| delicate |
| fijn, zwak, kwetsbaar, breekbaar, teer, teder, delicaat, broos, fragiel, tenger, fijngevoelig, frèle, dun, rank, slank, fijngebouwd, slank en smal, lastig, kritiek, precair, hachelijk, penibel, netelig, storend, niet schikkend, fijnzinnig, teergevoelig, teerbesnaard, fijne, heerlijk van eten , lichtgebouwd, fijn van smaak |
| slim |
| fijn, slank en smal, mager, tenger, spichtig, sprieterig, lijnen (verb), diëten (de ~), aan de lijn doen (noun) |
| subtle |
| fijn, subtiel, fijngevoelig, fijnzinnig, teergevoelig, teerbesnaard, onnaspeurbaar |
| good |
| goed, artikel (het ~), zaak (de ~), ding (het ~), object (het ~), item (het ~), voorwerp (het ~), leuk, fijn, prettig, aangenaam, plezierig, plezant, behaaglijk, geschikt, competent, bekwaam, capabel, lief, zoet, braaf, voorbeeldig, deugdzaam, akkoord (het ~), in orde, mee eens, deskundig, vakkundig, vakbekwaam, oordeelkundig, ter zake kundig |
| right |
| goed, precies, juist, correct, waar, uitgerekend, kloppend, geschikt, passend, gepast, geëigend, gelijk, zoëven, recht, gerechtigheid (de ~ (f)), eerlijk, fair, akkoord (het ~), in orde, mee eens, rechts, juiste |
| agree |
| afspreken (verb), overeenkomen (verb), accorderen (verb), overeenstemmen (verb), eens worden (verb), akkoord (het ~), in orde, mee eens, steunen (verb), instemmen (verb), bijvallen (verb), rugsteunen (verb), kloppen (verb), congruent zijn (verb), toestaan (verb), goed vinden (verb), toestemmen (verb), gelijk geven (verb), knikken (verb), jaknikken (verb) |
| correct |
| goed, precies, juist, correct, verbeteren (verb), herstellen (verb), corrigeren (verb), herzien (verb), repareren (verb), bijwerken (verb), goedmaken (verb), renoveren (verb), akkoord (het ~), in orde, mee eens, juiste, keurig, onberispelijk, onbesproken, rechtzetten (verb), rechtstrijken (verb) |
| pleasant |
| leuk, fijn, prettig, aangenaam, plezierig, plezant, behaaglijk, gezellig, onderhoudend, sociabel, geschikt, tof, lekker, blij, vrolijk, wakker, levendig, monter, zonnig, lustig, opgewekt, opgeruimd, kleurig, opgetogen, uitgelaten, geestig, fleurig, blijmoedig, dartel, jolig, kwiek, fideel, welgemoed, blijgeestig, knus, jofel, heugelijk, heuglijk, verblijdend, sfeervol, genoeglijk, te genieten, genietbaar |
| agreeable |
| geschikt, tof, lekker, fijn, prettig, aangenaam, plezierig, knus, behaaglijk |
| good-natured |
| geschikt, tof, aardig, vriendelijk, aangenaam, behulpzaam, voorkomend, plezierig, attent, hulpvaardig, zachtaardig, goedaardig, goedhartig, mild, zachtmoedig, goeiig, goedig, goedmoedig, zachtzinnig |
| genial |
| geschikt, tof, gemoedelijk, joviaal |
| wonderful |
| prachtig, schitterend, betoverend, magnifiek, luisterrijk, glorierijk, lustrijk, heerlijk, uitstekend, voortreffelijk, kostelijk, bewonderenswaardig, prima, mieters, kiplekker, enig, dolletjes, beeldschoon, wonderschoon, verbazingwekkend, wonderbaarlijk, wonderlijk, verwonderlijk, opzienbarend, fenomenaal, verbazend, curieus, verbijsterend, miraculeus, verwonderend, verwonderingwekkend, riant |
| great |
| groot, geschikt, tof, geweldig, fantastisch, groots, fenomenaal, puik, grote, figuurlijk, prachtig, schitterend, betoverend, magnifiek, luisterrijk, enorm, aanzienlijk, behoorlijk, flink, fors, beduidend, aanmerkelijk, uitstekend, excellent, uitmuntend, briljant, voortreffelijk, superbe, subliem, uitgezocht, uitgelezen, uitnemend, grootschalig, reuze, prima, mieters, kiplekker, enig, dolletjes, hooggespannen |
| as fit as fiddle |
| prima, mieters, kiplekker |
| excellent |
| geweldig, fantastisch, groots, fenomenaal, puik, heerlijk, uitstekend, voortreffelijk, kostelijk, perfect, patent, uitmuntend, volmaakt, excellent, briljant, superbe, subliem, uitgezocht, uitgelezen, uitnemend, ideaal, prima, hoogwaardig, van goede kwaliteit, opperbest, ingoed |
| splendid |
| geweldig, fantastisch, groots, fenomenaal, puik, prachtig, schitterend, betoverend, magnifiek, luisterrijk, glorierijk, lustrijk, heerlijk, uitstekend, voortreffelijk, kostelijk, glansrijk, opperbest, riant, weids, geniaal, briljant, lumineus |
| generous |
| mild, gul, royaal, vrijgevig, genereus, ruimhartig, scheutig, goedgeefs, edelmoedig, groots, nobel, grootmoedig |
| stylish |
| snel, vlot, hip, trendy, flitsend, elegant, sierlijk, gracieus, stijlvol, chic, esthetisch, verfijnd, smaakvol, modieuze verfijning, geraffineerd |
| grand |
| geweldig, uitstekend, fantastisch, schitterend, groots, voortreffelijk, magnifiek, grandioos, uitnemend, fenomenaal, puik, aanzienlijk, trots, indrukwekkend, fier, deftig, nobel, statig, plechtig, vorstelijk, majestueus, parmantig, plechtstatig, royaal, voornaam, vooraanstaand, gedistingeerd, imposant, imponerend, ontzagwekkend |
| penalty |
| bon (de ~ (m)), boete (de ~), bekeuring (de ~ (f)), penalty (de ~ (m)), strafschop (de ~ (m)), strafbal (de ~ (m)) |
| ticket |
| kaart (de ~), ticket (het ~), kaartje (het ~), toegangsbewijs (het ~), plaatsbewijs (het ~), entreebiljet (het ~), bon (de ~ (m)), boete (de ~), bekeuring (de ~ (f)), reçu (het ~), bewijs van ontvangst (noun), label (de ~ (m)), sticker (de ~ (m)), etiket (het ~), plakker (de ~ (m)), plakkertje (het ~), reisbiljet (het ~), spoorkaartje (het ~) |
| monetary penalty |
| boete (de ~), penalty (de ~ (m)) |