| reliable |
| waarschijnlijk, aannemelijk, geloofwaardig, acceptabel, plausibel, blij, vrolijk, wakker, levendig, monter, zonnig, lustig, opgewekt, opgeruimd, kleurig, opgetogen, uitgelaten, geestig, fleurig, blijmoedig, dartel, jolig, kwiek, fideel, welgemoed, blijgeestig, betrouwbaar, degelijk, deugdelijk, gedegen, van goede hoedanigheid, bedrijfszeker |
| believable |
| waarschijnlijk, aannemelijk, geloofwaardig, acceptabel, plausibel |
| likely |
| waarschijnlijk, aannemelijk, geloofwaardig, acceptabel, plausibel, vermoedelijk |
| fair |
| geschikt, redelijk, billijk, schappelijk, eerlijk, open, oprecht, rechtschapen, openhartig, rondborstig, fideel, trouwhartig, fair, vrij, ronduit, vrijuit, onomwonden, vrijelijk, onverholen, onbewimpeld, relatief, betrekkelijk, deugdzaam, eerzaam, zedig, kermis (de ~), blond, redelijke, behoorlijke, tamelijke, kermisterrein (het ~), goudblond |
| fitting |
| geschikt, passend, gepast, geëigend, aan proberen (noun), toepasbaar, netjes, keurig, passende |
| solid |
| betrouwbaar, degelijk, deugdelijk, sterk, stevig, flink, robuust, solide, ferm, fiks, stevig gebouwd, logisch, aannemelijk, gegrond, gefundeerd, steekhoudend, op goede gronden steunend, gedegen, van goede hoedanigheid, degelijke |
| sound |
| bellen (verb), opbellen (verb), telefoontje plegen (verb), iemand opbellen (verb), betrouwbaar, degelijk, deugdelijk, logisch, aannemelijk, solide, gegrond, gefundeerd, steekhoudend, op goede gronden steunend, geluid (de ~ (m)), rumoer (het ~), klinken (verb), luiden (verb), klank voortbrengen (verb), toon (de ~ (m)), klankgeluid (noun), timbre (het ~), intonatie (de ~ (f)), klankkleur (de ~), klanktint (noun), gedegen, van goede hoedanigheid, sonderen (verb), met sonde onderzoeken (verb), degelijke, beieren (verb), weerkaatsen (verb), galmen (verb), schallen (verb), weerklinken (verb), resoneren (verb), echoën (verb), weergalmen (verb), weerschallen (verb), klokluiden (verb), solvent, kredietwaardig, solvabel, doorklinken (verb), zeestraat (de ~), zeeëngte (noun), doortimmerd |
| legitimate |
| geldig, aannemelijk, valide, valabel, gegrond, logisch, degelijk, solide, gefundeerd, steekhoudend, op goede gronden steunend, wettelijk, legaal, rechtsgeldig, legitiem, wettig, gewettigd, rechtvaardig, rechtmatig, billijk, wetmatig, gerechtvaardigd, op deugdelijke gronden steunend |
| valid |
| geschikt, valide, in staat te werken, arbeidsgeschikt, geldig, aannemelijk, valabel, logisch, degelijk, solide, gegrond, gefundeerd, steekhoudend, op goede gronden steunend, geldend |
| convincing |
| logisch, degelijk, aannemelijk, solide, gegrond, gefundeerd, steekhoudend, op goede gronden steunend, overtuigend, beslissend, afdoend, klemmend |
| tolerable |
| redelijke, behoorlijke, tamelijke, toegestaan, toegelaten, geoorloofd, veroorloofd, gepermitteerd, hebbelijk, toelaatbaar, tolereerbaar, verdraaglijk, duldbaar, gedoogbaar, te verdragen, tolerabel |
| acceptable |
| waarschijnlijk, aannemelijk, geloofwaardig, acceptabel, plausibel, gewoon, gebruikelijk, courant, gangbaar, aanvaardbaar |
| moderate |
| geschikt, redelijk, billijk, schappelijk, beheersen (verb), bedwingen (verb), matigen (verb), beteugelen (verb), bedaren (verb), intomen (verb), middelmatige, gematigd, getemperd, besparen (verb), geld besparen (verb), minder gebruiken (verb), dempen (verb), temperen (verb), zich matigen (verb), vergemakkelijken (verb), vereenvoudigen (verb), bemakkelijken (verb), versoberen (verb), simplificeren (verb), met mate gebruiken (verb), moderaat |
| sensible |
| redelijk, rationeel, verstandelijk, correct, verstandig, wijs, doordacht, raadzaam, zinnig, bedachtzaam, pienter, nadenkend, wijselijk, weldenkend, intelligent, schrander |
| surmountable |
| overkomelijk |