Free online dictionary

Main page (EN) Encyclopedia (EN) This site in Dutch    
 

Translate

Words (Main page)
Text (Babelfish)
Theme dictionaries

Language portals

Dutch
English
French
German
Spanish

Entertainment

Crossword dictionary
Rhyming dictionary

Synonyms

Dutch
English
French
German
Spanish

Verbs

Conjugate verbs

Varia

Counting in other languages

Spelling

Telephone alphabet
Spelling checker

This website

Contact
Privacy & copyright

Translating Free (English - Dutch)

available
beschikbaar, vacant, disponibel, verkrijgbaar, leverbaar, te koop, in de handel, in de handel verkrijgbaar, bestaande, beschikbare
at someone's disposal
beschikbaar, vacant, disponibel, vrij, in vrijheid, vanzelf, moeiteloos, zonder moeite, in een handomdraai, gulweg, ongestoord, vrijuit, ongehinderd, ongemoeid, onverstoord
uninhibited
beschikbaar, vacant, disponibel, vrijpostig, stoutmoedig, vrijmoedig, onbeschroomd, onbedeesd, niet beschroomd, ongeremd, niet terughoudend
vacant
beschikbaar, vacant, disponibel, leeg, wezenloos, uitdrukkingsloos, onbebouwd, onbewoond
easy
licht, makkelijk, eenvoudig, gemakkelijk, simpel, niet moeilijk, ongecompliceerd, vanzelf, moeiteloos, zonder moeite, in een handomdraai, langzaamaan, gerust, zorgeloos, onbezorgd, onbekommerd, onbesuisd, luchthartig
effortless
licht, makkelijk, eenvoudig, gemakkelijk, simpel, niet moeilijk, vanzelf, moeiteloos, zonder moeite, in een handomdraai
for free
gratis, kosteloos, voor niets, pro deo, zonder kosten
at liberty
beschikbaar, vacant, disponibel, vrij, in vrijheid
clear
over, uit, afgelopen, klaar, voorbij, gereed, voltooid, geëindigd, afgedaan, duidelijk, overduidelijk, flagrant, zo klaar als een klontje, zonneklaar, herkenbaar, onmiskenbaar, helder, begrijpelijk, aanschouwelijk, direct, regelrecht, recht door zee, inzichtelijk, bevattelijk, verhelderend, verstaanbaar, blij, vrolijk, wakker, levendig, monter, zonnig, lustig, opgewekt, opgeruimd, kleurig, opgetogen, uitgelaten, geestig, fleurig, blijmoedig, dartel, jolig, kwiek, fideel, welgemoed, blijgeestig, vrij, loos, zonder taak, onbewolkt, opruimen (verb), afdekken (verb), afruimen (verb), schoonmaken (verb), reinigen (verb), uitmesten (verb), uitruimen (verb), zuiveren (verb), schoonpoetsen (verb), uithalen (verb), leegmaken (verb), ledigen (verb), leeghalen (verb), bevrijden (verb), vrijmaken (verb), banen (verb), verlossen (verb), emanciperen (verb), vrijvechten (verb), legen (verb), blank, bleek, kleurloos, ongekleurd, transparant, doorzichtig, doorschijnend, klare, inklaren (verb), vrijspreken (verb), vrijpleiten (verb), dechargeren (verb), onschuldig verklaren (verb), uitverkopen (verb), duidelijk klinkend, helderklinkend, vrijspraak bepleiten (verb)
unconstrained
beschikbaar, vacant, disponibel, ongeldig, nietig
free
beschikbaar, vacant, disponibel, vrij, in vrijheid, gratis, kosteloos, voor niets, pro deo, zonder kosten, verlossen (verb), van last bevrijden (verb), vrijmaken (verb), banen (verb), emanciperen (verb), vrijvechten (verb), vanzelf, moeiteloos, zonder moeite, in een handomdraai, vrije (de ~)
liberate
loslaten, bevrijden, losmaken, vrijlaten, in vrijheid stellen, van de boeien ontdoen, verlossen, van last bevrijden
disengage
bevrijden, vrijmaken, banen, verlossen, emanciperen, vrijvechten
release
verzenden, ontslaan, wegsturen, uitsturen, ontheffen, wegzenden, uitgeven, lanceren, op de markt brengen, scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, loslaten, bevrijden, vrijlaten, in vrijheid stellen, van de boeien ontdoen, verlossing (de ~ (f)), zaligheid (de ~ (f)), openen, vrijgeven, openstellen, toegankelijk maken, verlossen, ontzetten, bevrijden van belegeraars, bevrijding (de ~ (f)), redding (de ~ (f)), ontzetting (de ~ (f)), vrijmaking (de ~ (f)), ontsnappen, vrijkomen, loskomen, zich bevrijden, oplaten, laten opstijgen, laten gaan, amnestie verlenen, invrijheidstellen, uitlaat (de ~ (m)), uitlaatpijp (de ~), vlampijp (de ~), van last bevrijden, vrijlating (de ~ (f)), loslating (de ~ (f)), kwijtschelding (de ~ (f)), afhelpen, losraken, invrijheidstelling (de ~ (f))
set free
scheiden, detacheren, losmaken, loskrijgen, loswerken, loslaten, bevrijden, vrijlaten, in vrijheid stellen, van de boeien ontdoen, verlossen, ontzetten, bevrijden van belegeraars, laten gaan, niet vasthouden

Expressions


EN: Free Church
NL: kerk zonder staatsbemoeiing

EN: free concert
NL: volksconcert

EN: free domicile
NL: franco huis

EN: free grace
NL: (onverdiende) genade van God

EN: free pardon
NL: gratie

EN: free quarters
NL: vrije huisvesting

EN: free speech
NL: 't vrije woord

EN: free of charge
NL: franco

EN: be free of the house
NL: vrij mogen ingaan en uitgaan

EN: he is free of that company
NL: hij is lid van dat genootschap

EN: he was made free of the City
NL: het ereburgerschap van de City werd hem aangeboden

EN: he is free of French
NL: hij is op de hoogte met de Franse taal

EN: free on rail
NL: franco wagon

EN: he made free with
NL: hij veroorloofde z. (te grote) vrijheden met

EN: free your mind
NL: stort je hart uit

Examples

Economy and Trade

EN: free, freight,duty and insurance paid, free your works
NL: franco, vrij van kosten en risico
Economy and Trade

EN: free, free your works, freight,duty and insurance paid
NL: franco, vrij van kosten en risico
Economy and Trade

EN: free, broad
NL: ruim(e markt)
Electronics

EN: free, idle
NL: beschikbaar, vrij
Management

EN: free
NL: franco
EN: free your works
NL: vrij van kosten en risico
Mens, cultuur en religie

EN: free, freeing wind
NL: ruimen, ruimende wind
Language, communication and documentation

EN: free
NL: vrij
EN: idle
NL: beschikbaar
Industry and Engineering

EN: free
NL: de kastenklemmen losmaken

Translate again



 Also in the database

  1. freak (onvoorspelbaar)
  2. freaked (misvormig)
  3. freakish (onvoorspelbaar)
  4. freckle (de sproet)
  5. freckles (zomersproeten)
  6. free-radicals (vrije radikalen)
  7. free-wheel (vrijwiel)
  8. freed (bevrijd)
  9. freelance (freelance)
  10. freely (beschikbaar)
  11. frees (de kastenklemmen losmaken)
  12. freeware (shareware)
  13. freeway (de snelweg (m))
  14. freez (uitvriezen)
  15. freeze (invriezen)
  16. freeze-thaw (gedrag bij afwisselend bevriezen en...)
  17. freezer (de diepvrieskast)
  18. freezing (vriezend)
  19. freight (laden)

What is Mijnwoordenboek?

Pronounce: mine-worden-book, meaning `My dictionary`. Mijnwoordenboek is a free translation dictionary where you can translate words to and from English, German, Spanish, French and Dutch. In addition to the translations you can also conjugate verbs, check your spelling, find synonyms and find rhyme words.

Statistics

Our translation database currently contains about 19,000,000 words, 2,000,000 synonyms and about 200.000 verbs in 5 languages.

Translate

Naar

Spelling (EN)

Conjugate

Synonyms (EN)

Encyclo (EN)

© Mijnwoordenboek 2008
© Interglot Dictionary 2008