| current |
| huidig, tegenwoordig, momenteel, van vandaag, gewoon, gebruikelijk, courant, gangbaar, eindig, vergankelijk, voorbijgaand, actueel, modern, bijdetijds, stroom (de ~ (m)), energie (de ~ (f)), electrische stroom (noun), elektriciteit (de ~ (f)), op dit ogenblik, drift (de ~), driftstroom (noun), actuele, zeestroming (de ~ (f)), thermiek (de ~ (f)), momentele |
| acceptable |
| waarschijnlijk, aannemelijk, geloofwaardig, acceptabel, plausibel, gewoon, gebruikelijk, courant, gangbaar, aanvaardbaar |
| communal |
| algemeen, gemeenschappelijk, meer personen betreffend, communaal, een groep toebehorend, gemeentelijk |
| average |
| gemiddeld, medium, doorsnee, middelmatig, modaal, alledaagse, gemiddelde (het ~), middelmatige, gematigd, getemperd, meest voorkomend, middelmaat (de ~), middelmatigheid (de ~ (f)), in doorsnee |
| mediocre |
| alledaagse, matig, zwak, min, middelmatig, onbeduidend, zwakjes, niet al te best, middelmatige |
| quite common |
| gewoon, normaal, gemeen, gebruikelijk, gangbaar, doodgewoon |
| usual |
| gewoon, normaal, gemeen, gebruikelijk, gangbaar |
| customary |
| gewoon, normaal, gemeen, gebruikelijk, gangbaar, traditioneel, traditiegetrouw, volgens de traditie, gewoontegetrouw |
| plain |
| vrij, open, oprecht, openhartig, ronduit, vrijuit, onomwonden, vrijelijk, onverholen, onbewimpeld, gewoon, eenvoudig, alledaags, ordinair, niets bijzonders, wit, blank, wit van huidskleur, direct, ongezouten, lelijk, lelijk uitziend, cru, openlijk, rechttoe rechtaan, onverbloemd, puur, gewoonweg, regelrecht, klinkklaar, ruiterlijk, ongelakt, effen, van één kleur, onknap |
| ordinarily |
| gewoon, normaal, gemeen, gebruikelijk, gangbaar, eenvoudig, alledaags, ordinair, niets bijzonders |
| inexpensive |
| goedkoop, goedkope, spotgoedkoop, voor een schijntje |
| joint |
| algemeen, gemeenschappelijk, meer personen betreffend, verbonden, samenhangend, verenigd, aaneengesloten, een eenheid vormend, knoop (de ~ (m)), draai (de ~ (m)), lus (de ~), kink (de ~ (m)), kronkel (de ~ (m)), lusvormige kromming (noun), gelid (het ~), rij manschappen (noun), gewricht (het ~), verbinding van beenderen (noun), las (de ~), lasnaad (de ~ (m)), welnaad (noun), geleding (de ~ (f)), verbinding van lichaamsdelen (noun), stickie (het ~), gewrichtsknobbel (de ~ (m)) |