NL: meevarenSynonyms: aanmonsteren
EN: sail up
DE: auffahren
| Voltooid deelwoord |
meegevaren
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
ik vaar mee jij vaart mee hij vaart mee wij varen mee jullie varen mee zij varen mee
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
ik heb meegevaren jij hebt meegevaren hij heeft meegevaren wij hebben meegevaren jullie hebben meegevaren zij hebben meegevaren
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
ik voer mee jij voer mee hij voer mee wij voeren mee jullie voeren mee zij voeren mee
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
ik had meegevaren jij had meegevaren hij had meegevaren wij hadden meegevaren jullie hadden meegevaren zij hadden meegevaren
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
ik zal meevaren jij zult meevaren hij zal meevaren wij zullen meevaren jullie zullen meevaren zij zullen meevaren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
ik zal meegevaren hebben jij zult meegevaren hebben hij zal meegevaren hebben wij zullen meegevaren hebben jullie zullen meegevaren hebben zij zullen meegevaren hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
ik zou meevaren jij zou meevaren hij zou meevaren wij zouden meevaren jullie zouden meevaren zij zouden meevaren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
ik zou meegevaren hebben jij zou meegevaren hebben hij zou meegevaren hebben wij zouden meegevaren hebben jullie zouden meegevaren hebben zij zouden meegevaren hebben
|
| Gebiedende wijs |
vaar mee
|