Translate

A word
A phrase

Synonyms

EN | DE | FR | ES | NL

Spelling

Check spelling
Phonetic alphabet



Synonyms (Dutch) (See also German - English - French - Spanish



Synonyms starting with `R`

Page 11 of 30 Previous 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Next
Synonyms starting with A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WordSynonym
regenbui
regen (zelfst. naamw.)
regenen
miezeren (werkwoord)
piesen (werkwoord)
pissen (werkwoord)
regeneratie
herstel (zelfst. naamw.)
herstelgroei (zelfst. naamw.)
regenfront
front (zelfst. naamw.)
regenjas
regenmant (overig.)
regenmant
regenjas (overig.)
regenpijp
afvoerbuis (zelfst. naamw.)
spui (zelfst. naamw.)
riool (zelfst. naamw.)
afwateringsbuis (zelfst. naamw.)
regenseizoen
regentijd (zelfst. naamw.)
regent
landvoogd (zelfst. naamw.)
stadhou (zelfst. naamw.)
rijksbestuurder (zelfst. naamw.)
gouverneur (zelfst. naamw.)
regentijd
regenseizoen (zelfst. naamw.)
regenton
regenbak (overig.)
regenworm
aardworm (zelfst. naamw.)
pier (zelfst. naamw.)
worm (zelfst. naamw.)
wurm (zelfst. naamw.)
regeren
gezaghebben (werkwoord)
besturen (zelfst. naamw.)
overheersen (zelfst. naamw.)
heersen (zelfst. naamw.)
regerend
heersend (bijv. naamw.)
regering
bewind (zelfst. naamw.)
gezag (zelfst. naamw.)
kabinet (zelfst. naamw.)
gouvernement (zelfst. naamw.)
overheid (overig.)
regeringsapparaat
bestuursapparaat (overig.)
regeringsbeleid
staatsbeleid (overig.)
politiek (overig.)
regeringsperiode
regering (zelfst. naamw.)
regeringsstelsel
staatsbestel (overig.)
regime (overig.)
bewind (overig.)
regeringsvorm
staatsbestel (zelfst. naamw.)
bestuursvorm (zelfst. naamw.)
regie
spelleiding (zelfst. naamw.)
regieaanwijzing
cue (overig.)
regime
bewind (zelfst. naamw.)
dieet (zelfst. naamw.)
leefregel (zelfst. naamw.)
regeringsstelsel (zelfst. naamw.)
staatsbestel (zelfst. naamw.)
systeem (zelfst. naamw.)
lijnen (zelfst. naamw.)
regiment
detachement (zelfst. naamw.)
legereenheid (zelfst. naamw.)
regio
streek (Zelfst. Naamw.)
gebied (zelfst. naamw.)
landstreek (zelfst. naamw.)
plaats (zelfst. naamw.)
oord (zelfst. naamw.)
gouw (zelfst. naamw.)
gewest (zelfst. naamw.)
regionaal
gewestelijk (Bijvoeglijk naamwoord)
streeksgewijs (overig.)
regisseur
opnamelei (overig.)
verwezenlijkend (overig.)
uitvoerder (overig.)
register
inhoudsopgave (Zelfst. Naamw.)
bevolkingsregister (zelfst. naamw.)
gastenboek (zelfst. naamw.)
index (zelfst. naamw.)
kaartsysteem (zelfst. naamw.)
ledenlijst (zelfst. naamw.)
cedel (zelfst. naamw.)
inhoud (zelfst. naamw.)
lijst (zelfst. naamw.)
registeraccountant
accountant (zelfst. naamw.)
verificateur (zelfst. naamw.)
registeren
indexeren (werkwoord)
registratie
inschrijving (zelfst. naamw.)
opname (zelfst. naamw.)
registratierecht
aanmeldingskosten (zelfst. naamw.)
inschrijvingskosten (zelfst. naamw.)
inschrijfgeld (zelfst. naamw.)
registreren
constateren (werkwoord)
inboeken (werkwoord)
opnemen (werkwoord)
opschrijven (werkwoord)
optekenen (werkwoord)
werven (werkwoord)
vastleggen (werkwoord)
boeken (werkwoord)
aanwerven (werkwoord)
aantekenen (werkwoord)
aanbrengen (werkwoord)
noteren (werkwoord)
reglement
bepalingen (zelfst. naamw.)
dienstvoorschrift (zelfst. naamw.)
voorschrift (zelfst. naamw.)
wet (zelfst. naamw.)
regeling (zelfst. naamw.)
reg (zelfst. naamw.)
orde (zelfst. naamw.)
regres
beroep (overig.)
appel (overig.)
regressie
teruggang (zelfst. naamw.)
regularisatie
regelgeving (overig.)
regulariseren
legaliseren (werkwoord)
regulateur
regulator (overig.)
regelknop (overig.)
regelaar (overig.)
afstemknop (overig.)
regulatief
normatief (bijv. naamw.)
ordenend (bijv. naamw.)
regulator
regulateur (overig.)
regelknop (overig.)
regelaar (overig.)
afstemknop (overig.)
reguleren
in de wet vastleggen (werkwoord)
regulerend
regulatief (overig.)
regulier
geregeld (bijv. naamw.)
regelmatig (bijv. naamw.)
kloosterling (zelfst. naamw.)
regurgitatie
terugstroming (zelfst. naamw.)
rehabilitatie
eerherstel (zelfst. naamw.)
rechtsherstel (zelfst. naamw.)
renovatie (zelfst. naamw.)
rei
reidans (zelfst. naamw.)
reeks (zelfst. naamw.)
rondedans (zelfst. naamw.)
reidans
rei (zelfst. naamw.)
reeks (zelfst. naamw.)
rondedans (zelfst. naamw.)
reiken
aangeven (werkwoord)
aanreiken (werkwoord)
lopen (werkwoord)
geven (werkwoord)
reikhalzen
begeren (werkwoord)
zuchten (werkwoord)
verlangen (werkwoord)
smachten (werkwoord)
hunkeren (werkwoord)
reikhalzend
verlangend (overig.)
smachtend (overig.)
hunkerend (overig.)
reikwijdte
bereik (zelfst. naamw.)
draagwijdte (zelfst. naamw.)
range (zelfst. naamw.)
verspreidingsgebied (zelfst. naamw.)

Previous 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Next


Synonyms

ability made-up tangle

Conjugate

avoir être willen send sein

Crossword dictionary

master criminal river in Germany

Encyclo.co.uk

Encyclo.co.uk
© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | In Dutch