| perfect |
| totaal, helemaal, grondig, degelijk, diepgaand, volkomen, diepgravend, niet oppervlakkig, uitstekend, perfect, patent, uitmuntend, voortreffelijk, volmaakt, excellent, briljant, superbe, subliem, uitgezocht, uitgelezen, puik, uitnemend, top, eersteklas, eersterangs, tot de beste klasse behorend, ideaal, prima, hoogwaardig, van goede kwaliteit, foutloos, correct, keurig, onberispelijk, onbesproken, afmaken (verb), voltooien (verb), completeren (verb), vervolledigen (verb), perfectioneren (verb), vervolmaken (verb), volledig maken (verb), bijschaven (verb), volleerd, gaaf, onaangetast, puntgaaf, perfekt |
| thorough |
| totaal, helemaal, grondig, degelijk, diepgaand, volkomen, diepgravend, niet oppervlakkig, absoluut, in het geheel, zorgvuldig, perfect, ideaal, volmaakt, wezenlijk, fundamenteel, volleerd, onderbouwd, gefundeerd, ingrijpend |
| profound |
| totaal, helemaal, grondig, degelijk, diepgaand, volkomen, diepgravend, niet oppervlakkig, intens, innig |
| deep |
| totaal, helemaal, grondig, degelijk, diepgaand, volkomen, diepgravend, niet oppervlakkig, zee (de ~), sop (het ~), intens, innig, diepliggend |
| in depth |
| totaal, helemaal, grondig, degelijk, diepgaand, volkomen, diepgravend, niet oppervlakkig |
| piercing |
| scherp, indringend, doordringend, schel klinkend, snijding (de ~ (f)), nijpend, smartelijk, penetrant |
| shrill |
| hard, hoog, scherp, schel, schril, snerpend, indringend, doordringend, schel klinkend, scherpklinkend |
| rasping |
| scherp, indringend, doordringend, schel klinkend |
| acute |
| slim, gevat, uitgeslapen, scherpzinnig, schrander, snedig, acuut |