| Moor |
| Moor (de ~ (m)) |
| rawlbolt |
| anker (het ~), muuranker (het ~) |
| crutch |
| steun (de ~ (m)), steunpilaar (de ~ (m)), toeverlaat (de ~ (m)) |
| mainstay |
| steun (de ~ (m)), steunpilaar (de ~ (m)), toeverlaat (de ~ (m)), zuil (de ~), steunpaal (noun) |
| cast anchor |
| ankeren |
| fasten |
| bevestigen, vastleggen, verzekeren, verbinden, vastmaken, vastzetten, vastbinden, ergens aan bevestigen, hechten, aanhechten, aanleggen, meren, aanmeren, afmeren, vastmeren, aan een touw vastleggen, aan elkaar bevestigen, vastnaaien, knopen, strikken, knevelen, in de val laten lopen, vastknopen, aan elkaar binden, aan elkaar knopen, aandrukken, vastdrukken, opsluiten, aanhaken, aankoppelen, vasthaken, vastkoppelen |
| moor |
| vastleggen, aanleggen, vastmaken, vastbinden, meren, aanmeren, afmeren, vastmeren, aan een touw vastleggen, verankeren, heide (de ~), heidecultuur (noun), heidegrond (de ~ (m)), heidevlakte (noun), heideveld (het ~) |
| tie up |
| bevestigen, vastleggen, verzekeren, verbinden, vastmaken, vastzetten, vastbinden, aanleggen, meren, aanmeren, afmeren, vastmeren, aan een touw vastleggen, knopen, strikken, knevelen, in de val laten lopen, vastknopen, aan elkaar binden, aan elkaar knopen, op spaarrekening vastzetten, dichtbinden, toebinden, afbinden, afsnoeren, opbinden |