijk
pieppijp
piese, miegeplassen
pietereuliepetrolie
pilskepilsje
pinebuuk, pienebillugbuikpijn
plesier hewweamuseren
pliesie, blauwe mugpolitie
ploske, kapkekapje (van een brood)
poeierwarme chocolademelk
poeiermoalkechocolademelk
poepertbips
poestpuist
poffertcake uit bolblik
pontsjevoetveer
popkebaby
portefullieportefeuille
potloadpotlood
praamgrote sloep
prebereproberen
Prinsetuunstadswal
pruukpruik
púdezak
puntbroadsjepuntbroodje, pistoletje
punteslieperpuntentenslijper
putsjeklusje, werkje
putsjeklusje
putsjekarweitje
putsjesugertrottoirputzuigmachine
puudsjezakje
pyn'tooroorpijn
pypoverkluizing
pypke poppepijp stoppen

R

redens, skaatsenschaatsen
reetbips
regenpiephemelwaterafvoer
rezien - rezienenrozijn - rozijnen
riekrijk
riesrijst
rondtoffeleronddwalen
rooie beienrode bessen
roombroadsje, puddingbroadsjepuddingbroodje
ruut (ut ruut) ruit (de ruit)
ruuten lapperamen zemen
ryde - reden - redenrijden - reden - gereden

S

saadzaad
saadhannelzaadhandel
sausjespinda's (aardnootjes)
saves's avonds
scout, padferslinderpadvinder
seikenatdoornat, heel erg nat
seikstraaletterbak
sekerzeker
self, dat doen ik selfzelf, dat doe ik zelf wel
seun, soanzoon
seuvenzeven
siek, skeef yn ' e pantyziek
siekenautoambulance
siekenhuusziekenhuis
sielboatzeilboot
sien - sient, sienteszijn - de zijne
Sienema PallakkeeCinema Palace (bioscoop)
siepelui
siepel en wuttelsstamppot
siepelsjeuhachee
sikjebaardje
sjottevoetballen
sjusleefjuslepel
sjutsjeonderdanig persoon
skaafschaaf
skaapschaap
skaatschaduw
skalijtoodespelle
skame - skaamden - skaamdschamen - schaamden - geschaamd
skapebloemwitte klaver
skave - skaafde - skaafdschaven - schaafde - geschaafd
skeerschaar
skeermasjienescheerapparaat
skeermeskescheermesje
skeet - skeetsjescheet - scheetje
skelebrildrager
skeleschele
skere - skeerden - skorenscheren - scheerden - gescheerd
skeve spuierpraatjesmaker
skietepoepen
skíéteschieten
skiethuusWC
skiethuuslafaard
skiethuus, skieterd, (bange) broekskieterangsthaas, bangerik
skiftesorteren
skille - skilden - skildschillen - schilden - geschild
skilleboerschillenboer (GFT-inzamelaar)
skip - skippenschip - schepen
skoalschool
skoarstienschoorsteen
skolkschort
skommelschommel
skouder, ut skouderschouder, de schouder
skriefiezervulpen
skriftschrift
skrikkeschrikken
skrobberboender
skroefschroef
skroeve - skroefde - skroefdschroeven - schroefde - geschroefd
skryve - skreven - skrevenschrijven - schreven - geschreven
skun - skunenschoen - schoenen
skunpuutsersguudschoensmeer
skure - skuurden - skuurdschuren - schuurden - geschuurd
skutteltsjeschoteltje
skuufpuschuifpui
skuumblokgeel-roze snoepblok
skuumkeschuimpje (zacht snoepje)
skuurpapierschuurpapier
skuuve - skuufden - skovenschuiven - schuifden - geschoven
skyterydiarree
skythakhielblaar
Slappe Douweslangenmens
sleurhut (maar niet allenich in ut Liwwadders...) caravan
SlieneSmullen
sloatsje springeslootje springen
sloegslaperig
slofzacht (van koekjes, beschuit e.d.)
slukjeborrel
smiddes's middags
smoelesmidtandarts
smoorstomdronken
smorges's morgens
sneupe, snuffelerondneuzen
sniede - sneed - snedensnijden - sneed - gesneden
snotbongelsnotneus
snotdoek, saddoekzakdoek
snotkokerneus
snutesnuiten
snuutesnuiten
soadsjezootje
soafeulzoveel
soeéthoutzoethout (kauwwortel)
sóégsufferd
soepsleefsoeplepel
somtiedssoms
soutzout
soute hering, suure heringhollandse nieuwe
sparreboontsjesspercieboontjes
spatsjes hewwekapsones (een air hebben)
speulespelen
speulgúdspeelgoed
speultún, de kleine Bontekoespeeltuin
spiekerspijker
spiekerboks, spiekerbroekjeans
splieterigschraal (huid)
split-levelMariniersespel
spokebloemfluitekruid
spuieovergeven
spultsjebedoeninkje, bedrijfje
spytspijt
spytgniezestiekem lachen
stadhuusgemeentehuis
stekelbaarskestekelbaarsje
stieg op ut ooch, strontsjeontsteking (aan een ooglid)
stiepsteun, stut
stieveerectie
stofsugerstofzuiger
striekiezerstrijkijzer
strikstropdas
stroffelestruikelen
strotkokerkeel
stukken, naar de barrebiesjes, kapoerewitz (jiddish) kapot
stutstaart
stuverstuiver (5 cent)
suzo
SúdergrachtswalZuidergrachtswal
súertsjeangsthaas
suertsjebraverik
sukadelapke, draadsjesvleessuddervlees
sukeladechocola, chocolade
sukersuiker
sukerbroadsjesuikerbroodje
sukerklontsjesuikerklontje
sukszoiets
sundagzondag
suskezusje
súterigslordig
suup, suppekarnemelk
suupezuipen
suupenbrei, suupengottenbreikarnemelksegortpap
suurtsjesnoepje
suuste ...zou je ...
suutsje, soeate, suuteneenwatje (persoon)
suverzuiver
swemmezwemmen
swetserfantast

T

taartsjegebakje
takelbedrief, Rosiertakelbedrijf
TalaminiLa Venezia
tan - tannentand - tanden
tannebusteltandenborstel
teerasfalt
tegaresamen
tegeliekgelijktijdig
tentsje bouweerectie
tiedtijd
tillefisietelevisie
tillefoantelefoon
tl-buustl-verlichting
toanentenen
toereboutlisdodde
tontsjetonnetje
tontsje mannenplee boys
trappehuustrappenhuis
treppottheepot
Triotelpre-MCL
tútkus
tuuntuin
tuunbouwergardenier
tuuntsje pliesieparkwachter
twee fieftigrijksdaalder (2, 50)
twintig foor fiertien over half vier
tykteek
TynjedykTijnjedijk
tyre eter, tjirmerslechte eter

U

uneen
un rondsje riedetoeren (een autoritje maken)
uthet
ut kinde kin
Ut Kleine Krantsje (fan Fenno Schouwstra) oud nieuws
ut saailandWilhelminaplein
ut skouderde schouder
útstrektuitgestrekt

U

uutuit
uut 'e nek kletsewauwelen
uut fan huuslogeren

V

vedivedaasjeverstrooiing
verinnewere, fergriemeverknoeien, verprutsen
verpopsakthelemaal confuus
verve - verfde - verfdschilderen - schilderde - geschilderd
vievervijver

W

wantenhandschoenen (met vingers!)
Weerklankzeeheldenbuurt
wiedenwastwagenwijd
wiefvrouw / meisje
wienwind
wille - wuden - wiltwillen - wilden - gewild
wit op swat, poeierzwart-op-wit (salmiaksnoep)
woadwoord
woanskipwoonboot
wurmklein kind
wustworst
wuttelwortel
wykwijk
wyzer (fan 'e klok) wijzer (van een klok)

1 opmerkingen

  1. De Leeuwarder keel-R komt nergens in Nederland of Vlaanderen voor, die schijnt zijn oorsprong in Denemarken te hebben. Ook in het gebruik van de R is hij bijzonder, vaak wordt hij weggelaten, bv. Lee'wadden.
    Ook de toevoeging 'jeu' wordt bijna als het scandinavische jø uitgesproken, vgl. 'joh' in NL

    Info: uit boek van de Nijmeegse Universiteit, naar ik meen.