| middling |
| klein, ondermaats, van geringe afmeting, matig, middelmatig |
| so-so |
| matig, middelmatig |
| modal |
| meest voorkomend, modaal |
| common |
| algemeen, gemeenschappelijk, meer personen betreffend, gewoon, normaal, gebruikelijk, gangbaar, courant, eenvoudig, alledaags, ordinair, niets bijzonders, alledaagse, algemene (noun) |
| mediocre |
| alledaagse, matig, zwak, min, middelmatig, onbeduidend, zwakjes, niet al te best, middelmatige |
| medium |
| gemiddeld, medium, doorsnee, middelmatig, modaal, intermediair, middelgroot, paragnost (de ~ (m)) |
| on average |
| in doorsnee |
| moderate |
| geschikt, redelijk, billijk, schappelijk, beheersen (verb), bedwingen (verb), matigen (verb), beteugelen (verb), bedaren (verb), intomen (verb), middelmatige, gematigd, getemperd, besparen (verb), geld besparen (verb), minder gebruiken (verb), dempen (verb), temperen (verb), zich matigen (verb), vergemakkelijken (verb), vereenvoudigen (verb), bemakkelijken (verb), versoberen (verb), simplificeren (verb), met mate gebruiken (verb), moderaat |
| moderateness |
| doorsnee (adj. / adv.), middelmaat (de ~), middelmatigheid (de ~ (f)) |