| cultivating |
| ontwikkelen (verb), vormen (verb), cultiveren (verb), beschaven (verb), bevorderen (verb), stimuleren (verb), verbouwen (verb), kweken (verb), telen (verb), planten (verb), aanplanten (verb), aankweken (verb), verbouwend |
| production |
| maken (verb), produceren (verb), aanmaken (verb), vervaardigen (verb), fabriceren (verb), vervaardiging (de ~ (f)), productie (de ~ (f)), fabricage (de ~ (f)), stuk (adj. / adv.), toneelstuk (het ~), drama (het ~), schouwspel (het ~), cultuur (de ~ (f)), kweken (verb), teelt (de ~), voortplanting (de ~ (f)), fokkerij (de ~ (f)), verbouw (de ~ (m)), reproductie (de ~ (f)), aanplant (de ~ (m)), voortbrenging (noun), aankweken (verb), aankweek (de ~ (m)), aanfok (noun), fabricatie (de ~ (f)), aanmaak (de ~ (m)) |
| cultivation |
| ontwikkeling (de ~ (f)), vooruitgang (de ~ (m)), vorming (de ~ (f)), ontplooiing (de ~ (f)), geestelijke vorming (noun), cultuur (de ~ (f)), kweken (verb), teelt (de ~), voortplanting (de ~ (f)), fokkerij (de ~ (f)), verbouw (de ~ (m)), reproductie (de ~ (f)), aanplant (de ~ (m)), voortbrenging (noun), aankweken (verb), aankweek (de ~ (m)), aanfok (noun), gewas (het ~), begroeiing (de ~ (f)), grondbewerking (noun) |
| culture |
| cultuur (de ~ (f)), kweken (verb), teelt (de ~), voortplanting (de ~ (f)), fokkerij (de ~ (f)), verbouw (de ~ (m)), reproductie (de ~ (f)), aanplant (de ~ (m)), voortbrenging (noun), aankweken (verb), aankweek (de ~ (m)), aanfok (noun), gewassenverbouwing (noun), beschaving (de ~ (f)), civilisatie (de ~ (f)) |
| growth |
| ontwikkeling (de ~ (f)), groei (de ~ (m)), bloei (de ~ (m)), ontplooiing (de ~ (f)), wasdom (de ~ (m)), uitbreiding (de ~ (f)), verhoging (de ~ (f)), stijging (de ~ (f)), toename (de ~ (m)), versterking (de ~ (f)), aanwinst (de ~ (f)), expansie (de ~ (f)), vermeerdering (de ~ (f)), aanwas (de ~ (m)), groter worden (verb), aangroei (de ~ (m)), toeneming (de ~ (f)), vermedevuldigen (noun), aanvulling (de ~ (f)), vergroting (de ~ (f)), uitzetting (de ~ (f)), aangroeiing (noun), groeien (verb), groeiproces (het ~), cultuur (de ~ (f)), kweken (verb), teelt (de ~), voortplanting (de ~ (f)), fokkerij (de ~ (f)), verbouw (de ~ (m)), reproductie (de ~ (f)), aanplant (de ~ (m)), voortbrenging (noun), aankweken (verb), aankweek (de ~ (m)), aanfok (noun), tumor (de ~ (m)), gezwel (het ~), knobbel (de ~ (m)) |
| multiplication |
| vermenigvuldiging (de ~ (f)), verveelvoudiging (noun), cultuur (de ~ (f)), kweken (verb), teelt (de ~), voortplanting (de ~ (f)), fokkerij (de ~ (f)), verbouw (de ~ (m)), reproductie (de ~ (f)), aanplant (de ~ (m)), voortbrenging (noun), aankweken (verb), aankweek (de ~ (m)), aanfok (noun) |
| raising |
| inzetten (verb), aanheffen (noun), verbouwen (verb), kweken (verb), telen (verb), opwerpen (verb), omhoog werpen (noun), opheffing (de ~ (f)), het omhoogheffen (noun) |
| transmission |
| transmissie (de ~ (f)) |
| raise |
| stellen, opperen, naar voren brengen, poneren, oprichten, invoeren, instellen, stichten, optrekken, overeindzetten, vormen, opvoeden, grootbrengen, ophalen, omhooghalen, verhogen, hoger maken, ophogen, bouwen, construeren, ding rechtzetten, opheffen, hijsen, omhoog heffen, aanvoeren, aankaarten, opwerpen, aansnijden, ter sprake brengen, entameren, te berde brengen, op tafel leggen, suggereren, kweken, fokken, opfokken, omhoog doen, omhoogheffen, naar boven tillen, ophijsen, aankweken, doen voorttelen (noun), rechtop zetten, omhoogbrengen, opwerken, vooruitkomen, uit een minder gunstige positie vooruitkomen, jezelf opwerken, zich optrekken aan, zich omhoogtrekken, naarbovendragen, bezweren, slangen bezweren |
| rear |
| vormen, opvoeden, grootbrengen, kont (de ~), billen (de ~), achterwerk (het ~), achterste (adj. / adv.), bibs (de ~ (f)), zitvlak (het ~), zitwerk (noun), kweken, fokken, opfokken, aankweken, doen voorttelen (noun) |