NL: imiterenSynonyms: mimen, nabootsen, nadoen, namaken, navolgen, simuleren, volgen
EN: imiteren (navolgen): imitate, copy
FR: imiteren (navolgen): imiter, copier, pasticher
DE: imiteren (navolgen): imitieren, kopieren, nachmachen, nachbilden, nachahmen
ES: imiteren (navolgen): seguir
| Voltooid deelwoord |
geïmiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
ik imiteer jij imiteert hij imiteert wij imiteren jullie imiteren zij imiteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
ik heb geïmiteerd jij hebt geïmiteerd hij heeft geïmiteerd wij hebben geïmiteerd jullie hebben geïmiteerd zij hebben geïmiteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
ik imiteerde jij imiteerde hij imiteerde wij imiteerden jullie imiteerden zij imiteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
ik had geïmiteerd jij had geïmiteerd hij had geïmiteerd wij hadden geïmiteerd jullie hadden geïmiteerd zij hadden geïmiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
ik zal imiteren jij zult imiteren hij zal imiteren wij zullen imiteren jullie zullen imiteren zij zullen imiteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
ik zal geïmiteerd hebben jij zult geïmiteerd hebben hij zal geïmiteerd hebben wij zullen geïmiteerd hebben jullie zullen geïmiteerd hebben zij zullen geïmiteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
ik zou imiteren jij zou imiteren hij zou imiteren wij zouden imiteren jullie zouden imiteren zij zouden imiteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
ik zou geïmiteerd hebben jij zou geïmiteerd hebben hij zou geïmiteerd hebben wij zouden geïmiteerd hebben jullie zouden geïmiteerd hebben zij zouden geïmiteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
imiteer
|