| Word | Synonym |
| gecommitteerde | gevolmachtigde (zelfst. naamw.) gemachtigde (zelfst. naamw.) |
| gecompleteerd | afgerond (bijv. naamw.) |
| gecompliceerd | complex (Bijvoeglijk naamwoord) ingewikkeld (bijv. naamw.) |
| gecompliceerdheid | ingewikkeldheid (zelfst. naamw.) |
| geconcentreerd | aandachtig (Bijvoeglijk naamwoord) dicht (bijv. naamw.) ingespannen (bijv. naamw.) sterk (bijv. naamw.) intens (bijv. naamw.) nauwlettend (bijv. naamw.) verdiept (bijv. naamw.) |
| geconcentreerdheid | concentratie (zelfst. naamw.) |
| geconcentreerworden | stollen (overig.) |
| geconstateerd | constateren (werkwoord) |
| geconverteerd | omgezet (overig.) |
| gecovered | gedekt (bijv. naamw.) gezekerd (bijv. naamw.) |
| gecreëerd | gemaakt (bijv. naamw.) geschapen (bijv. naamw.) |
| gecultiveerd | ontwikkeld (overig.) geciviliseerd (overig.) beschaafd (overig.) |
| gedaagde | beklaagde (zelfst. naamw.) verdachte (zelfst. naamw.) beschuldigde (zelfst. naamw.) aangeklaagde (zelfst. naamw.) |
| gedaan | af (bijv. naamw.) afgelopen (bijv. naamw.) doorgekookt (bijv. naamw.) volbracht (bijv. naamw.) voltooid (bijv. naamw.) klaar (bijv. naamw.) gereed (bijv. naamw.) beëindigd (bijv. naamw.) gaar (bijv. naamw.) voorbij (bijv. naamw.) uit (bijv. naamw.) over (bijv. naamw.) gepleegd (bijv. naamw.) geëindigd (bijv. naamw.) |
| gedaante | figuur (Zelfst. Naamw.) gestalte (Zelfst. Naamw.) postuur (zelfst. naamw.) schim (zelfst. naamw.) uiterlijk (zelfst. naamw.) verschijning (zelfst. naamw.) vorm (zelfst. naamw.) voorwendsel (zelfst. naamw.) schijn (zelfst. naamw.) voorkomen (zelfst. naamw.) vertoon (zelfst. naamw.) buitenkant (zelfst. naamw.) aangezicht (zelfst. naamw.) type (zelfst. naamw.) aanzien (zelfst. naamw.) gelaat (zelfst. naamw.) |
| gedaanteverandering | transformatie (zelfst. naamw.) vormverandering (zelfst. naamw.) metamorfo (zelfst. naamw.) gedaanteverwisseling (zelfst. naamw.) |
| gedaanteverwisseling | vormverandering (zelfst. naamw.) ongeluk (zelfst. naamw.) transformatie (zelfst. naamw.) metamorfo (zelfst. naamw.) gedaanteverandering (zelfst. naamw.) |
| gedachte | idee (Zelfst. Naamw.) denkbeeld (Zelfst. Naamw.) inzicht (zelfst. naamw.) plan (zelfst. naamw.) mentavoorstelling (zelfst. naamw.) |
| gedachtegang | denkwijze (zelfst. naamw.) gedachtengang (zelfst. naamw.) redenering (zelfst. naamw.) beredenering (zelfst. naamw.) gedachteloop (zelfst. naamw.) |
| gedachtegoed | ideeënwereld (Zelfst. Naamw.) gedachtengoed (zelfst. naamw.) |
| gedachtelezen | gedachtenlezen (werkwoord) |
| gedachteloop | gedachtegang (overig.) |
| gedachteloos | afwezig (bijv. naamw.) argeloos (bijv. naamw.) lichtvaardig (bijv. naamw.) achteloos (bijv. naamw.) werktuiglijk (bijv. naamw.) onwillekeurig (bijv. naamw.) absent (bijv. naamw.) |
| gedachten | herdenken (werkwoord) |
| gedachtengang | gedachtegang (zelfst. naamw.) redenering (zelfst. naamw.) |
| gedachtengoed | gedachtegoed (zelfst. naamw.) |
| gedachtenis | aandenken (zelfst. naamw.) nagedachtenis (zelfst. naamw.) souvenir (zelfst. naamw.) herinnering (zelfst. naamw.) memorie (zelfst. naamw.) |
| gedachtenlezen | gedachtelezen (werkwoord) |
| gedachtenoefening | denkoefening (zelfst. naamw.) |
| gedachtensprong | gedachtesprong (zelfst. naamw.) |
| gedachtenverandering | gedachtewisseling (zelfst. naamw.) |
| gedachtenwolkje | ballon (zelfst. naamw.) |
| gedachtesprong | gedachtensprong (zelfst. naamw.) |
| gedachtewereld | denkwereld (zelfst. naamw.) |
| gedachtewisseling | debat (zelfst. naamw.) gesprek (zelfst. naamw.) overleg (zelfst. naamw.) gedachtenverandering (zelfst. naamw.) |
| gedateerd | verouderd (Bijvoeglijk naamwoord) oud (overig.) |
| gedecideerd | beslist (bijv. naamw.) besluitvaardig (bijv. naamw.) vastberaden (bijv. naamw.) kordaat (bijv. naamw.) resoluut (bijv. naamw.) |
| gedecideerdheid | vastbeslotenheid (zelfst. naamw.) |
| gedeclareerde | aangegeven (bijv. naamw.) vermelde (bijv. naamw.) |
| gedecoreerd | versierd (overig.) |
| gedeeld | meegevoeld (bijv. naamw.) verdeeld (bijv. naamw.) |
| gedeelte | stuk (Zelfst. Naamw.) deel (zelfst. naamw.) fractie (zelfst. naamw.) part (zelfst. naamw.) portie (overig.) facet (overig.) |
| gedeeltelijk | deels (bijv. naamw.) partieel (bijv. naamw.) fragmentarisch (bijv. naamw.) |
| gedegen | degelijk (Bijvoeglijk naamwoord) grondig (Bijvoeglijk naamwoord) doortimmerd (bijv. naamw.) deugdelijk (bijv. naamw.) |
| Gedegen | Doortimmert grondig solide |
| gedegenereerd | ontaard (bijv. naamw.) slecht (bijv. naamw.) bedorven (bijv. naamw.) |
| gedegenereerde | ontaarde (overig.) |
| gedegenereerden | ontaarden (overig.) |
| gedegenheid | goekwaliteit (zelfst. naamw.) deugdelijkheid (zelfst. naamw.) degelijkheid (zelfst. naamw.) grondigheid (zelfst. naamw.) |