Free online dictionary

Main page (EN) Encyclopedia (EN) This site in Dutch    
 

Translate

Words (Main page)
Text (Babelfish)
Theme dictionaries

Language portals

Dutch
English
French
German
Spanish

Entertainment

Crossword dictionary
Rhyming dictionary

Synonyms

Dutch
English
French
German
Spanish

Verbs

Conjugate verbs

Varia

Counting in other languages

Spelling

Telephone alphabet
Spelling checker

This website

Contact
Privacy & copyright

Translating sail (English - Dutch)

sail (verb)
verlaten (adj. / adv.), verdwijnen, heengaan, wegtrekken, afreizen, wegreizen, varen, zeilen, navigeren, bevaren, uitvaren, afvaren, van wal gaan, aansturen op, afvaren op, aanhouden op, afstevenen op, afstomen op, bezeilen

leave for
verlaten (adj. / adv.), verdwijnen, heengaan, wegtrekken, afreizen, wegreizen
travel
reizen, trekken, zwerven, rondreizen, verlaten (adj. / adv.), verdwijnen, heengaan, wegtrekken, afreizen, wegreizen, afleggen, meters maken
rub in
verlaten (adj. / adv.), verdwijnen, heengaan, wegtrekken, afreizen, wegreizen, uitwrijven, smeren, invetten, oliën, inoliën, insmeren, fouten benadrukken
grease
verlaten (adj. / adv.), verdwijnen, heengaan, wegtrekken, afreizen, wegreizen, vet (adj. / adv.), olie (de ~), smeer (de ~ (m)), reuzel (de ~ (m)), smeren, invetten, oliën, inoliën, doorsmeren
smear
verlaten (adj. / adv.), verdwijnen, heengaan, wegtrekken, afreizen, wegreizen, smeren, invetten, oliën, inoliën, bevuilen, besmeren, bekladden, bevlekken, bemorsen, uitstrijkje (het ~)
set out
stoppen, afzetten, stilzetten, tot stilstand brengen, verlaten (adj. / adv.), verdwijnen, heengaan, wegtrekken, afreizen, wegreizen, uitmaken, uitzetten, uitschakelen, uitdoen, klaarzetten, alvast neerzetten
leave
gaan, vertrekken, weggaan, opstappen, heengaan, opbreken, vakantie (de ~ (f)), verlof (het ~), snipperdag (de ~ (m)), verloftijd (de ~ (m)), verlofjaar (noun), bestellen, brengen, bezorgen, afgeven, overhandigen, afleveren, thuisbezorgen, verlaten (adj. / adv.), verwijderen, smeren, wegtrekken, afreizen, wegreizen, verdwijnen, in de steek laten, overlaten, afsteken, afvaren, wegvaren, zich verwijderen
depart
gaan, vertrekken, weggaan, opstappen, heengaan, opbreken, verwijderen, smeren, wegtrekken, afreizen, wegreizen, verlaten (adj. / adv.), verdwijnen, afsteken, afvaren, wegvaren
take off
beginnen, starten, aanvangen, van start gaan, inzetten, intreden, op gang komen, aanbreken, een begin nemen, vertrekken, verwijderen, weggaan, smeren, opstappen, wegtrekken, afreizen, wegreizen, opstijgen, omhoogkomen, opvliegen, verlaten (adj. / adv.), verdwijnen, heengaan, de hoogte ingaan, in de lucht omhoogstijgen, afhandelen, afdoen, beslechten, twist uit de weg ruimen, afsteken, afvaren, wegvaren, kopiëren, nabootsen, namaken, uittrekken, uitdoen, uitkleden, ontkleden
go sailing
varen, zeilen, gaan varen
navigate
varen, navigeren, bevaren, vliegtuig besturen, kruisen, laveren, tegen de wind in varen
set sail
uitzeilen, uitvaren, afvaren, van wal gaan
steer for
stevenen, aansturen op, afvaren op, aanhouden op, afstevenen op, afstomen op
make for
aanpassen, geschikt maken, bedoelen, beogen, ten doel hebben, richting (de ~ (f)), aansturing (de ~ (f)), aflopen, vervoegen, zich begeven naar, koers zetten naar, stevenen, aansturen op, afvaren op, aanhouden op, afstevenen op, afstomen op
head for
richting (de ~ (f)), aansturing (de ~ (f)), aansturen, aflopen, vervoegen, zich begeven naar, koers zetten naar, stevenen, aansturen op, afvaren op, aanhouden op, afstevenen op, afstomen op

Expressions


EN: 10 days' sail
NL: 10 dagen varen

EN: make sail
NL: (meer) zeilen bijzetten

EN: take in sail
NL: zeil minderen
NL: zich matigen

EN: sail the seas
NL: de zeeën doorkruisen

EN: sail in the same boat
NL: in het zelfde schuitje varen

EN: it is sailing
NL: de zaak gaat vlot

EN: it's plain sailing
NL: het gaat van een leien dakje, er is niets aan

EN: sail into
NL: aanpakken

EN: sail close to (near) the wind
NL: scherp bij de wind varen
NL: iets doen (zeggen) wat op het kantje af is

Examples

Architecture and Construction

EN: sail
NL: scheepszeil
Transport and Traffic

EN: sail, go to sea, proceed to sea, leave port
NL: naar zee brengen, buitengaats brengen
Transport and Traffic

EN: sail
NL: zeil
Transport and Traffic

EN: sail
NL: zeiltoestand
Transport and Traffic

EN: sail, leave port, go to sea, proceed to sea
NL: buitengaats brengen, naar zee brengen

Translate again



 Also in the database

  1. said (gemeld)
  2. sailboard (zeilplank)
  3. sailed (scheepszeil)
  4. sailer (motorzeiljacht)
  5. sailfish (zeilvis)
  6. sailing (het vertrek)
  7. sailor (de lichtmatroos (m))
  8. saint (de sint (m))

What is Mijnwoordenboek?

Pronounce: mine-worden-book, meaning `My dictionary`. Mijnwoordenboek is a free translation dictionary where you can translate words to and from English, German, Spanish, French and Dutch. In addition to the translations you can also conjugate verbs, check your spelling, find synonyms and find rhyme words.

Statistics

Our translation database currently contains about 19,000,000 words, 2,000,000 synonyms and about 200.000 verbs in 5 languages.

Translate

Naar

Spelling (EN)

Conjugate

Synonyms (EN)

Encyclo (EN)

© Mijnwoordenboek 2008
© Interglot Dictionary 2008