| interview |
| gesprek (het ~), onderhoud (het ~), samenspraak (de ~), enquête (de ~), ondervraging (de ~ (f)), interview (het ~), vraaggesprek (het ~) |
| investigation |
| onderzoek (het ~), enquête (de ~), ondervraging (de ~ (f)), opsporing (de ~ (f)), speurwerk (het ~), nasporing (noun), traceerwerk (het ~), navorsing (de ~ (f)) |
| mapping out |
| kartering (de ~ (f)), meting (de ~ (f)), opmeting (noun) |
| overall picture |
| overzicht (het ~), totaalbeeld (het ~), volledige visie (noun) |
| overview |
| overzicht (het ~), totaalbeeld (het ~) |
| summary |
| samenvatting (de ~ (f)), uittreksel (het ~), extract (het ~), excerpt (het ~), resumé (het ~), probleem (het ~), opgave (de ~), kwestie (de ~ (f)), vraagstuk (het ~), zwaarte (de ~ (f)), opgaaf (de ~), staat (de ~ (m)), lijst (de ~), opsomming (de ~ (f)), opnoeming (noun) |
| surveyability |
| overzichtelijkheid (de ~ (f)) |
| view |
| zien, kijken, bekijken, waarnemen, observeren, gadeslaan, begrip (het ~), benul (het ~), mentale voorstelling (noun), mening (de ~ (f)), idee (de ~ (f)), inzicht (het ~), standpunt (het ~), visie (de ~ (f)), oordeel (het ~), opvatting (de ~ (f)), lezing (de ~ (f)), interpretatie (de ~ (f)), opinie (de ~ (f)), denkbeeld (de ~), zienswijze (de ~), gezichtspunt (het ~), overtuiging (de ~ (f)), bezichtigen, inspecteren, aanschouwen, bezien, controleren, keuren, examineren, uitzicht (het ~), prospect (het ~), vue (noun), panorama (het ~), vergezicht (het ~), perspectief (de ~), invalshoek (de ~ (m)), oogpunt (het ~), gezichtshoek (de ~ (m)), zienswijs (noun), aspect (het ~), opzicht (het ~), facet (het ~), gezindheid (de ~ (f)), vaststaande mening (noun), meningsuiting (de ~ (f)), aanzien (het ~), aankijken, aanblikken, aanzicht (het ~), bezichtiging (de ~ (f)), verreikend uitzicht (noun), doorkijk (de ~ (m)) |
| control |
| onderzoeken, testen, keuren, beproeven, bekijken, bezichtigen, inspecteren, beheer (het ~), controle (de ~), zorg (de ~), toezicht (het ~), bescherming (de ~ (f)), bewaking (de ~ (f)), zeggenschap (de ~ (f)), hoede (adj. / adv.), controleren, examineren, schouwen, surveillance (de ~), beheersing (de ~ (f)), zelfbeheersing (de ~ (f)), beheersen, bedwingen, matigen, beteugelen, bedaren, intomen, voogdij (de ~ (f)), onderwerpen, onder gezag brengen, toetsen, overhoren, bestrijding (de ~ (f)), in bedwang houden, mate van bekwaamheid (noun), temmen, afstelknop (noun), inbinden, zich bedwingen |
| map |
| kaart (de ~), landkaart (de ~), in kaart brengen, karteren, plattegrond (de ~ (m)), grondplan (het ~), stadskaart (de ~), portfolio (de ~ (m)) |
| register |
| vastleggen, boeken, noteren, registreren, opschrijven, optekenen, aantekenen, op schrift stellen, aanmelden, inschrijven, opgeven, intekenen, subscriberen, aanmonsteren, zich melden, zich aanmelden, zich opgeven, kadastreren, lijst (de ~), register (het ~), ledenlijst (de ~), klapper (de ~ (m)), hoofdboek (noun), inboeken, indexeren, registeren, index maken, bevolkingsbureau (het ~), kiezerslijst (de ~), kiesregister (het ~), kiezersregister (noun) |
| enter in the land registry |
| inschrijven, kadastreren |
| look over |
| overzien, inspecteren |
| report |
| vertellen, zeggen, beschrijven, uiteenzetten, verhalen, mededelen, verhaal vertellen, overzicht (het ~), staat (de ~ (m)), lijst (de ~), opgave (de ~), opgaaf (de ~), staatje (noun), lijst van gegevens (noun), verslag (het ~), rapport (het ~), weergave (de ~), reportage (de ~ (f)), bericht (het ~), referaat (het ~), scriptie (de ~ (f)), opstel (het ~), melden, informeren, meedelen, berichten, rapporteren, verslag uitbrengen, uitspraak (de ~), melding (de ~ (f)), boodschap (de ~ (f)), vermelding (de ~ (f)), mededeling (de ~ (f)), bekendmaking (de ~ (f)), relaas (het ~), verwittiging (de ~ (f)), gewag (noun), tijding (de ~ (f)), blad (het ~), tijdschrift (het ~), periodiek (adj. / adv.), magazine (het ~), weekblad (het ~), maandblad (het ~), tijdspiegel (de ~ (m)), verklaring (de ~ (f)), proces verbaal (noun), klikken, verklappen, noot (de ~), aantekening (de ~ (f)), notitie (de ~ (f)), opschrijving (noun), iets melden, rapportage (de ~ (f)), mededelingen (de ~), berichtgeving (de ~ (f)) |
| record |
| overzicht (het ~), staat (de ~ (m)), lijst (de ~), opgave (de ~), opgaaf (de ~), staatje (noun), lijst van gegevens (noun), opnemen, opslaan, onthouden, inspreken, verslag (het ~), verhaal (het ~), rapport (het ~), weergave (de ~), reportage (de ~ (f)), vastleggen, boeken, noteren, registreren, opschrijven, optekenen, aantekenen, op schrift stellen, plaat (de ~), album (het ~), lp (noun), langspeelplaat (de ~), elpee (de ~ (m)), l.p. (noun), grammofoonplaat (de ~), te boek stellen, boekstaven, schijf (de ~), record (het ~), optekening (de ~ (f)) |
| examine |
| vragen, aanvragen, verzoeken, uitnodigen, aanzoeken, onderzoeken, testen, keuren, beproeven, proberen, uitproberen, bekijken, bezichtigen, inspecteren, aanschouwen, bezien, controleren, nakijken, nagaan, examineren, toetsen, overhoren, uittesten, examen afnemen, fouilleren, visiteren |
| inspect |
| kijken, schouwen, toeschouwen, onderzoeken, testen, keuren, beproeven, bekijken, bezichtigen, inspecteren, aanschouwen, bezien, controleren, nakijken, nagaan, examineren, overzien, monsteren, monsters nemen |