Drents dialect

Dialecten > Drenthe > Drents
Het dialectenwoordenboek Drents bevat 196 gezegden, 1634 woorden en 0 opmerkingen. Alle woorden zijn toegevoegd door onze bezoekers. Als iets niet klopt of ontbreekt kun je het zelf toevoegen of wijzigen. Log in of meld je daarvoor aan in de rechterkolom.

196 gezegden

't gaat heel goedgiet wa
Aan `als` heb je niksAs is verbraande törf
Aangetrouwde familie wordt nooit eigenAntrouwd is anweid
achter adem zijnachter de poeste weden
achteruit rijdenruggels
Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar welLeugens hebt körte bienties
alles goedgoed te passe
Als er armoede komt, komt er ook ruzieAs armoe de deur in komp, giet de liefde 't glas oet.
Als het mooi weer wordt moeten we .....As Geesiemeu 't ooriezer opzet moew (hen heuien)
asociale mensenvolk van de deele
behangenpepier plakk'n
ben je gekhej dr iene om heide plukn
BoerenwijsheidAs met Sunt Jan de lindebomen bluit, hej de rogge riep met Sunt Job
Buiten adem zijnGien poes meer hebb'n
Buitenechtelijke relatie hebbenGroot weez'n mit
capucijnersgra (a) uwe (a) arten
dan het je de poppen aan het dansenmet gaaiman het dak op
dat had je gedachtdat haj dacht
Dat heeft niets te betekenen/stelt niets voorDat hef niks um hakken
dat is helemaal niet goedklootn van de bok
Dat is niet waar!Daor is niks van an!
dat kan niet door de beugeldat bent gien grappen, dat bent streken
dat komt niet zo preciesda komp nie zo krek of dat stek niet zo nauw
Dat zeg je tegen iemand, die zich verveeltOp kop staon en dubbelties schieten.
De deur plat lopenDe deur oet de hengen lopen
De goede mens lacht met het hart, de slechte met de mondDe goede mèns lacht met 't harte, de kwaoie met de mond
de zon gaat schijnen't Aol mèens zet 't ooriezer op, de zunne giet skien
denk jij nog wel helder?bist du nog waol heulmoal zuuver in de panne?
Die durft de mond wel te roerenDie gruit de spinnewebben niet veur de mond
die moet trouwendie hef de raap'n gaar
die potretten zitten tussen zwijn en big in.die potretten zit tussen zwien en big in
Die raakt niet zo gauw van slagDie maak ie de pis niet lauw
Dronken mensen leggen hun ziel blootAs de fles leeg is, zöt men de ziel.
Dronken zijnDie hef een (dikke) snee in 't oor/neuze
Druk zijn met nietsDrok weden as een barbier met ien klaant
Druk zijn met nietsDrok weden as een mot met ien big
durf je dat te doenduur ie dat
een paar apart't Is net Pier en Pol
Een tegenslag niet uit de weg gaanNiet veur een mollebult umliggen gaon
Elk voordeel heeft een nadeelHej knienen, dan hej ok keutels
er moeite mee hebbender kaauw an hebben
Erg druk zijnZo drok weden as een hen veur de Paosdagen.
ergens erg happig op zijnas een bok op een haverkiste
finaal naar de klotenverinneweert
Ga je mee brommers kijkenGoa je mee brommer kiekn
Geef geen opdracht die iemands kunnen te boven gaatAj een ekster vortjaagd kriej een bonte vogel weer
Geef maar een gil als je zo ver bent.Ik heur et wal a'j 't er an toe hebt.
Geef niet alles weg als je nog leeftIe moet je niet eerder oettrekken dan aj hen berre gaot.
Geen pot zo scheef of er past een deksel opOk op een schelle pan past wal een lid
Geld lenen maakt een eind aan vriendschapVrunden zit mekar niet in de buuse
Geluksvogels heb je altijdPaartie lu hebt aid geluk, as ze in de vaort valt komt ze met een visse in de bek wèer boven
gemalen kruidnagelnagelgroes
gezamelijk bezit geeft vaak aanleiding tot ruziemaandegoed is schaandegoed
gezamenlijk bezitwat in de maande hebben
Gezegd van een verwaand persoonLopen as een stoterse haan met voel an de poten
Goed met elkaar op kunnen schieten.Wij akkedeert goed
Hard roepenHij schrouwt asof e in Geelbroek zit
haren kammen op kalend hoofdhaar op nummer leggen
Heb je haastMoe'j heuien
Het belangrijkste is geweestDe dikste proemen bent schud
Het duurde erg langhet duuurde twee lang'n en twee breed'n
Het gaat goed't Kun minder
het gaat heel goed't kun een stuk minder
het is er armoede troefde moezen ligt dood veur de spinde
Het met elkaar eens wordenSamen in ien jaor kommen
het spijt hem geweldighet giet hum heun of
Hier wil ik echt niet zijn.Hier wi'k dood nog niet vunden worden
Hier wil ik echt niet zijn.'k Wil hier dood nog niet zien worden
Hij blijft bij zijn standpuntHij stiet op zien woord as een boer in zien klompen
Hij doet niet veel.Die hef altied zien zundagse jas an
hij gaat naar huishij giet noa huus
Hij gaat naar huishij giet hen huus
Hij gaat snel/loopt snelHij hef de sjas der in
Hij had nog wat (geld) achter de handHij haar nog wat in 't vessebuusie.
Hij heeft een slecht humeurHij is franterig
Hij heeft weinig geldHij zit nauw in de klompen
hij is doodhij is kassie wijlen
Hij is erg gelovig.Hej giet er diepe deur.
Hij is gekHi-j hef ter iene an't heide plukk'n
Hij is gestorvenHij wordt ok naober van de domnee
hij is gestorvenhij hef 't er toedaon, hij is oet de tied kommen
Hij is niet al te snuggerIe zult hum een cent geven
Hij laat zich niet tegenhoudenHij giet deur gaogel en bos
Hij stopt ermee; Hij houdt ermee opHij trekt de hakken in de wal
Hoogmoed komt voor de valBoven de koestal oetgruien willen, maor in 't zwienhok terechte kommen.
Hoogmoed komt voor de valPas op veur hoogmoed en 'n leeg zoldertie, veur dait wit heij 'n bult an de kop
Ieder mens heeft een grens (aan zijn/haar verdraagzaamheid) Ie kunt zölfs een vis zolang targen dat e tot 't water oetkomp.
Iedereen heeft geld nodigDe luiber hef zien veren net zo hard neudig as een muske.
iemand die veel ziekte meemaaktdie giet deur t'kreukelbos
Iemand die zelf niets doet heeft vaak commentaar op een andereen zittend gat hef altied wat
iemand iets niet gunnenIene hen Geelbroek wèensen
Iemand op de mond zoenen. Tongzoenen.Op de bek evleugen.
Iemand op heterdaad betrappenIen over 't mat kommen
Iemand te snel af zijn/aftroevenIene de hakken laoten zien
Iemand wiens vrouw 'op alledag' looptHij mot op de zwörm passen.
iets zeggen zonder na te denken.Zomaar wat in de boekweide weg lullen
Ik ben het niet met je eensIe kunt wal ies geliek hebben
ik ben volik ben zat
Ik bid niet voor bruine bonen.Ik bid nie veur bruune bonen
ik ga plassenik gao de sik verzett;n
Ik geloof er geen woord vanIe kunt wal ies gien geliek hebben
Ik heb de hele nacht niet geslapen'k Heb vannacht gien wenk in de ogen had.
Ik heb geen stres, daar heb ik geen tijd voorIk heb gien stres, doar heb ik gien tied veur
Ik houd van jeIk mag je gèern (lien)
Ik kan het niet en/of ik weet het nietkannie is dood en weetnie lig er naast
Ik kon het niet door de keel krijgen't Kwam mij dwars veur de hals te zitten
ik moet poepensplinter uut de rugge haaln
ik wil je niet kwijtik wil oe nie kwiet
in een ommezienin een viefelekwint
In het honderd lopenOet de schrangen lopen
In ondertrouw gaanUnder de geboden kommen
ja, dat heb ik ook gehoordhe'k heurt ja
Je aan kunnen passen onder alle omstandighedenMet 't iene oog lachen en met 't aander oog rèren
Je bent niet de slimsteIe bint een goocheme gatlikker
Je moet je niet met andermans zaken bemoeienAs't je niet jokt moej niet krabben.
je zult wel gelijk hebbenie zilt wal geliek hebben
kakelen is geen kunst, maar eieren leggen wel -> makkelijker gezegd dan gadaankaokeln is gien kuunst, maor eierleggen wal
Kinderen moeten op jonge leeftijd normen bijgebracht worden.Ie kunt een tak allent maor bugen as e nog gruun is.
Klagers hebben het niet zo slecht als ze zeggen en opscheppers hebben het niet zo goed aLs ze doen voorkomen.Klagers gien nood, schroeters gien brood.
koffie met suikerkoffie met kloet'n
kompleet vernieldan gort
Laat kinderen kind blijven, maak ze niet te wijsGeef een vul gien haver en een kind gien brandewien
laten we elkaar niet voor de gek houdenlow mekaar gin zwienen um de keet jaogen
lichtzinnig (e) meisje (s) het rit van Jan Hup
maak me niet kwaadmaak me de kop niet hellig
mensen overdrijven altijdAj in Beilen verkolden wordt, bi'j in Börk ziek en in Elp dood.
Mensen zien gemakkelijk andermans tekortkomingen en zelden die van henzelf.Paartie lu, wel zölm snötterige zint, mugt aandern gèern de neuze ofvegen.
met samenwerken kun je bedrogen uitkomenmaandewark is schaandewark
Moe zijnAn de latten
naar de W Ceven uit de broek
Niet goed nadenkend persoonAolle Jan Toezel
Niet meer de jongste zijnEnter of weden
Niet voor een kleintje vervaart zijnDie duurt wal een grommegie deursloeken.
Niets staat op zichzelf. (Heb je konijnen, dan heb je ook de keutels) Hej knienen, dan hej ok keutels
novembermarkt in Beilen't zoepmarkie; Beiler zoepmarkt
Onbetrouwbar persoonDie is de duvel van de stèert ofgleden
Ongeluk gehadTe passe ewest
op een pijnlijke manier iets kwijtrakenwat heun ofgaon
Op hen is niets aan te merken't Is èerdaodig volk
Op z'n donder geven'n Pak op pens geev'n
Oude mensen zijn (vaak) eigenzinnigOlde bokken hebt stieve hoorns
Oude wijn in nieuwe zakken't Zölfde gaoren op een aander klossie.
Overal is wel ietsElk paradies hef zien eigen slang/Elk paradies hef zien eigen zoere appel
Overal zitten consequenties aanHej knienen dan hej ok keutels
Overal zitten consequenties aanAj proemen hebt hej ok pitten
plassende geite verstikken
plassen - plaste - geplastmiegen, meg, megen
rustige tijdteumige tied; tuumige tied
SalomonszegelMot met biggen
samen doen; samenwerkenin de maande doen
Schikt het evenHe'j 't an de tied
Tevreden zijn met wat je hebtWat goed is moej niet veraandern
Tot ziensTot een aandermaol; tot 'n anermaol
Uit iets kleins kan iets groots voort komenEen grote heidedobbe is ontstaon oet een klein wellegie
Uiterlijke schijnEen mooie schöttel met niks der in
vaak ben je te bang soms niet bang genoegvake bi'j te bange maangs nie bange genog
van de kook zijnop 't onstuur weden
Van de regen in de drup geraken.Van de gaffel in de greep vallen
van slag zijnin de toezel weden
van slag zijnvan 't rabat weden
vermaak je ermeevernuver oe der mit
voortgezet onderwijs volgendie giet en leer;n
Wat de boer niet kent dat eet hij niet.Wat de boer nait kent dat vret ie niet.
Wat je in dronkenschap zegt, heb je gedacht toen je nog nuchter was.Waj zegt aj dronken bent, hej dacht doe aj nog nuchter waoren
weerspreukHoldt de bomen de bladen lang, ben dan veur een strenge winter bang
weerspreukAs de maon is in 't nust, is de boer niet gerust
weerspreukEen regenboog in de mörgen/ döt de scheper zörgen/ want slim gèern zöt zien oge/ een aovendregenboge.
WeerspreukHej eind november hagel en snei, dan is december nabij.
weerspreukAs de kikkers kwaakt kriej regen
WeerspreukEen dunderbui in de gaste brengt de boer honderd gulden in de kaste.
WeerspreukEen dreuge mèert en natte april, dat is de boer zien wil
weerspreukRegen op Pisgriet; 6 week boerenverdriet
weerspreukRegen op Sint Margriet (Pisgriet) gef zes week boerenverdriet.
weerspreukStoefregen bij Noordenwind gef dree dagen mooi weer.
weerspreukDunder in 't kale holt gef een veurjaor nat en kold
weerspreukAs 't regent op pisgriet, dan hej zes week de dreugte niet
weerspreukAs 't regent in mei, dan is april alweer veurbij
weerspreukLig in juni 't heui in 't zwad, dan hew mei alwèer had
weerspreukAs 't èerpelblad zuch krult komp der regen
weerspreuklichtmis helder en klaor gef een goed iemenjaor
weerspreukLichtmis donker; de boer een jonker
weerspreukast wait met st magriet, regnt het drie daagn veul, weinig of niet
weerspreukSnei op Oldjaor, gef een goed heuijaor
weerspreukSnei op sliek gef in dree dagen ies an de diek
weerspreukBent de vlinten nat, lichtkaans daj regen hebt had
weerspreukAs de regen recht hen beneden valt stiet der niet veul wind
weerspreuk (uit Hoogeveen) As 't regent met pissende Grietie, regent het in zes weken veule, weing of hielemaole niet
weg rennenop eh rekk'n goan
wie dit leest is gekwoei deest leist ister gesnaat
Wie het kleine niet eert is het grote niet waard.wie 't kleine niet èert is't grote niet wèerd.
Wie niet werkt zal niet etenMet de haanden in de schoot kriej gien brood
ze draagt geen bh onder haar shirtde knien lopn los in 't hok
Ze is in verwachtingZe hef 't water in de kelder staon
Ze is in verwachtingZe hef wat under de schoet
zeemleerleerlap, leerlappe
Zeker van iets zijn't Is zo wisse as een klontie zuut is

1634 woorden

't Haantje't Haantie, 't Haentie
€100likken, een peukie
01Ien (e)
01ienslakken
02twei, tweie, twai, twee, twee-e
03je sjaak
03dreie, drie-e, drai
04veere, viere
05vieve
06zes (se)
07zeum
08achte
09neeng
10tiene
100 euro
1000doezend, duzend
11elf
11ölf
12twaolf, twaalf, twaalve
13dartien
14Virtien/vartien
15vieftien
16zestien (e)
17zeuventien (uitspr: zumtien)
18achttien
19Ningtien
20zwanzig
33drai'ndartig
40Virtig
50vieftig
60zestig
70zeuventig, zeumtig
80tachtig
90ningtig

A

aalbessenalbèern; alberbes; aalbesen; strengbeze
aanan
aan de wandelan de kuier
aan trekkenan rop'm
aangespoeldaanspoeld
aankomendankommend
aanreiken, anlangen
aanstellerigeelsk
aardappelareppel
aardappeleerdappel, eerpel
aardappellandearappellaand, jeppellaand
aardappelmandearappelmaande, jeppelmaande
aardappeloogsteerappelkrabb'n
aardappelseerappels;erpels
aardappels sorteren (doe je met een) jeppelsjouwe
aardappels sorterer (doe je met een) sjouwe
aardappelzeefeerappelzeeve
aardbeilosers
aardbeiendfwg
aardeqdrgth
AccordeonBoekorgel
accordeonloezenpletters
accordeonloezenpletter
achterste deel van huis (voor vee) deele
achteruit rijdenachterneers
adrenalinestootscheut.in.de.hakken
advocaatwettenwiesneus; advecaoat
AED (Automatische externe defibrillator) klapkassie
afleiding, afwisselingdimdaosie; diverdaosie
afpakkenofnieveln
afrikaantjetuteltoontje
afstandsbedieningknipdeusie
afstandsbedieningknipper
afvoerde geute
agentpliezzie
agrotoerismeboerbezuuk
alarmlijnmeleurtillefoon
Alcoholistsoeperd
alcoholistdrankorgel; zoeplap
alcoholistkorkentrekker soeperd
alleenallen, allent, allien, allienig, allennig
allergieovergevuligheid
alsas
alsas oe
als ika'k, as ik
als uaj, as oe
altijdaltied
AmbulanceMeleurwaogen, ziekenauto
andersaans, aanders
andersomkrange; aansum (me)
apartbezik
apart iemandgaorenklopper
apenaopies
aperitiefsmaokmaokertie; smaakmakerdie; smaakmakerie
appeltaartappeltaorte
arebonke
artsenpostdoktersnust
AssenAs'N
atbbulten broeser
audioversterkerorenknooier
avondaovend
avondvanaovend
azijneek
AzijnEdik
azijnedek, eek, edik

B

baasbaos
babypoppie
badmutshaorpuutie, badmutse
bagagadragerpakkiesdraoger
bagageband. (vliegveld) koffermeulen
baggelbaggel
bakkebaardenloesledders
balbanjo
BalingeBaoling
BallonBlonne
bangerikdrietbuul
bartapkast
BedBedde
bedbêrre, bedde
bedriegenbesjacheln
beekjedeipie, diepie, loopie
beekje bij DonderenDunnerboer deipie
beestenbiesten
beetjebeetie
beginnenbegunt
begrotinggeldrooi
beheersen (bijv. een paard) menteneren
BeilenBeil'n
bek houdenbek holn
bekvechtenkribben
belangrijkstebelangriekste
belasting controleursnujjer
belastingaangifteliegbrief
belastingaangifteliefbrief
benenbienen
berkbark; barkeboom
beschuitbeschuutte
beschuitbeschuute
BeschuitTweibak
beschuitpapbeschuutjebrei
beschuutbeschuutte
beslissen na (korte) overwegingrisselveren
besluiten (na overleg) risselveren
besmuikt lachengniezen
bestaatbestaot, bestiet
bezetgieteling
bhtettenboksie
bibliotheekleeshuus
biertjeglassie bier
biertjePilsie
biestbuunst
bigkeu (e), bikkie
bigbigge
bijbie, bi'j, iem (e)
bij (honingbij) bije
bijeniemen
BijenkorfIemenkörf; iemenhuuve
bijgeloofbeegeleuf
bijkeukenpompstraot, pompestraote
bijlbiele
bijnabienao, haost, zowat
bijtenbieten
bikinilijnscheertoefie
binnenkortgauw
Binnenstebuitenkrang
biscuitjemeelkoekie; maalkoekie
blijbliede
blij van zingoed te passe
blijvenblieven
bloedverwantschap, familieperme (n) taosie; parmetaosie
bodybuilderspierbultenbouwer
bodywarmerzweetvest
boefbandiet
boerenkool moes
boerenkoolmoes, moos
boerenkoolmoos (moes)
Boerenkoolmous
bollenpoterpootpiet
bonen doppenbonen rangen
boodschapbosschop
boodschappenbuskappen
booskrange; kwaod; hellig; mieterig in de hoed
Boos gezichtGramietig
bordteller
BorgerBörger
borgpen (voor een wagenwiel) luuns, luunze
borrelborrel, borreltien, borreldie, schiere, klaore, borrelie
borrelzeupie
borrel (tje) pierenverschrikker (tie)
borstelbössel
borstenbörsten, tetten, titten
borstenTitten
borstimplantaattietvulling
borstvergrotingtietrekken
bosbessenblikbèern
bosmaaierroggetuffer
boterbotter
boterhambrugge, brukkie, plak stoet, stoetbrugge
botoxrimpelgum
botox-injectierimpelgum
bouwvalkwint
braambrummel
brainstormharsenhoos
bramenbrummels
brandstofbraand
brasembraosem
breedbried
bretelshupseeln
bretelshulpseeln
bretelszeelehn
broedenbrûun; bruden
broedsbruds
broekboks
broekboxe
broekzak buutse
BroekzakBuutse
broekzakbuus (e)
broekzakbuus (e), buutse
broekzakbuus,
broekzakbuus, buusie
broekzakkenboksembuzen
broerbreur; bruur; bruier
bromfietsplof, reutel, reuteltie, reuteldie, reutelie, brommer
brommerplof
brommerstoomfietse
brommermobielkroepauto
broodstoede
brood stoete
broodstoete
broodstoet
broodstote
broodtrommelstoetebak
browserzuker
brugbrögge, brugge
bruiloftbrulfte, wasschup/wosschup
bruiloftwasschup
bruinbruun, broen
BrunstingeBruunsing
BruntingeBrunting
bryankniplip
buikpokkel
buikbalg; peens; beukbal;
buikpijnboekpiene; pien in de hoed
BuikpijnLievsere
buikpijnliefzeerte, buukpiene
buikpijnliefzeerte
Buikpijnboekzeerte
BuinenBuune
BuinerveenBuunerveen
buitengewoongloepens
bultbulte
bundelfosse; fos; fossie
bungalowplathoes
burennaobers
burnoutoetteld
burnoutopbraand
bus (voorraad) busse
buurman naober
buurmannaober
buurmeisjebuurmeisie

C

cafébar
cafékroeg
capucijnersraosdonders
caravansleurhutte
caravanwoonwaogen; woonwagen, sleurhut
carpoolplaatsAodersmeer
cassettetoiletinschoefpleegie
cd-kopiegapplaotie; keupie;
cd-rombewaorplaotie
centrifugesjoedeldreuger
centrum van een dorploug
centrum van een dorpbrink
chagrijnig (zijn) kniezebieten
chagrijnig persoonkniezebieter
champangebrobbelwien
champangewien.met.prik
chapelle.ardentereer-kapel
charge.van.MEplietsiegalop
charmeurmooipraoter
charmeurversierder
chatboxrevelduus
chattencomputerkwebbelen
chipknipkleingeld-kaortie
chirurgmeenschensnieder.-.slaoger
chocoladesukeloa
cholesterolaodersmèer
ciderappelwien
coevordenkoevern
CoevordenCoeven
cognac (je) koejak (kie)
collageplakkerijgie
collectantbusloper
collegezaalluusterleslokaol
compactdisksiepelplaot
compact discspiegelplaotie; spiegelplaatie
composthoopkotbult
computermuispielschoever, computermoes
computerviruscomputertiek
comsumptietenteterij-kraom
conceptbriefperbeerbrief
concretiserenwaormaoken
concurrentmitdinger
condoompielepuutie
condoomoverjasje (uitspr: overjassie)
condoomskullestruupen
consumentverteerder
contactlenzenoogdoppies
continuiteitdeurloop
converterenumbatterijen
cosmeticamooimaokerij
country en westernkoiboi-gekweel
cr-rombewaorplaotie
crechekoterstalling
creditkaartkoopkaortie
cruisecontrolrie-regelaor
cultivatorkulivater

D

daagdaog
dagopvangdagstee
DalenDaolem
DalenDaolen
dan ben je er even uitdan bej der eem oet
dartelwepel
dat hij eendadde 'n
dat je bentdaj bint
dat kan niet door de beugeldat geet niet an.
de hele tijdde hiele tied/ aal
de mijne (het is van mij) miende
de Wijkd' Wiek
de zonolde evert
decolleteKnipdeusie
decolleteinkiek
dectectiepoortjepiep-perpaoltie
DedemsvaartDe Vaort
deftighooglijk
denkdeink
depressiefzwartkiekerig
deuce. (tennis) geliek\
deuce. (tennis) geliek
deurdeure
deurgrendelgrundel
diakendiaoken, jaoke
dichtersdreumschrievers
dichtersdreamschrievers
dijenbill'n
dijkdiek
dikplozzig
dikke buikpens
dikke zwijnenvette zwie'n
dinsdagdinsdag; dingsdag
Directeur van de zuivelfabriekBotterdirecteur
Directeur van zuivelfabriekBotterdirecteur
discoslikstee
discussiediskezaotie
discussierenhenneweerpraoten
discussierenpraotkribben
distelstiekel
distelschruenekkel
djentiedhenty
DoeiMoi (e)
Doelloos in de weg lopenspinnevoeten
dolgraagliedensgèern
dom blondjeknien
dom persoonskoap
domkopkoenavvel
domkopkulpert
donderdagdunderdag
DonderenseveldDunnerboerveld
donkerduuster
doodde piep uut
doordeur
doordrammenpierken
doorgaandeurdoen
doorrit (in een schuur bijv.) deurmenning
doosdeuze
dorpdörp
douchepompe
draai om de orentriezel
draaiendreien
dralenschoorhakken
dralenzumen; zeumen
drankdraank
drempelzul
drempelzul, zulle
drempel (s) drumpel (s)
drensassen
DrentDreént
drentheprugeltien
drentsedrentsche
Drentse A't ol deip
dressuurpaarddressuurpeerd
dressuurpaardtuugpeerd
driehoekig papieren zak (je) tips puutie
Drinkebroerzoepert, zoepkalf
dromendreumen
dronkdrunk
dronkaardzoeplappe
dronkenaon tikken
dronkensterendik
dronken zijnde piepen vol
droog, fijn zandgirrelzaand, stoefzaand
druifdroef; droeve, droeve
druktopig
druk rondlopendalveren
duifdoeve
DuitserPruus, Proes, Duutser, Mof, Poep
DuitslandPoepenlaand, Duutslaand, De Proes
duizeligdwiel
dwarrelenroegeln
Dwars (gedrag) Balsturig
dwarsliggengebongel
dweilfeil`n
dweil (en) feil`n
DwingelooDwingel

E

e-maillienpost
e-mailnet-brief
eau de colognelodderein
eau-de-cologneflesjeloddereinflessie
echtgenote/vrouw't meinse
éénientie

E

een agenteen plietsieman, pliesie
Een sufferdGaorenstok
een verhoging van een straatstoeke
eendente
eensiens
eethuisjeeethuusie
efficiencydoelmaotigheid
egaliserenliekederen
egelstikkelvark'n
egelstiekelzwien
egeligelvarken
egeligel
egelstoete
eierkoekpleverkouk
eigenaareigenaor, eigenaar, eegenear
eikekkelboom
eikelekkel
elastiekjerekkie
Elke gek heeft zijn gebrekElk hef wal wat, De ien an de kop, de aander an 't gat.
emmertobe
emmerummer
enormmerakel
enormgloepens
enqueteursvraogvolk
enter-toetsdoew-knop
envelopcoevort; cevort: kevot
epilerenhaorpikken
ergslim/barre
ergensworens
ergens andersaanderwoorns. aanderworens
ErikEik
esnes
Eteneet'n
EursingeEursing
eventjeséémpies
ExlooEksel

F

fabriekfebriek
fantasiedreumgedachte
februarifebrewari; febrewaori
feitelijkfeinluk
fiets fietse
fietsfietse
flitspaalflitspaol
Fluisterensmuuspelen
fluitenfluut'n
FluitenbergFlútenbàrg
FluitenbergVleute
flyerdwarrelbladtie
flyerstrooibladtie
frambozenemerties
friemelentiepeln
frietpetat
frikandelbakslange
fysiotherapiespierknoffeln
fysiotherpeutspiertrekker

G

g-stringkruusveter
gaangaon
gaatgaot, giet
GarmingeGarm
GasselteGasselt
GasselternijveenNieveen
gebouwtje voor de was en het bereiden van varkensvoerstookhok. pothokke
gedoefratsn
gedoerit
Gees, paats in gemeente CoevordenGies, darp in gemiente Koevern
geeuwengoapen, gappen
gehadehad
gehandicaptestumper
gehemeltegaogel
gehoordheurt
geitsik
GekOnneuzele
gekmaffkuus
gelhaorliem
gelezenleest
gelijkgelieke
geloofgeleuf
gelovengeleuven
gelovengeleum
geluidsboxboembak lawaaideuze
geluktoeval
gemaaidêmeid
gemeenschappelijkmandielig
gemeenschappelijk bezitmaandegoed
genaaidêneid
genezer door handopleggingstrieker
genoegzat, genog
Geprakt etenSoppie
gereedschapriw; gerei; gerak
gereedschapreuve
gereformeerdeofgescheiden
gereformeerdekokse
geriefgerak
geslachtsdeel (man) tullegie
geslachtskenmerkwaotermerk
gevangenisprevoost
gevondenevunden
geweestewest; west
gezamelijkmit mekander
gezichtnebbe
gezwindansem
gierigknieperig
gierigaardkniepstuuver, centenknieper
gierigaardknieperd
gierigaard kniepstuuver, centenknieper
giertankiertank
gillengoelen
ginekepienjo
ginggung
gistgest
gitaarsnaorenbak
gitaartokkelbred
glazenglaozen, glaezen
goede morgengoeie'morn
goede.referentieophemeltie
goeden dagmoijuh
goeie dagmoi; moie; goeie dag eem
gootgeute
gortpagast; pagaast
gortpagast; plegarst
gortepapsoepenbrij
GortepapPap met wratt'n
goudgold
graaggeern
graffitimooie kunst aan een muur
grafredeliekpreek
grappenmakerkurendriever
grasgres
gras gres
grasgrös
grensgröp; grèens; greins
groeienGruien
groengruin
groentebi'jspieze
groentegruunte
groentetuingruuntetuun
GrollooGrol
grommen, grauwengraanzen
grond rondom een boerderijhof, arf
grootbrengen, opvoedenopbrengen
grootmoedergrootmoe; ootie, opoe
grumtgrummen
grup, mestgoot achter de koeiengröp (pe)
gsmboesbeller
gsmbuustillefoon

H

haar kammenpluten oetkamm'n
haarkruinkrangborsel
haarkruinkrangborstel (krangborsel)
haarneushaorneus
hagedisevertassie
hagelslagkrummelties
hahadom
hakkak
halenhaolen; halen; haelen
hallohallo
hallomeuj
Hallomoi, huj
halloallo
hallo, daagmoi
hamschink
hamburgerkaokentrekker
hamburgerbakplanke
Hamveld't Hamveld
handschoenenhaansken; haanzen
handtekeninghaandtieken, naam
hangenhesselen
hard lopenklabienderen; klabiendern
hardrijden.op.de.schaatsstoomscheuveln
hardrockorenknooijer
hardstikkegloepens
hark met houten tandenrief (e)
HavelteAovelt
heb je alhej al
hectarebunder
heefthef
heel erggloepens
heel erg christelijkfiener dan gemaaln poppestront
heel ziekmin
heenhen
hegknipperheggeskeere
hegknipperheegzwao
heidezoden bestemd voor brandstofheidezudden
heleboelhelebulte, hielebulte, veul
helemaalagil, gil, gillijk, aigillies, agillig
Helemaal nietAgunnie
hells.angelsmotorberen
hemdbustrok
hengselhaol
hengsthingst
herfstvakantieeerpelkrabbersvakaansie
het't
het dooit met harde wind't boest
Het gaat niet zo goed't Holdt niet over
het hoekjethoekie
het is paars, maar het gaat naar blauw't komp oet 'n sangen maor 't gait naor 'n blauwen
het journaalbericht'n
het spijt me't begreut mie
Het zelfde doel hebbenIn ien pottie pissen
heyget
Hier kan je Drents pratenHier kuj drents prAOt'n
hijHie, Hej
hij hinnikte van het lachenhej gunterde d'r over
hij is zo moehi'j hef de tonge op 't darde knoopsgat hang'n
hijgenhigten
hinderlijke oneffenheid in het wagenspoorknipslag
hinnikenguntern
hiushoudelijk typetaante trecht
hoe gaat hethoe giet et
hoefijzerpeerdebeslag
hoektippe
hoekkast (hoek) spinde
hoeveelheid vergroten door aan te lengen, etcverdriegen
hoiMoi eem
hoiheuj
hoiheui
hokje naast het huisnaomdhuus
hollandscheveldthollandscheveld
hometrainerkaomerfiets
hondlief
hond (je) hondtie
hondjehonnie
hondsdrafOerkenblad
hongerstakernee-eter
honinghunnig
honinghunig
hoofdheufd
hoofdpijnkopzeert
hooftpijnkopzeere
hoogeveen't Hogeveine
Hoogeveen'T ogeveine
hoogeveent' ogevenne
HooghalenHooghaolen
hooisprietenheuispieren
HooivorkGaffel
hooizolderhilt
hooligansplietsieplaogers
HorlogeKlokkie
horlogeallozie
houheui
houhol
houtholt
houthout
houten wandbeschot
huilebalksiepetriene
HuilenDomp'm
HuilenSiep'n
huilenschreein
huilenlipp, m
huilenrèeren; liepen; schreien; beulen
huilenkrieten
huisstee
huis stee
huishuus, hoes, keet
huishuus
huisjehuusien, hoesie, kwinne
humeurigfranterig
Huurder (v e boerenbedrijf of landbouwgrond) meier
hypegekte
hyperventilatieplasticputenziekte
hypochonderziekzeurder

I

iedereenelkeneein, iederene
iemand die alles naar zich toetrektgroaperd of sloekhals
iemand die vreselijke misstap maaktkoenavel
iemand een klap gevenlabedoeres fléér lieres
iemand ergens heenbrengeniene opbrengen
iemand vasthoudenstrabbandig vasthollen
iets apartsbezik in een tips puutie
iets nieuws direct proberennijtempig
ijsies
ijsjeieske
ijzelengladiezen
ikikke
Ik ben vergeten waar ik dit liedje heb gehoord, in de zomerzonk bien vergeten waar ik dit liedje heb gehoord, in de zomerzon
ik ga wegik goa vot
ik heb een katerik ben seupel in de pokkel
ik heb geen tijd'k heb gien tied of ik kan 't niet wachten
Ik heb geen tijdkan nie wachten
ik hou van jouik hol van joe; ik mag je gèern liên
Ik hou veel van jouIk bin barre wies mit oe
ik hou wel van jeIk holle wel vaon oe; ie loopt mij nog niks in de wege
Ik vind het niet leukKben d'r nie kwiet fan
ik word daar zo moe vanik wor daor zo muu van
ikkemeu
imammoskee-baos
immobielstofstiefstil
in de pruimentijdin de proementied
in de warin de toezel, in de wiere
in slechte staat / ongezondkrakkemikkig
ineen gedokenas een zoltzak
ineensiniens
inflatiegeldkrimp
ingang naar de deelbaanderdeur
ingewandenintas
inspecienttenielregelaor
interviewvraogpraotie
introanloopie
is ... er ook?is ... d'rok?

J

jajao
jaja, jao
Ja maar ik hoef er maar één hoor!Jao maor ik huuf (e) der ma (o) r iene heur!
jaarjaor
jakkes!harregat!, gatverdarre
jan in de zak (gerecht) dik meel
januarijannewarie; jannewaori
jarigjaorig
jeieje
jeie
je draagt je T shirt binnenstebuiten
jeneverklaore
jenever van slechte kwaliteitfoezel
jeneverbesstruikdambèer; dambèernstroek
jijie, ie-j
jijai, do, doe, ie, ij, je, ieê
jijjoe
jij staat er goed op de fotoie stiet er goud op
joggenpokkelplaogen
JointJonkoh
jongens/meisjes uit DonderenDunnerboer jonges/wichter
jordyjapie, weeman, bart de graaf, waterhoofd
jouwdien, je, joen, oen, joende, junde
jullieie mit menare
jurk met decolletéeblooie jurk
jusstip
juslepelvetslief, vetsleef

K

kaantjeskaonties
kaarskjerze
kaaskees, keeze
kabinet (kast) kamnet
kalfsukkie
kalm, rustigtumig
kalverenkaalver
kamperfoeliebloemhunnigzoegerdie; melkzoegerdie; tetzoegertie
kanaal, vaartwieke
kanonknon
kantkaande
kapperbarbier; scheerbaos; haorsnieder
karnemelkzoepen
karnemelksepapzoepenbrij
kasteelhavezate
kattig meisjesnarre ; snaore
keerploegkèerploeg; umsmieter; wentelploeg
kei, vlint
kerkkark (e), kerk
kettingket
kettingzaag knetterbiele
kettingzaagknetterbiele
keuterboereinpeerdsboertie
kibbelingvishompies
kibbelingviskompies
kiepkerelkiepkerel
kiepwagenwupkar
kiespijnkoesepien
kiezenkoezen
kiezen koezen
kijkkiek
kijk uitkiek oet
Kijk uit, ik ben DrentsKiek oet, 'k bin Drèents; Pas op, 'k bin Drents
kikkervis (je) dikkop (pie)
kinderenkiender
kipkiepe, kippe, tuut
kippenkippen; kiepen; tuuten; hoender; huiner
kippenvelkiepevel
klagenklaaien
klam slof
klamslof
klaproosmaonekoppen
kleermakersnieder
klein kindbuiteltie
klein kindpork (ien)
klein kindsnotpork
klein mannetjeskier ventie
klein meisjegrasmieger
klein slank meisjehiepenkriekje
klein stukje weide/graslandkaampie
kleintjekleintie
kleintjesmorkie
Kletsmeier, kletsmajoor.kwaakduze
kleuterprögel; proegeldie; proegelie; proegeltie
kleutersmorkie
klezoorpapekul
klodder (verf) flatse
Kloosterveen't Kloosterveen
klosje paars garenklossie paors gaoren; klossie sangen gaoren
kluiskluus
klunshampel
KlussenRommel'n
knap (mooi) nuuver/schier
knijpertjeknieperdie, kniepertie
knijpertjesknieperties; knieperdies; knieperies
knijpertjesiezerkoek'n
knoeienmott'n/smer'n/klaai'n/groet'n
knoeienkwengelen
Knoeiengriemen
knoopknup
knuffelbeestandoekdier
koekuisie
koeienbiesten, koenen
KoeienKoei'n
koekenpanspekpanne
koen kreuzetopper!
koestalraamkoustalglassie
kofferbakkattebak
koffieleut
kom jekoj
komenkommen
komendekommende
komijnekaaspittieskees
komkommerpiele
konijnwuppel
konijn (en) knien (en)
KoolmeesIemenpikkerdie; Iemenpikkertie
koolraapkraop
koolraapkraop (e)
kortkurt
kort gedichtjegeniezertie
kort zwart of blauw werkjasjeGuut; guutie, kiel
kortademigpoestig
kostuumpak
koudkold, kaold
koudbloedpaardbelg
kousenhozen, hozevörrels
kraaiheide (Empetrum) Iebèern. Zowel de plant als de bes werd zo genoemd.
kraaltjeskrallegies
krabben (werkwoord) potsen
kranigknieftig
krantkraante
KrengerigFrabbig
krentenbroodplas (se)
krokussenkrookies
kromkroem
kruimeldiefkrummelsoeker
kruipenkroepn
kruisbeskruutoorns
kruisbeskruusdoorn
kruisbesstekbere
Kruisbessenkruudorns
kruiwagenkrooie, kaor, krulekaor, krullewaogen
krulspeldpipelot
kun jeku' j
kussmok
kuuroordopknapstee
kwaadhellig, kwaod, grel, grammietig
kwaadhellig
kwajongensnotlépel
kwajongensmorkie
kwansuiskwaanskwies
Kwikstaart (witte) Bouwmannegie

L

laagleeg
Laag gelegen weiland (en) Goorn (s)
laaggelegen veengebiedonland
laaggelegen veengebiedonlaand
LaaghalenLeeghaolen
LaaghalerveenLeeghaolerveen
laarsstevel
laarzensteufels, stevels, lèerzen
laasteleste
laat gaanlaot gaon
lachengniezen
ladderledder
laizzes.fairelaomaor
lamarot beest
landloperskolonievolk
langlaufenlatlopen
LanterfantenLiemstrieken
lastig kindhantam/ hantammeling
LathyrusPronkarften
lawaailawaai, lewaai
lekker belangrijk!meuite weerd!
lekker ruiglekker roeg
lekkerding (meisje)mooi meiske!, slaontje
lenigsmeuj
let opkiek uut
leugenaar, praatjesmakerlulbuze
levenslustigwepel
lichaampokkel
lichtlocht
licht sneeuwengrommen
liefdesverdrietluddeverdudde
lietleut /loat
Lieveheersbeestjeaaremaaremottie
lieverledemelievelao
lijflief
lijnlien
LijsterbesFluitpiepiesboom
LijsterbesSapsiep, Apsapsiep
lijsterbessenLiesterkrallen
liniaallieker
littekenliekstee
loeien (koe) beuln
lolspiekaantigheid, wil (le)
lompenwannen
loopneussnutterbelle
loops (paard) hingstig
loops (varken) roezig, berig, ruis
LopenLaopen, loopen
lopensjouwen
luiluu
Lui, lamlendigLammenarig
luierpisdoek
luierenvlinnerknipp'n
luwteleite

M

maaienmaaien, meeien, meien.
maalmaol
maandagmaandag; maendag; maondag
maandenmaonden
maandverbandbanddoukie
maarmar, maor, mor
maarmar
maarmaor
maartmèert
maatjemaotie
maatjesmaoties
malloon (voor de molenaar) hocht
mandmaande; huuf; huuve
MandKorf Körf Körfie
mank lopenpinken
MantingeMaanting
marskramerkiepkerel
martelentamteren
maskerbulsekop; kebulsekop
mattenklopperklabatse
meemet, mit
meemakenmitmaken, metmaoken, mitmaeken
meimei (e)
meidoornkoekangenboom; koekangenstruuk
meidoornkoekangenboom
meidoorn, vrucht vankoekangen
meidoornvruchtenkoekangen
meikeverEkkelbieter
meikeveriekmulder
meikeveriekmulder, iekenmulder, eekmulder, ekkelbieter, ekkelmot, mulder.
meisjegrasmieger
meisjemeidtie
meisjemaagie
meisjewicht
meisje of jonge vrouw (geringschattend gezegd van) snaore
meisje, in verkeringmaaid
meisjeswichter
melkboerpapboer
melkbusmelkbus (se), pulle
melkbuspulle (omg. Hoogeveen)
melkmuilzoepenbreibek
melkrijder (melkbussen naar de zuivelfabriek) pullevaarder, melkboer
melkzeeftemse
melkzeefzei (e), zij'e, teems
mens sana in corporaea sanoeen gezonde giest in een kwiek pokkeldie
menstruerende rooie weke ebb;n
Menukaartetenskaort
MeppelMöppelt
MeppenMöppen
merriepeerd, meerre
mestvarkenmesselzwien
metmit
met elkaar omgaanakkerdeer
miermieghömmel, pismeger
miermieghummel
miermieghommel, mieghummel
miermieghommel
mier mieghummel
Mierboerderij (e) ; stee; boerde
mierenmieghummels; mieghömmels
mierenmieghommel
mijnmiende
mijn jongenmien jonk
mijn maatmien maot
mijn naam ismijn naam is
mijn pamien va
misselijk (bijv. van drank) kwelk
mistigheiig
moederkoren (in rogge) kreikörrels
moestmus, mussen
moetmot
moetmut
molmolle
molenmeulen, meule
MolenMeul'n, Meule
molenaarmulder
molshoopmollebulte
molshoopmollebult
mombakkesbulsekop; kabulsekop; kebulsekop
mombakkeskrebilskop
MombakkesMonnebak
mooinuver
mooischier
mooi schier
mopperenmostern
morgen krijgen we onweermörgen krie'w dunder
motorzaag Knetterbiele
motorzaagknetterbiele
motorzaagknetterbiel
mourmoe, moeke
mugneefie
MugMugge
mugvlieg
muggenneefies
muismoes
munitieopslagmenutiekaamp
mutsmusse

N

naaienneien
naarnaor, hen
naarnaor
naarhen
Naar bed'En t'rit
naar bed gaannaor 't loeder hen. hen berre gaon
naar bed gaanhen berre gaon
naar benedennaor onder
naar benedenumdele, onderuut
naar de W Coet de bokse
naastneffe
NaiefNuver
NarcisTieloos (Narcissus pseudonarcissus)
natuuronlaand
navelnaffel
neeneuj
neerdale
Neger, Lui persoonOegel
neusdompe
neveligblauw om 't bos
nietnie
nietneit
niet netjes zijnslontereg sloddervos
niet te gelovenjaheur
Niet teveel tegelijk willen doenNiet iniens van de zolder op de vloer stappen
nieuwnei
Nieuw BuinenNei Buunen
Nieuw WeerdingeNei Weuring
nieuwe bewoner van eldersimporter
NieuwjaarNeijaor
Nieuwjaarskoekenspekkedikken, jaorskoeken, joskoeken
nieuwjaarswafeltjesknieperties, knieperdies
nieuwjaarswafeltjes (opgerold) rollegies
nieuwsneis
NoordsleenNoordslien
NorgNörg
nunou

O

ochtendvömmerdag
OdoornOring
Oegelstrampeltien, lepeltie
oenAole Jan Toezel
oenemakneuzen
oesterkloestersaussuusse
olieeulie
Om het evenneggliek
omdraaienummedreien
omkledenumtrekken; omtrekken
onbenullig mensdogge
onderunder, onder
onderbroekunderboksem
onderbroekvest
onderweg stoppen bij een caféangaon
onderweg wat treuzelendouweln, diedeln
onderzoekonderzeuik
onderzoekunderzuuk
ondeugend kindgloepertie
ongelooflijkongeleufelijk
onkruidroet
onkruid verwijderenmellen trekken
onlangs was hij ook al ziekhej hef lest ok al 'n roffel had
onrechtmatig afnemenofnaodern; ontnaodern
onsoes, oens, oons, oos, oous, ous
ontbijtontbiet
ontstemdgrammietig
onweerongweer
onweerdunder
onzeoouze
ooieui
oorwormgaffeltange, oorkroeper, knieptang, oortiek
oorwurmgaffeltaand
op bedop bedde, op bèrre
opabes, opa, grotva
opduvelenopsalema (a) ndern
openlos
ophistenanhissen
opnieuwvanneis
opoegropmoe
oppassenKediet
opruimenanhemmeln
opscheplepelslief
opscheplepel (soep) slieef
opscheppensnakken
opscheppereigenwieze; snakker; schroeter, schroet'n
opschepsterwiesneuze
opschietenanmakn
opschietenanmaken
opschietenanmökn
opschieten voortmakenabbeseer'n
OrvelteÖrvel
OrvelteÖrvelt
oudeoale
oudersjoen volk
oudersvolk
OudjaarsdagOldjaorsdag
overover, aover
overhemdboezeroen
overlijdenoet de tied kommen; uut de tied kommen; overlieden; doodgaon; starven; dood gekomen
overlijden/ heel moe zijnde piep uut he'm

P

paalslagersleije
paaltjepoltie, paoltie
paardpeerd
paardetuigzeel, zeele
paarssang, paors
paaszakpaosbule
pace makerrikketik antrapper
pafferigdienerig
pak slaagwaant houw
papieren zakpapieren puut, kladde
parfumguurtie/roekertie
Parfumroek roekie
parmantigkiepug
PasenPaosen; Paosdagen
pasenpasen
pasopwaor dei
PeizePaais
PeizenaarPaaiser bekkesnieder
PeizenaarPaaiser-oalekop
perkoen paaltjerikkepaole
petpette
picknickenlaog bi de grond eten
PiemelPiele
piemelroepe
piemelkukel
pijppiepe
pijpekrullenpiepekrul'n
pindaaepeneutie
pindaapeneut
pindasauzemangel
pindasausie
pinksterenpinkstern
pissebedkeldermotte, steinmot
pissebeddensteinkrott'n
pissenmiegn
pistoolpafmeule
plaats waar de pomp op de deel staatpompestraote
plaatselijkeplaotselijke
plassenpissen, zeiken, miegen, stuk uut de kulle weg drieten
plassenstruln
Plassen gaande aerpels afgieten
plastic zakpute
Plastic zakjeKladdegie
plekjestee, plek (ke), plekkie
ploegploug (gronings...)
poeppongel
poeppeop
poeskatte
polietieplysje
politieplietsie
politieveldwachter tuut
PopulierPoppe, peppel
porseleinkastdiggelkast
pos (vis) schele, skele
praatjetokkel
praatjespraoties, babbelegoegies
praatjesbabbelegoegies
prachtigvalt niet tegen; valt met; kun minder
prakkenprauseln
pratenpraoten, proten
PratenPraoten
Precies wat ik wildeKrek wak wol
priempek-els
professorprefesser
pronkzuchtige vrouwgoll'n Jaanie
pruimenjamproeme
prutsen wegstoppenknieveln nieveln
prutsen, knoeienknooien
puiveurgevel
puistjeporriegie; purregie
punaiseduukerie
PuntzakjeTipkladdegien
purpersang

R

RaathoningKoekies hunnig
ragebolkopstubbe
ragebolkopstubber
ranzig (spek) gasterig; garsterig; gastig (spek)
ratröt
reurekel
reuzel (gesmolten) smolt
riannemajoor
richten (met een geweer o.d) kuren
riemriem (me), reeim, reim, reem
rijmriem
rijp (bevr. mist) riep
rijp (vrucht) riepe
rode bietenrobieten; robeten; roebieten
RodenRoon
Roden Roon
RodenaarRoonerpeereviller
roggebroodbrood, roggestoete
roggeoogstbouw
RoldeRoal
rolletjesrollegies
RommeltjeRommeltie
Roos (in het haar) skinne
rotzakfrabbe
rubenpanda
rugrug (ge) ; rogge (omg. Hoogeveen)
rugrogge, rugge
RuinenRûne
RuinenRuune
RuinenRüne
Ruinen (litteken op de wang) Rüner woapen
RuinersRûners
RuinerwoldRuunerwold / 'T wold
ruitglas
ruitroete
ruitenroeten
rul zandbuulzaand
rupsroepe
Rustig, kalmtumig
ruziemakenkribb'n

S

saaischool
samenwerkingmaandewark
saus van spekvet en karnemelksepapzoer stip, reurom
schaapschaope
schaapschaop
schaarsbetuun
schaatsscheuvel
schaatsenscheuvelen; scheuveln
schaatsen (handeling)scheuveln, scheuvellopen, scheuvelrieden, schaatslopen, schaatsen
schaduwbeeldscharebeeld
scheefschiefe
schemertweedonker; tweeduuster, tweiduuster
scherfscharve schúrvel
scherfschóte
schervendiggels
schijnbaar argelooskwaanskwies
schillenschellen; skellen
scholeksterstrandkievit, oostindische kievit
scholletje lopentaoien, ies (ie) taoien
schommelruik
schommeltolter, talter, bommel
schoofgaarf
schoolsaai
schoolschoel (e) ; skoele
SchoonlooSkloo
schoonmakenan-hemln
schoonoordskonnerd
schoorsteenmantelbossem
schoorsteenmantelBozzum
schoorsteenmantelbosúm
schoorsteenmantelbossum
schoorsteenmantel (schörstein) bözzum
schootscheut
schop spadeschuppe
schorschrom
schortschulk; skulk
schortschoet
schortschoet, schölk
schot (van een wagen od) (wagen) bred
schreeuwenschrouwen, beulen, blèren
schreienrèeren, rèern
Schrijvenschrieven
schuimbroes; schoem
schuimbroes
schuurwaander
SchuurdeurBaanderdeur
SeksBats'n
serviesdiggelgoed
sinterklaassunterklaos
sitewebstee
slaslaot
slaanslaon; houwen
slaapmutsjesloapmutsie
slag inschraankel
slagerslachter, slaoger
slangslaang
slapseupel
SlapSlof
slapensloap'n
slapenslafen
slappe koffiebocht; bruggennat
slappe koffiejoegel
slecht mensminne mietzak
sleeslij
sleedoornpruimbekkentrekker
SleenSlien
sleg (grote houten hamer) houwslag; holtslag
slikkensloeken,
slimdom
slimloos
SlimSnugger
slimleep, loos
slingerenswiemelen
slootwieke
slordig schrijvenmaggeln
slordige vrouwtonte van een wief
smeer"vuil"jirre
smeerlapvoelies,
smerengriemen
smerenklaien
Smildede Smilde
smoesje (s) konkelefoesie (s)
Snee (wond) gluppe
sneetje broodplakkie stoete, brukkie, brugge
sneeuwgrummen
sneeuwsnei
sneeuwklokjessneiklokkies
snel aanbakkenopsnittern
Snelbinder (voor fiets)Spanders
snelheidvaort, gaank
snoeksnouk
snoepsnuup; slik; slikkerij
snoepenslikken
snoepensnuupen
snoeperslikbek
snoeverakkerstudent, blaosbalg
SnotaapBuusjong
snuisterijen, prulletjessnipsnaoderijen
snuivensnoeven
soeplepelslieve
soeplepelsleeve
sokhoos (e)
sokkenheuzevuttels
solliciterensolsiteren
somsmaangs
somsadmit
somsseins, maangs, paartie toern
soort blauwe verfwupkarren blaauw
soort groene verfbaanderdeuren gruun
sopdoekschÖteldook
spadeschup, schuppe
spagettislinger om de smoel
spekvetstip, smolt
sperciebonenslaobonen; gruune bonen
spierpijnspierpien
spijkerspieker
spijker (groot formaat) rong (e)
spijkerbroekspiekerboks (e)
spreeuw (en) sprô ('n)
spulletjes huisspullegieshoes
spurriesparre
StaaldraadStaaldraod, staoldraod
staartstaart, steerte, starte
steedsaaid, aal, al
steel (van bijv. een schoffel) staal (e), steel
Stelenjatten; gappen; pikken; steeln;
stepautopet
Sterretjes (vuurwerk) Spetterkeersie /staregies
StervenUut de tied kommen
stevig gebouwd, rijzigsneidig
stierbol (le)
StiggeltieStiggeltie
stijfstief
stoeienspandiksen
stoeienfrosselen
stoeienvrosseln
stofferhaandvegerdie, haandvegertie
stoffer en blikhaandvegerdie en motblik
stoffer en blikhaandvegertie (haandvegerdie) en motblik
stofzuigenbleerbezem, stofzoeger
stofzuigerbleerbessem
stookhoknaomduus
stoppenanholden, stilholden
stormlantarenschienvat
straatstraot (e)
straksdaalijk/dolkies
straksstrakkies, anstond, damee, dametties, zoda (o) lijk, (vort) daolkies, vortdaolijk, dommee (t), dommie (s) t, stonties, temee
strijkenstrieken
stroopkruutje
stropdasstrik
struikduikenstruukduken
studerendeurleren
stuiterenstoeke
stukje snotdompe
stukkenstoeken
stukmakenvurnaggeln
stutten tegenhoudenmeut'n
sufferdkoenderd
sufferd, onbenullig persoongaorenklopper
suikersukker, suker

T

T-shirtMouwhemd
t'huisje'thuuske
taaltaol
tafeltoafel
tafelzeilzwilk
tafelzeiltjezwilkie
takjegarregie (n)
tamponbloedzuuger
tandvleesgaogel
tantemeu; meue; tante
TanteMuu
Tante JantjeTan Jentje, Ta (a) nte Jaantie
tante Marchientan Maagie
Taskarbies
tegemoet komenin de meut kommen
tegenwoordigtegenswoordig, vandaage an de dag
teilaoker
teilbali
tekeergaanspandekseln
tenentienen, tonen
theedoekscotteldouk
theedoekschutteldoek, schurreldoek
Thuisin Huus
thuisthuus -thoes
tijdtiet
tochtig (koe) bolleg
tochtig (koe) bols
tochtig van een koevaorig
toilet't hoesie/plee
toneelteneeil
tot strakstot dommies
touwtjetouwgie
traagtraog; langzaam
traag iemandjan zachies
trek in hebbenzin an hebben
treuzelentreuzeln, zumen
Trots persoonLanghals
TuigTuug
tuintun
tuintune
tuintuune
Tuinslangslauwe
tuinslangslange
TuinslangTunslauwe
turfpiet
twintig (eieren) een stiege (eier)
twintig eierenstiege eier
TynaarloTynoarl

U

uai, do, doe, ie, ij, jo, joe
ui siepel
uisiepel
uiui
uien siepels
uiensiepels
uiloele
uituut
uit de band springenoet de ket gaon
uit de tijduut de tied
uit drentheuut drenthe
uit elkaaruut mekander, mekaare, mekaor, menaar
Uiterlijke schijnEen mooie teller met niks der in
uitgegaanuut-egaone, oetgaon
uitnodigenneugen
uitnodiginguutneudigen
uitvretenuutvreten, oetvreten

V

vaatdoekschorreldoek
vaatdoekschotteldoek
vadervaode, vaa
VaginaFlamoes
vakantievekaansie
valt meevalt met, mit
ValtheVaalt
van slagin de biester
van slagveraldereerd
vanillevlagele vla
vaporisatorverstoever
varken (s) varken, zwien, vaarken, keu (n)
varken met jongenMot met biggen
varkensvermeerderingsbedrijfZwienefokkerij
veelveul
veenkluun
veger en blikmotblik en stubberie
veldbies (Lazula) rusk, rus, ruske
veldkeiflint
veldkeivlint
veldwachterkarspelsoldaot
Verbergenverdoez'ln
verderwieder
verdrinkenverzoepen
vereffenenverliekerderen
vergetenvergeetn
vergietgattiespanne
vergoeding in natura voor het malen v h graanhocht
verhemeltegagel
Verhuurder (van landbouwgrond of boerenbedrijf) Heerschap, hèèrschop
verkeerd om gaanverkeerd umme gaon
verkeerspolitiewitpetten
verlangen naarweinstig weden
verlegenbleu
vermakenvernuveren
verstoppertje spelenwegrkroepertie
veulen (tje) vul, vullegie
veulentjevullegie; vooltie
viervejere
viespeukzwienepuut, smeerlappe
viezerikgasterd
vijfvief, vieve
vindervönder, viender
visiteveziet
Vlaamse gaaiSchrow akster
vlaamse gaaischrôuwakster
vlagwaailap
vlagwaailappe
vleesvlaais, vleis
vlees div.soortenslaachterij, slachterij (e) slachteraai
vleierpluumstrieker
vliegmug
vlieggat in een bijenkorfielgat
vloerbeune, beuntie
vochtigslof
voederbietenmangels
vogelveugel
vondvun (d)
voorveur
voorbeeldveurbield; exampel
voorzichtigveurzichtig
vraagvraog (e)
vreemdsingelier vrumd
vriendmoat
vriendinnetjewichie
vrijdagvrijdag; vri'jdag
vroegvro, vrog, vroug
vrolijkbest te passe
vrouwfremmus
vrouwvrommes
vrouwwiev
vrouw/echtgenote't meinse
vrouwenvrouwlu, frollie
VrouwtjeWiefie
vruchtbare grondgaile grond
VuilboomVoelboom

W

WaarheidWaorheid
WafelKniepertien
wagenmakerstelmaker
wandelen kuiern
wandelenkuiern
wandelingkuierpadtie (n)
wandelingkuierpadtie
wasknijperswaskniepers
waslijnliende, kniepliende
wat wil jewat woj
waterwaeter, wotter, water
watergruwelkrentjebrij
watersnip (Capella gallinago) gunterbokkie
we zijn blij als je komtwi bint bliede aj komt
websitewebstee
WeduweWedevrouw
weegschaalbaskuul
WeerdingeWeuring
wegpad, steeg, stege, weg
weghen, vort, vurt
wegvort
weggaanvortgaon, vurtgaon,
weijsweis
weilandgruunlaand, mao (de) laand, maode, gröslaand
werkwark, waark
werkelijkeerlijks, warkelijk
wespurke
wespwapse
wespwospe
WestdorpWespert
WesterborkBörk
WesterborkerBorker
wielrad
wijwai, wie, wij, wee
wijdbeensschriebiens
Wijfwief
wijsneussnotdompe
wijsneuswiesdompe
wijsneuswiesdompe /snotdompe
WijsterWiester
wil je tongzoenenstrot worstel'n
wilde frambooshemelties; hemerdies; hiemerties
windwiend
windhoosnikstaart
windjackklettervest (niet grappig bedoeld)
woelenwruten; vruten
woensdagwonsdag; woensdag
wonderwoerdes
WoonwagenbewonerTentker, tenneker, kamper
worstelenvrosseln

Z

zaadfluitekruit
Zacht (bv zacht geworden koekje) Slof
zakpuut
zakpude
ZakBuuts
zakbuus (e), buutse
zak (klein) verpakkingpuut (e), kladde, tippuutie
zak gemalen graaneen pong meel
zakdoekbuutsdoek
zakdoekbuusdoek
zakdoekbuusdouk
ZaklantaarnKitslochie
zaklantaarnzaklocht
zaterdagzaoterdag
zeizee
zeiszende
zeiszwao
zeis scherpenzende haarn
zelfzölf
Zend amateur/piraatBukk'n
zet dat apartzet dat mar beziet
zeugmotte
zeugmot; keuemotte
zeurenplasen
zeurenpiepert zeurzak
zevenzeuven
zeven (getal) zeven, zeuven,
ziekniet best te passe
ziekenhuisziekenhoes, ziekenhuus,
zij (vnw) ze, zie, zij, zej
zijn (ww) weden, wezen
zilverzulver
zin (lust) goesting, wil (le)
zingenbleeren
zingenvals
zittenzit'n
zodezudde
zoekenzuken; snuien
zoektzuukt
zoenensmokk'n
ZoenenBrommers. Kiek'n
zoetzuut
zolderbeun
zomerzummer
zonzunne
zondag zundag
zondagzundag
zonderzunder
zoveelzoveule
ZuidlarenZuudlaoren; Zoeplaoren
ZuidwoldeZuudwolde
zuinigop de knip
zuipenzoepen
zuiverzuver, klaor
zwaarzwoar
zwaluwenswalvies
ZweeloZweel
zwerfkeivlint, zwarfstien, zwarfkei
zwerm (bijen) zwarm, zwörm
zwetenzwieten
zwijnzwien