Free online dictionary

Main page (EN) Encyclopedia (EN) This site in Dutch    
 

Translate

Words (Main page)
Text (Babelfish)
Theme dictionaries

Language portals

Dutch
English
French
German
Spanish

Entertainment

Crossword dictionary
Rhyming dictionary

Synonyms

Dutch
English
French
German
Spanish

Verbs

Conjugate verbs

Varia

Counting in other languages

Spelling

Telephone alphabet
Spelling checker

This website

Contact
Privacy & copyright

Translating economy (English - Dutch)

economy (the ~)
economie (de ~ (f)), volkshuishouding (de ~ (f)), staathuishoudkunde (de ~ (f)), economiestudie (de ~ (f)), winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~), besparing (de ~ (f)), bezuiniging (de ~ (f)), kostenbesparing (de ~ (f)), verkorting (de ~ (f)), inkrimping (de ~ (f)), bekorting (de ~ (f)), besnoeiing (de ~ (f))

cut
korting (de ~ (f)), reductie (de ~ (f)), prijsverlaging (de ~ (f)), prijsvermindering (noun), steken (verb), prikken (verb), steken geven (verb), aanvoeren (verb), opperen (verb), aankaarten (verb), opwerpen (verb), aansnijden (verb), ter sprake brengen (verb), entameren (verb), te berde brengen (verb), op tafel leggen (verb), afsnijden (verb), besparing (de ~ (f)), bezuiniging (de ~ (f)), kostenbesparing (de ~ (f)), verkorting (de ~ (f)), inkrimping (de ~ (f)), bekorting (de ~ (f)), besnoeiing (de ~ (f)), doorhakken (verb), kloven (verb), klieven (verb), doorklieven (verb), doormidden hakken (verb), doorhouwen (verb), in tweeën houwen (verb), keep (de ~ (m)), inkeping (de ~ (f)), kerf (de ~ (m)), inkerving (de ~ (f)), korten (verb), kort knippen (verb), kort maken (verb), kappen (verb), coifferen (verb), snee (de ~), snede (de ~), jaap (de ~ (m)), insnijding (de ~ (f)), snijwond (noun), ontering (de ~ (f)), snit (de ~), doorknippen (verb), kerven (verb), in hout schrijven (verb), gekuist, zedig gemaakt, snijwerk maken (verb), een knippend geluid maken (verb), snerpen (verb), gesneden, coupure (de ~), sneetje (het ~), snijwondje (noun), houtsnijden (verb)
dwindling
besparing (de ~ (f)), bezuiniging (de ~ (f)), kostenbesparing (de ~ (f)), verkorting (de ~ (f)), inkrimping (de ~ (f)), bekorting (de ~ (f)), besnoeiing (de ~ (f)), krimpend, slinkend
return
terug, achteruit, achterwaarts, naar achter, naar achteren, rugwaarts, product (het ~), opbrengst (de ~ (f)), rendement (het ~), uitkomst (de ~ (f)), oogst (de ~ (m)), voortbrengsel (het ~), winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~), rentabiliteit (de ~ (f)), terugkomen (verb), terugkeren (verb), retourneren (verb), omkeren (verb), terugreis (de ~), terugkeer (de ~ (m)), terugbezorgen (verb), teruggaan (verb), wederkeren (verb), weerkeren (verb), terugbrengen (verb), teruggeven (verb), terugzenden (verb), weergave (de ~), teruggave (de ~), terugsturen (verb), dateren (verb), teruggrijpen (verb), thuiskomst (de ~ (f)), terugwerpen (verb), teruggooien (verb), terugkomst (de ~ (f)), tegenprestatie (de ~ (f)), wederdienst (de ~ (m)), contraprestatie (de ~ (f)), tegendienst (noun), return (de ~ (m)), terugwedstrijd (de ~ (m))
market
beurs (de ~), aandelenbeurs (de ~), effectenbeurs (de ~), markt (de ~), handel (de ~ (m)), goederenhandel (de ~ (m)), besparing (de ~ (f)), bezuiniging (de ~ (f)), kostenbesparing (de ~ (f)), verkorting (de ~ (f)), inkrimping (de ~ (f)), bekorting (de ~ (f)), besnoeiing (de ~ (f)), afzetmarkt (de ~), afzetgebied (het ~)
recess
pauze (de ~), onderbreking (de ~ (f)), tussenpoos (de ~), rustpauze (de ~), verpozing (de ~ (f)), opening (de ~ (f)), kloof (de ~), uitsparing (de ~ (f)), spleet (de ~), tussenruimte (de ~ (f)), besparing (de ~ (f)), bezuiniging (de ~ (f)), kostenbesparing (de ~ (f)), verkorting (de ~ (f)), inkrimping (de ~ (f)), bekorting (de ~ (f)), besnoeiing (de ~ (f)), reces (het ~)
reduction
korting (de ~ (f)), reductie (de ~ (f)), prijsvermindering (noun), besparing (de ~ (f)), bezuiniging (de ~ (f)), kostenbesparing (de ~ (f)), verkorting (de ~ (f)), inkrimping (de ~ (f)), bekorting (de ~ (f)), besnoeiing (de ~ (f)), baisse (de ~ (f)), prijsverlaging (de ~ (f)), prijsdaling (de ~ (f)), deflatie (de ~ (f)), rabat (het ~), vereenvoudiging (de ~ (f)), herleiding (de ~ (f)), simplificatie (de ~ (f)), reduceren (verb), kleiner maken (verb), vernedering (de ~ (f)), verkleining (de ~ (f)), inname (de ~), inkorting (de ~ (f))
saving
bewaren (verb), bergen (verb), gat (het ~), opening (de ~ (f)), scheur (de ~), split (het ~), kloof (de ~), uitsparing (de ~ (f)), reet (de ~), barst (de ~ (m)), groef (de ~), inkeping (de ~ (f)), besparing (de ~ (f)), bezuiniging (de ~ (f)), kostenbesparing (de ~ (f)), verkorting (de ~ (f)), inkrimping (de ~ (f)), bekorting (de ~ (f)), besnoeiing (de ~ (f))
benefit
waarde (de ~ (f)), nut (het ~), product (het ~), opbrengst (de ~ (f)), rendement (het ~), uitkomst (de ~ (f)), oogst (de ~ (m)), voortbrengsel (het ~), winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~), opluchting (de ~ (f)), geruststelling (de ~ (f)), verademing (de ~ (f)), sociale bijstand (noun), voordeeltje (het ~), benefiet (het ~), benefietvoorstelling (de ~ (f))
advantage
winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~), bevoorrechting (de ~ (f)), pre (de ~ (m))
winning
winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~), winning (de ~ (f)), inpoldering (de ~ (f))
victory
winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~), overwinning (de ~ (f)), zege (de ~), triomf (de ~ (m))
earnings
winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~)
trade and industry
economie (de ~ (f)), volkshuishouding (de ~ (f)), staathuishoudkunde (de ~ (f)), bedrijfsleven (het ~)
political economy
economie (de ~ (f)), volkshuishouding (de ~ (f)), staathuishoudkunde (de ~ (f))
decrease
afnemen, verminderen, vervallen (adj. / adv.), dalen, teruggaan, minder worden, declineren, tanen, beperken, verlagen, krimpen, verkorten, reduceren, inperken, inkrimpen, slinken, verkleinen, afname (de ~), daling (de ~ (f)), terugloop (de ~ (m)), vermindering (de ~ (f)), teruggang (de ~ (m)), kleiner maken, besparing (de ~ (f)), bezuiniging (de ~ (f)), kostenbesparing (de ~ (f)), verkorting (de ~ (f)), inkrimping (de ~ (f)), bekorting (de ~ (f)), besnoeiing (de ~ (f)), reductie (de ~ (f)), afzwakking (de ~ (f)), afnames (noun), vervallingen (noun)
take
gebruiken, toepassen, benutten, aanwenden, aangrijpen, hanteren, gebruik maken van, bezigen, utiliseren, nemen, pakken, aannemen, accepteren, aanvaarden, cadeau aannemen, meenemen, ophalen, afnemen, afhalen, wegnemen, weghalen, stelen, plunderen, ontnemen, pikken, toeëigenen, vervreemden, kapen, verduisteren, jatten, roven, inpikken, ontfutselen, ontvreemden, wegkapen, benemen, gappen, snaaien, verdonkeren, wegpikken, verdonkeremanen, wegpakken, achteroverdrukken, leegstelen, winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~), aanpakken, ingrijpen, zich bedienen, toetasten, toegrijpen, verstuwen, verstouwen, innemen, medicijn innemen, naartoe brengen
yield
product (het ~), opbrengst (de ~ (f)), rendement (het ~), uitkomst (de ~ (f)), oogst (de ~ (m)), voortbrengsel (het ~), winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~), instemmen, akkoord gaan, overgeven, afstaan, opbrengst van een gewas (noun), rentabiliteit (de ~ (f))
gain
leren, opsteken, kennis opdoen, oppikken, meekrijgen, meepikken, verkrijgen, behalen, winnen, verwerven, aankomen, dikker worden, zwaarder worden, product (het ~), opbrengst (de ~ (f)), rendement (het ~), uitkomst (de ~ (f)), oogst (de ~ (m)), voortbrengsel (het ~), winst (de ~ (f)), baat (de ~), profijt (het ~), gewin (het ~), aankoop (de ~ (m)), boodschap (de ~ (f)), acquisitie (de ~ (f)), aanschaf (de ~ (m)), aanwinst (de ~ (f)), aangekochte (noun), inhalen, inlopen, gewinnen

Expressions


EN: economy of truth
NL: halve waarheid

Examples

Economy and Trade

EN: economy, principle of economy
NL: zuinigheid, spaarzaamheid
Economy and Trade

EN: economy
NL: economy, spaarzaamheid
Economy and Trade

EN: economy
NL: economie
Economy and Trade

EN: economy
NL: spaarzaamheid, economy
General

EN: economy, efficiency, effectiveness
NL: zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid
Milieu en Chemie

EN: economy
NL: economie

Translate again



 Also in the database

  1. economic (economisch)
  2. economical (economisch)
  3. economics (de economie (v))
  4. economies (kostenverlaging i.v.m.toepassingsge...)
  5. economize (besparen)

What is Mijnwoordenboek?

Pronounce: mine-worden-book, meaning `My dictionary`. Mijnwoordenboek is a free translation dictionary where you can translate words to and from English, German, Spanish, French and Dutch. In addition to the translations you can also conjugate verbs, check your spelling, find synonyms and find rhyme words.

Statistics

Our translation database currently contains about 19,000,000 words, 2,000,000 synonyms and about 200.000 verbs in 5 languages.

Translate

Naar

Spelling (EN)

Conjugate

Synonyms (EN)

Encyclo (EN)

© Mijnwoordenboek 2008
© Interglot Dictionary 2008