NL: aanklampenSynonyms: aanhouden, aanschieten, aanspreken, beetgrijpen, beetpakken, aanvatten, aanpakken, aangrijpen, vastpakken, vastklampen, grijpen
EN: aanklampen (beetgrijpen): grab, take hold of, grasp, grip, catch, seize, clamp, clasp
FR: aanklampen (beetgrijpen): prendre, attraper, clouer, saisir, empoigner, coller à, s'accrocher à, se cramponner à
DE: aanklampen (beetgrijpen): greifen, festhalten, anfassen, anpacken, festgreifen, fassen, zugreifen
ES: aanklampen (beetgrijpen): abordar, coger, agarrar, prender, agarrarse a
| Voltooid deelwoord |
aangeklampt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
ik klamp aan jij klampt aan hij klampt aan wij klampen aan jullie klampen aan zij klampen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
ik heb aangeklampt jij hebt aangeklampt hij heeft aangeklampt wij hebben aangeklampt jullie hebben aangeklampt zij hebben aangeklampt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
ik klampte aan jij klampte aan hij klampte aan wij klampten aan jullie klampten aan zij klampten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
ik had aangeklampt jij had aangeklampt hij had aangeklampt wij hadden aangeklampt jullie hadden aangeklampt zij hadden aangeklampt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
ik zal aanklampen jij zult aanklampen hij zal aanklampen wij zullen aanklampen jullie zullen aanklampen zij zullen aanklampen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
ik zal aangeklampt hebben jij zult aangeklampt hebben hij zal aangeklampt hebben wij zullen aangeklampt hebben jullie zullen aangeklampt hebben zij zullen aangeklampt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
ik zou aanklampen jij zou aanklampen hij zou aanklampen wij zouden aanklampen jullie zouden aanklampen zij zouden aanklampen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
ik zou aangeklampt hebben jij zou aangeklampt hebben hij zou aangeklampt hebben wij zouden aangeklampt hebben jullie zouden aangeklampt hebben zij zouden aangeklampt hebben
|
| Gebiedende wijs |
klamp aan
|