Duffels

Dialecten > Antwerpen > Duffels

Duffels bevat 20 gezegden, 622 woorden en 2 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers.

PDFLog in

20 gezegden

aurzak doenvals spelen
das van tèt te raadat is van te hard te rijden
e zwèt schaupeen zwart schaap
Eft aa bakkes joengHou uw mond man
ij is de keutste nietHij is de kwaadste niet
in poziessezwanger
in zaan raupe schaateiemand dwarsbomen
merrezaakslappe koffie
ne floeren aup kakkestomverbaasd zijn
ne platten tuupeen lekke band
nen deus onder oe gateen pak voor de broek
oep zaanen blaak spieëkeiemand dwarsbomen
passeede weikverleden week
pauling in 't gruunpaling in't groen
sjoekelat mé neutjeschocolade met nootjes
sondags dingezondagse kleren
sweikendags dingedoordeweekse kleren
tenneuste weikvolgende week
wezzelezenuwachtig prutsen
wezzeleirzenuwachtige prutser

622 woorden

't eusketoilet

A

aahij
aa peekeshoësrusthuis
aakeik
aarei
aareeieren
aarekoekomelet
aasijs
aasstoelslede (ijsstoel)
aasstoelslee
aathout
aatoud
aaveuw
aave peeoude man
aazere wegspoorweg
abriebunker
allegoëallemaal
ambesjuurmondstuk (van koperinstrument)
andaafandijvie
appelspaasappelmoes
ardoënarduin
arjoënui
arzaanazijn
aspèzzeasperge
aunhaan
aunschoëveaanschuiven
aupaap
aurhaar (subst.)
aushaas
aussemadem
auszakvluggerd
auverhaver
auvermauthavervlokken
auvermautpaphavermoutpap
azaanazijn
azaanpisserzuurpruim

B

baabelbijbel
baatelbeitel
baavalbroodbeleg
baskulweegschaal
batteriedrumstel
bautbaard
bavetslabbetje
bedieëmeseffens
beelekeprentje
beessnoepje
beikbeek
beiraalt
beirbeer
beirputbeerput
berrevoetsblootvoets
beukenwenen
beukpaanbuikpijn
beustborst
beustelborstel
bïeënaaverbeenhouwer
bieënaaverslager
biekesbijen
bierstekerbierhandelaar
bjéstekoeëpmanveehandelaar
blaasselblauwsel
blaatblauw
blaffetureraamluiken
blaffetuurrolluik
blauspaapblaaspijp
bleitenwenen
blieëkbleek
blokhouten klomp
blokmaukerklompenmaker
blottekopkaalkop
boeëmboom
boeërboor
boëkbuik
bosselennekemeiklokje
botlaars
braabreien
brakskesmannewoonwagenbewoners
branzjeleearmband
brembeesbraambes
broëdbrood
broekschaaterbangerik
broemmerbromfiets
bufsteekbiefstuk

D

deenespaarden
deenespaardenneboom
deikendeken (persoon)
dèrmdarm
dèstagdinsdag
deusmeulemaaidorser
deustdorst
doëfduif
drautdraad
droëdraaien

E

eiteerwten
eiveregsaverechts
ellentrikelectriciteit
epshesp
ermarm
errebolknikker
ètjeserwtjes
ètjes en peekeserwtjes en worteltjes

E

euninghoning
eurhaar (bez. vnw.)
eurgelorgel
eurgelistorganist
eusketoilet
euzzelhorzel

F

fasjenbakkebaarden
fassebakkebaarden
februaurefebruari
fernaaskookvuur
fezantfazant
fizantfazant
flaaflauw
flaabeusflauwerik
flaavekullarie
flaavenaupflauwerik
flewaankussensloop
flierefloëternietsnut
fliermoiësvleermuis
floerfluweel
floervelours
floëtfluit
forketvork
frakjas
framboeësframboos
frinketvork
froëtfruit
froëtvloëfruitvlaai
frutfriet
frutkotfrituur

G

gaagij (enkelv.)
gaasgas
gaasvuurgasvuur
gaatgeit
gaatgoud
gabberdinregenjas
gaffelhooivork
gazéttewinkelkrantenwinkel
gebreeëgebreid (gestrikt)
geilepoddingvanillepudding
gelaakgelijk
gellegij (meerv.)
gereuktgerookt
gèrnootgarnaal
gèsgras
gèsmasjiengrasmaaier
gèszautgraszaad
gidonfietsstuur
gierege pinvrek
gierrege pinvrek
graasgrijs
grèchtgracht
groskèsgrote trom
gruungroen

H

haughaag
Het schaatdiarree
heuskeWC
hoeëhooi
hoeëfdonderwaazerhoofdonderwijzer
hoefaazerhoefijzer
hoëshuis
hullesteenkool
hullebuskolenkit

I

ieëmeremmer
ieërgistereeergisteren

J

jammekloeëteonbenul
jammekloeëteonbeul
januaurejanuari
jatkop
jèbeesaardbei
jeirgrond (zand)
jeirzand (grond)
jeirbeesaardbei
jeirwegaardeweg
joenkjong
juffrajuffrouw
jute zakstoffe zak

K

kaarkar
kaaskous
kaatkoud
kaffekoffie
kaffebeuskoffiebeurs
kaffekoekboterkoek
kakstoelkinderstoel
kallisjenaatzoethout
kallisjezjapdrop
kassaakassei
kasserolkookpot
kautkaart
kave plakoude schotel
kazakboekentas
keefkevie
keigelkegel
keigelbaunkegelbaan
keigelekegelen
keirelkerel
keiskaas
keitelketel
kéllekameropkamer
kéllekaumeropkamer
kereurrenner
kernaankonijn
kerneullevogelcanarievogel
kernisdakgoot
kesteunnekastanje
keujkoe
keuneginkoningin
keuningkoning
keurrewaugekruiwagen
keussekuisen
keusterkoster
keusvraapoetsvrouw
keutkort
keuterekvuurpook
kezzekersen
kiekekip
kiekeskotkippenhok
kjeiskaars
kjèskespissermisdienaar
kjeskesprossessekaarskensprocessie
kjeurekekoordje
kjeurrekekoordje
klakpet
klauverklaver
kletskopkaalkop
klottekesuikerklontje
knepkin
knieëpknoop
kodakfototoestel
koeërkoord
koemkoemerkomkommer
kommesseircommissaris
konseirtoneelvoorstelling
koppaanhoofdpijn
korbijaarlijkwagen
korteletkotelet
kozaankozijn
kraumkraam
krawèllegheftig
kreimgelasijskreem
kroënootnootmuskaat
krollekrullen
kwipselkwispel
kwizeniecuisinière

L

laaflijf
laaklijk
labbekakslappeling
lanteirelantaarn
lautlaat
lautelaten
leipellepel
leirleder
leiveleven
lekneusdruipneus
lèsterlijster
leubbeloebas
leugeneirleugenaar
leuzzeuurwerk
loërikluiaard
lotsoeërflapoor

M

maamei
maanmijn
maatmeid
magrinmargarine
majeneismayonaise
marsepaanmarsepein
masjienmachine
maugermager
maukemaken
maukenmaken
maunmaan
meilmeel
mélekmelk
méllekmeuttegroentje
méllekpèddemelkstoeltje
meskemeisje
mètmarkt
mètwaafmarktvrouw
meulderteirmeikever
meundagmaandag
meuntmaand
meurreggaar
meuttekalf
meuttelmortel
mjeirelmerel
mjeitmaart
moembakkesmasker
moësmuis
moestassnor
morregemorgen
mostautmosterd
motsjeklétmoto
muurzakermier

N

naftbenzine
naftpoempbenzinepomp
netzakboodschappentas
neultnaald
noënaaien
noëdoeësnaaidoos
noelekemondharmonika
noëmasjiennaaimachine
noenkelnonkel

O

oeëvejèrreghoovaardig
oëluil
oepneemvoddweil
onderwaazeronderwijzer
ooleolie
ottoauto
ottobusautobus

P

paanpijn
paappijp
paazedenken
paazepeinzen
papschoolkleuterschool
paraaprei
pardessuoverjas
pastoeërpastoor
pateekegebakje
paulingpaling
pausaapaasei
pausauspaashaas
pausepasen
pauterpater
peekeswortelen
peiperpeper
peirpeer
peirelparel
peirenboeëmpereboom
peirepluregenscherm
peitmeter
peiwepswesp
peksjelaapeersiroop
pélse frakbontjas
pepelvlinder
permiabelregenjas
perusparkiet
pèsperzik
peterepeter
petètaardappel
peulkussensloop
peutkikker
piepenbeurgverstoppertje
pierregenworm
pinijsduimspijker
pinnegatoorworm
pintglas (drink-)
pisbloempaardenbloem
pisdoekluier
pissaanurinoir
pjeiremeuledraaimolen
pjeiremeulepaardemolen
pjeiremiësterveearts
pjeirenoeëgspiegelei
pjeireseuzzepaardedeken
pjeirestrontpaardevijg
pjeireweustpaardeworst
pjètseuzzedaas
pjijdpaard
pladaaspladijs
platte keiskwark
plautplaat
plèkbandkleefband
ploddekegriep
poddingpudding
poddingvanillepudding
poeëtpoort
poemppomp
poempeloerekekikkervisje
poepsjelaapeersiroop
polleipelpollepel
pollispolitieagent
poompebakaanrecht
portbagaasbagagedrager
potsmuts
praasprijs
pranilpraline
proëmpruim
proëmespaaspruimenmoes

R

raarauw
raarij
raarijden
raarouw
raafhark
raagerijgen
raarrammelaar (konijn)
raasreis
raasrijst
raaspaprijstpap
raatèkschommel
radaasradijs
ramenètsramenas
raupraap
raweunsbrut
reigenregen
rejonspaak
rékelastiek
reweunswild
robeslaapkleed
roeë meenerode menie
roeë roeësrode roos
roeëdrood
rootrij
rotzakVlaamse gaai
rozaanrozijn

S

saassaus
salautsla
sandalsandaal
savoeësavooi
schaaschoorsteen
schaaschouw
schaaverschouder
schaupschaap
schaupepélsschapenvacht
scheirbeustelscheerborstel
scheirescheren
scheiresliepscharenslijper
scheirzieëpscheerzeep
schéppaardestoofvlees
scheusschors
schoëfschuif
schoëftroempéttrombone
schofferdaaneschaatsen
schoosduiker (aan grachtoverbrugging)
schoosduiker (van gracht)
schraanwerkertimmerman
schramullekoolsintels
schrieënwenen
schuissenereschorseneren
schupspade
sebietdadelijk
sebietseffens
seffesdadelijk
seirserre
semmeleirtreuzelaar
seuzzedeken
sjakoshandtas
sjalsjaal
sjansaargeluksvogel
sjarlotsjalot
sjarspaapuitlaatpijp
sjendèrmrijkswachter
sjiekkaramel
sjikcaramel
sjoekeeclair
sjoekesoes
sjoekelatchocolade
sjoepapventiel
sjoffaascentrale verwarming
sjoiepapventiel
sjokelatchocolade
slaakmodder
slaakslijk
slaupeslapen
slèpstiënslijpsteen
slétslede
sliddereslieren
smaategooien
smaatewerpen
smeirkeissmeerkaas
smétsmid
smoeërderroker
smoeëreroken
smoellepapgriesmeelpudding
smossemorsen
snaaboeënsnijboon
sneussnor
snieësneeuw
soëkersuiker
soëkerboeënedoopsuiker
soepkiekesoepkip
soldautsoldaat
sossissalami
spaaveovergeven
spaaveovergeven (kotsen)
spikelausspeculoos
spineuzzespinazie
spinoerspin
spoëtwauterspuitwater
sproëtspruit
staafstijf
staatstout
staavervarkenshandelaar
stameneeherberg
staussestation
stekebeeskruisbes
stekelbakskestekelbaars
stekelvèrrekeegel
stesselstijfsel
steurevesterven
steurrefputtekeverzinkputje
stiënse ratcavia
stjeitstaart
stoeëmboeëtstoomboot
stoofkachel
stoofaatbrandhout
stoovaatbrandhout
straakaazerstrijkijzer
strakestrijken
strautstraat
strèkstraks
stroeëstro
stroëkstruik
strontzatladderzat
strontzatstomdronken

T

t'schaatdiarree
taffeleirtreuzelaar
talloeërbord (teljoor)
taloorbord
teirlingdobbelsteen
tèktak
télleviestelevisietoestel
témstvergiet
terftarwe
tèszak (vb.van een broek)
tetterwaafbabbelkous
tieënteen
toebaktabak
toerttaart
traahuwelijk
traantrein
traavetrouwen
trauntraan
traveullesteiger van een hoefsmid
triporteurbakfiets
troeffelschop (schep)
troemeltrom
troempettrompet
trontenetstep
trotwaarvoetpad
tuntoen
turneviesschroevendraaier
tuttefrutkauwgom
tuttefrutkouwgom
tutterflespapfles
tutterfleszuigfles

V

vaalvijl
vaasvijs
vaavervijver
vallinkverkoudheid
vandaugvandaag
vausvaas
vautvaart
verdaaleverdelen
verkieërtverkeerd
vèrrekevarken
verroëverklappen
verroëbakkesklikspaan
verslénseverwelken
verslénstverwelkt
vertoëtelenruilen
vervijbang
veuskikker
videekekoniginnehapje
videekekoninginnehapje
vjeisvaars
vlieësvlees
vliegenierpiloot
vlofiets
vlobaunfietspad
vloëvlaai
vlokotfietsenstalling
vlopoempfietspomp
vlowegfietspad
voeëkonijn (vrouwelijk)
vogeleschrikvogelverschrikker
vogeljeirvolière
vraavrouw
vraadagvrijdag
vrugervroeger
vruugvroeg

W

waaweide
waafwijf
waanwijn
waawauterwijwater
wassekewashandje
waufelwafel
waufelaazerwafelijzer
wauterwater
weikweek
wellewij
wèrmwarm
wèrme rékbabbelut
weunstagwoensdag
weustworst
weustenbroeëdworstenbrood

Z

zaazij (enkelv.)
zaanzijn
zaatzout
zakarleuzzezakhorloge
zakkendoekzakdoek
zatdronken
zaugzaag
zaugemeilzaagsel
zaugenzagen
zaulzadel
zauligzalig
zauterdagzaterdag
zauvelzavel
zèkvatbeervat
zeuëkoken
zeullezij (meerv.)
zeultkipkap
ziëverezeveren
zipvest
zjaloesjaloers
zjapneusdruipneus
zjattas (kop)
zjelaakonfituur
zjenoffelanjer
zjolozjiedierentuin
zoeëkoken
zoegzeug
zwaagezwijgen
zwaunzwaan
zweirzweer
zweirezweren
zwètzwart
zweuntjebereden politie
zweuszwoerd
zwisserzwierder
zwoemzwengel

2 opmerkingen

  1. Duffel omvat eigenlijk drie entiteiten : Duffel-West, Duffel-Oost en Duffel-Mijlstraat. Duffel-West en -Oost liggen aan weerszijden van de Nete die de gemeente in tweeën deelt. Duffel-Mijlstraat vormt de overgang tussen Duffel-Oost en Koningshooikt. Het dialect van Duffel-Mijlstraat verschilt dan ook licht van dit van de beide andere entiteiten.
  2. wordt algemeen gebruikt in duffel, zoals `de russen uittrekken`