Free online dictionary

Main page (EN) Encyclopedia (EN) This site in Dutch    
 

Translate

Words (Main page)
Text (Babelfish)
Theme dictionaries

Language portals

Dutch
English
French
German
Spanish

Entertainment

Crossword dictionary
Rhyming dictionary

Synonyms

Dutch
English
French
German
Spanish

Verbs

Conjugate verbs

Varia

Counting in other languages

Spelling

Telephone alphabet
Spelling checker

This website

Contact
Privacy & copyright

Translating meet (English - Dutch)

meet (verb)
vinden, tegenkomen, aantreffen, overleggen, overwegen, beraadslagen, ontmoeten, kennis maken met, kennismaken, samenkomen, bijeenkomen, elkaar ontmoeten, confereren, een conferentie houden, in vergadering bijeenzijn

deliberate
overleggen (verb), overwegen (verb), beraadslagen (verb), bewust, welbewust, expres, opzettelijk, weloverwogen, voorbedacht, moedwillig, met opzet, intentioneel, weldoordacht
learn
vinden, ontdekken, tegenkomen, aantreffen, horen, vernemen, te horen krijgen, leren, opsteken, kennis opdoen, oppikken, meekrijgen, meepikken, verwerven, aanleren, eigen maken, studeren, blokken, instuderen, onderwijzen, bijbrengen, gewend raken, aanwennen, eigenmaken, inlichten, voorlichten, onderrichten, leerstof erin stampen, vossen, iets leren
come across
vinden, tegenkomen, aantreffen
discover
vinden, ontdekken, tegenkomen, aantreffen, opsporen, ontwaren, achterhalen, te weten komen
find
vinden, tegenkomen, aantreffen, onderscheiden (adj. / adv.), gewaarworden, ontwaren, te zien krijgen, uit elkaar houden, uiteenhouden, uitvinding (de ~ (f)), ontdekking (de ~ (f)), vondst (de ~ (f)), uitdenking (noun), aangetroffen worden
gather
verzamelen, verenigen, plukken, oogsten, vergaren, inzamelen, bijeenzoeken, inwinnen, trachten te krijgen, samenkomen, bijeenkomen, oppakken, oppikken, oprapen, opsnappen, bundelen, binnen halen, samenpakken, samenrapen, bijeen scharrelen, bijeenrapen, bijeen krijgen, harken, bij elkaar vegen
come together
samenkomen, bijeenkomen, bijeen komen
see each other
afspreken, treffen, samenkomen, elkaar ontmoeten, elkaar zien, verzamelen, bij elkaar komen
get together
afspreken, treffen, samenkomen, elkaar ontmoeten, elkaar zien, bijeen krijgen, bijeenkrijgen
meet each other
elkaar ontmoeten
have a meeting
vergaderen, in bespreking zijn, in vergadering bijeenzijn
to meet in a conference
in vergadering bijeenzijn
get to know
ontmoeten, kennis maken met, realiseren, beseffen, inzien, onderkennen, doorzien (adj. / adv.)
become acquainted with
ontmoeten, kennis maken met
get acquainted with
kennismaken
reflect
overleggen, overwegen, beraadslagen, nadenken, piekeren, peinzen, prakkiseren, bezinnen, weerspiegelen, reflecteren, terugkaatsen, stuiten, weerkaatsen, echoën, terugstoten, weerschijnen, afspiegelen
think it over
overleggen, overwegen, beraadslagen, beschouwen, afwegen, overdenken
consider
overleggen, overwegen, beraadslagen, bekijken, kunnen doodvallen, beschouwen, afwegen, overdenken, aanraden, aanbevelen, voordragen, nomineren, iemand recommanderen, nadenken, piekeren, peinzen, prakkiseren, sparen, in acht nemen, verschonen, ontzien, in overweging nemen, considereren, beraden, consideren, iets overwegen, bezinnen, op het oog hebben, wikken en wegen, houden voor, veronderstellen te zijn
have a conference
overleggen, overwegen, beraadslagen, vergaderen, in bespreking zijn, confereren, een conferentie houden
receive
krijgen, ontvangen, in ontvangst nemen, opstrijken, aannemen, accepteren, aanvaarden, leren, opsteken, kennis opdoen, oppikken, meekrijgen, meepikken, opvangen, ondervangen, onderscheppen, afvangen, onderweg opvangen, aanpakken, aanvatten, oplopen, onverlangd krijgen
answer
antwoord (het ~), oplossing (de ~ (f)), uitkomst (de ~ (f)), reactie (de ~ (f)), retort (de ~), beantwoording (de ~ (f)), repliek (de ~ (f)), weerwoord (het ~), bescheid (het ~), antwoorden, beantwoorden, responderen, reageren, rekensom (de ~), rekenopgave (noun)
gather together
verzamelen, sparen, vergaren, oppotten, opeenhopen, bijeenzamelen
assemble
afspreken, treffen, samenkomen, elkaar ontmoeten, elkaar zien, plaatsen, aanbrengen, aanleggen, installeren, monteren en aansluiten, verzamelen, verenigen, assembleren, in elkaar zetten, bijeenkomen, concentreren, samenbrengen, bijeenbrengen, bij elkaar brengen, samenscholen
oblige
verplichten, dwingen, forceren, dwingen te doen, noodzaken tot, gerieven

Expressions


EN: asking him does not meet the case
NL: hem te vragen is voor dit geval niet voldoende

EN: meet Mr.A
NL: (Am.) mag ik u aan de Heer A. voorstellen

EN: she will meet the train
NL: zij zal aan de trein zijn

EN: meet a person's eye
NL: onder iemands ogen komen
NL: een blik van iemand opvangen

EN: more than meets the eye (ear)
NL: meer dan men ziet (hoort)

EN: make ends meet
NL: rondkomen (met geld)

EN: well met!
NL: goed dat ik u tref!
NL: welkom!

EN: I hope I have met you
NL: ik hoop dat ik u voldoende tegemoet ben gekomen

EN: meet up with
NL: (Am.) inhalen, ontmoeten

EN: meet with
NL: tegenkomen (persoon, voorbeeld)
NL: ervaren, ondervinden (behandeling)
NL: krijgen (ongeluk)

Translate again



 Also in the database

  1. meek (bescheiden)
  2. meet-with (meet-me bridge)
  3. meeting (het overleg)
  4. meets (een schip komt een ander schip tege...)

What is Mijnwoordenboek?

Pronounce: mine-worden-book, meaning `My dictionary`. Mijnwoordenboek is a free translation dictionary where you can translate words to and from English, German, Spanish, French and Dutch. In addition to the translations you can also conjugate verbs, check your spelling, find synonyms and find rhyme words.

Statistics

Our translation database currently contains about 19,000,000 words, 2,000,000 synonyms and about 200.000 verbs in 5 languages.

Translate

Naar

Spelling (EN)

Conjugate

Synonyms (EN)

Encyclo (EN)

© Mijnwoordenboek 2008
© Interglot Dictionary 2008