Translate

A word
A phrase

Synonyms

EN | DE | FR | ES | NL

Spelling

Check spelling
Phonetic alphabet



Synonyms (Dutch) (See also German - English - French - Spanish



Synonyms starting with `Z`

Page 1 of 22 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Next
Synonyms starting with A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WordSynonym
zaad
begin (zelfst. naamw.)
hom (zelfst. naamw.)
kiem (zelfst. naamw.)
kippenvoer (zelfst. naamw.)
sperma (Zelfst. Naamw.)
zaadbal
teelbal (zelfst. naamw.)
zaadcel
spermatozoïde (zelfst. naamw.)
spermatozoï (zelfst. naamw.)
zaadje
zaadkorr (overig.)
zaadkorr
zaadje (overig.)
zaadkorrel
pit (zelfst. naamw.)
zaadlozing
ejaculatie (zelfst. naamw.)
zaagbok
schraag (overig.)
zaagfabriek
zagerij (overig.)
houtzagerij (overig.)
zaagmeel
zaagsel (overig.)
zaagmolen
houtzaagmolen (overig.)
zaagsel
zaagmeel (overig.)
zaaien
inzaaien (werkwoord)
strooien (werkwoord)
teweegbrengen (werkwoord)
bezaaien (werkwoord)
veroorzaken (Werkwoord)
de kiem leggen van (Werkwoord)
zaaigoed
zaad (zelfst. naamw.)
zaak
aangelegenheid (zelfst. naamw.)
bedrijf (zelfst. naamw.)
ding (zelfst. naamw.)
firma (zelfst. naamw.)
geding (zelfst. naamw.)
handelsonderneming (zelfst. naamw.)
kwestie (zelfst. naamw.)
omstandigheid (zelfst. naamw.)
transactie (zelfst. naamw.)
voorwerp (zelfst. naamw.)
winkelbedrijf (zelfst. naamw.)
winkelzaak (zelfst. naamw.)
winkel (zelfst. naamw.)
boetiek (zelfst. naamw.)
geval (zelfst. naamw.)
affaire (zelfst. naamw.)
object (zelfst. naamw.)
item (zelfst. naamw.)
goed (zelfst. naamw.)
artikel (zelfst. naamw.)
nering (zelfst. naamw.)
handel (zelfst. naamw.)
deal (zelfst. naamw.)
wink (zelfst. naamw.)
doce (zelfst. naamw.)
onderneming (Zelfst. Naamw.)
zaakafwikkeling
afwikkelen (zelfst. naamw.)
zaakgelastigde
gedelegeerde (zelfst. naamw.)
vertegenwoordiger (zelfst. naamw.)
representant (zelfst. naamw.)
gedeputeerde (zelfst. naamw.)
gecommitteerde (zelfst. naamw.)
afgevaardigde (zelfst. naamw.)
zaakje
bedoening (zelfst. naamw.)
handel (zelfst. naamw.)
incident (zelfst. naamw.)
zaakjes
zaken (overig.)
waar (overig.)
spullen (overig.)
goedje (overig.)
dingen (overig.)
zaal
concertzaal (zelfst. naamw.)
publiek (zelfst. naamw.)
ruimte (overig.)
zaalchef
surveillant (zelfst. naamw.)
zaaljuffrouw
ouvreu (overig.)
zaalwachter
suppoost (zelfst. naamw.)
zaalwachters
toezichthouders (overig.)
suppoosten (overig.)
zabbelen
sabbelen (werkwoord)
zabberen
sabberen (werkwoord)
zacht
donzig (bijv. naamw.)
mals (bijv. naamw.)
mild (bijv. naamw.)
zachtaardig (bijv. naamw.)
gedempt (bijv. naamw.)
geleidelijk (bijv. naamw.)
goedaardig (bijv. naamw.)
kalm (bijv. naamw.)
laag (bijv. naamw.)
zoet (bijv. naamw.)
lieflijk (bijv. naamw.)
welwillend (bijv. naamw.)
mak (bijv. naamw.)
goedhartig (bijv. naamw.)
clement (bijv. naamw.)
zachtzinnig (bijv. naamw.)
zachtmoedig (bijv. naamw.)
liefelijk (bijv. naamw.)
heerlijk (bijv. naamw.)
bevallig (bijv. naamw.)
aangenaam (bijv. naamw.)
zachtaardig
goedaardig (bijv. naamw.)
mak (bijv. naamw.)
mild (bijv. naamw.)
welwillend (bijv. naamw.)
zacht (bijv. naamw.)
goedhartig (bijv. naamw.)
zachtzinnig (bijv. naamw.)
zachtmoedig (bijv. naamw.)
goeiig (bijv. naamw.)
goedmoedig (bijv. naamw.)
goedig (bijv. naamw.)
vriendelijk (bijv. naamw.)
voorkomend (bijv. naamw.)
plezierig (bijv. naamw.)
hulpvaardig (bijv. naamw.)
behulpzaam (bijv. naamw.)
attent (bijv. naamw.)
aardig (bijv. naamw.)
aangenaam (bijv. naamw.)
clement (bijv. naamw.)
zachtheid
clementie (zelfst. naamw.)
slapte (zelfst. naamw.)
zoetheid (zelfst. naamw.)
tederheid (zelfst. naamw.)
liefkozing (zelfst. naamw.)
innigheid (zelfst. naamw.)
hartelijkheid (zelfst. naamw.)
gevoeligheid (zelfst. naamw.)
weekheid (zelfst. naamw.)
zwakte (zelfst. naamw.)
zwakheid (zelfst. naamw.)
sulligheid (zelfst. naamw.)
slapheid (zelfst. naamw.)
laksheid (zelfst. naamw.)
krachteloosheid (zelfst. naamw.)
zachtjes
geluidloos (bijv. naamw.)
bedaard (bijv. naamw.)
stil (bijv. naamw.)
ongezien (bijv. naamw.)
ongemerkt (bijv. naamw.)
geruisloos (bijv. naamw.)
stilletjes (Bijwoord)
zachtjesaan
geleidelijk (overig.)
zachtmaken
verweken (overig.)
ontharden (overig.)
weken (overig.)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Next


Synonyms

ability made-up tangle

Conjugate

avoir être willen send sein

Crossword dictionary

master criminal river in Germany

Encyclo.co.uk

Encyclo.co.uk
© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | In Dutch