| amount |
| aantal (het ~), hoeveelheid (de ~ (m)), kwantiteit (de ~ (f)), bedrag (het ~), quantum (noun), kwantum (het ~), geldsom (de ~), totaal bedrag (noun) |
| issue |
| issue (het ~), punt (de ~ (m)), kwestie (de ~ (f)), zaak (de ~), geval (het ~), uitkomen (verb), uitstromen (verb), uitreiking (de ~ (f)), uitgifte (de ~ (f)), afgifte (de ~ (f)), verstrekking (de ~ (f)), uitdeling (de ~ (f)), uitgaaf (de ~), uitbrengen (verb), publiceren (verb), openbaren (verb), uitgave (de ~ (m)), aflevering (de ~ (f)), editie (de ~ (f)), uitstoot (de ~ (m)), emissie (de ~ (f)), actiepunt (het ~) |
| ejaculate |
| klaarkomen, ejaculeren |
| end up |
| resultaat (het ~), resulteren, uitmonden, tot gevolg hebben, geraken, terecht komen, uitkomen op, eindigen op |
| arrive at |
| resultaat (het ~), resulteren, uitmonden, tot gevolg hebben, uitkomen op, eindigen op |
| proceed |
| werken, leven, optreden, handelen, opereren, manipuleren, te werk gaan, procederen, doorgaan, aanhouden, vervolgen, voortzetten, verdergaan, continueren, voortgaan |