| plaster |
| split (het ~), puin (het ~), mortel (de ~ (m)), gruis (het ~), steenslag (het ~), macadam (de ~ (m)), bik (de ~ (m)), metselspecie (de ~), steengruis (het ~), pleister (de ~), stuc (het ~), hechtpleister (de ~), kleefpleister (de ~), bevuilen, besmeren, bekladden, bevlekken, bemorsen, pleisteren, bepleisteren, van pleister voorzien, stukadoren |
| stuff |
| waar (adj. / adv.), zaken (de ~), dingen, spullen (de ~), goedje (het ~), zaakjes (de ~), artikelen (de ~), voorwerpen, koopwaar (de ~), stof (de ~), materie (de ~ (f)), opzetten, materiaal (het ~), split (het ~), puin (het ~), mortel (de ~ (m)), gruis (het ~), steenslag (het ~), macadam (de ~ (m)), bik (de ~ (m)), metselspecie (de ~), steengruis (het ~), wiet (de ~ (m)), stuff (de ~ (m)), hasj (de ~ (m)), hennep (de ~ (m)), haschisch (noun), kiev (noun), hasjiesj (de ~ (m)), bezittingen (de ~), eigendommen (de ~), proppen, ineen duwen, stouwen |
| matter |
| goed (adj. / adv.), artikel (het ~), zaak (de ~), ding (het ~), object (het ~), item (het ~), voorwerp (het ~), probleem (het ~), kwestie (de ~ (f)), vraagstuk (het ~), stof (de ~), materie (de ~ (f)), gebeurtenis (de ~ (f)), feit (het ~), incident (het ~), voorval (het ~), geval (het ~), affaire (de ~), aangelegenheid (de ~ (f)), uitmaken, afzetten, uitzetten, uitschakelen, uitdoen, split (het ~), puin (het ~), mortel (de ~ (m)), gruis (het ~), steenslag (het ~), macadam (de ~ (m)), bik (de ~ (m)), metselspecie (de ~), steengruis (het ~), substantie (de ~ (f)) |