Translate

A word
A phrase

Synonyms

EN | DE | FR | ES | NL

Spelling

Check spelling
Phonetic alphabet



Synonyms (Dutch) (See also German - English - French - Spanish



Synonyms starting with `G`

Page 8 of 60 Previous 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Next
Synonyms starting with A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

WordSynonym
gecommitteerde
gevolmachtigde (zelfst. naamw.)
gemachtigde (zelfst. naamw.)
gecompleteerd
afgerond (bijv. naamw.)
gecompliceerd
complex (Bijvoeglijk naamwoord)
ingewikkeld (bijv. naamw.)
gecompliceerdheid
ingewikkeldheid (zelfst. naamw.)
geconcentreerd
aandachtig (Bijvoeglijk naamwoord)
dicht (bijv. naamw.)
ingespannen (bijv. naamw.)
sterk (bijv. naamw.)
intens (bijv. naamw.)
nauwlettend (bijv. naamw.)
verdiept (bijv. naamw.)
geconcentreerdheid
concentratie (zelfst. naamw.)
geconcentreerworden
stollen (overig.)
geconstateerd
constateren (werkwoord)
geconverteerd
omgezet (overig.)
gecovered
gedekt (bijv. naamw.)
gezekerd (bijv. naamw.)
gecreëerd
gemaakt (bijv. naamw.)
geschapen (bijv. naamw.)
gecultiveerd
ontwikkeld (overig.)
geciviliseerd (overig.)
beschaafd (overig.)
gedaagde
beklaagde (zelfst. naamw.)
verdachte (zelfst. naamw.)
beschuldigde (zelfst. naamw.)
aangeklaagde (zelfst. naamw.)
gedaan
af (bijv. naamw.)
afgelopen (bijv. naamw.)
doorgekookt (bijv. naamw.)
volbracht (bijv. naamw.)
voltooid (bijv. naamw.)
klaar (bijv. naamw.)
gereed (bijv. naamw.)
beëindigd (bijv. naamw.)
gaar (bijv. naamw.)
voorbij (bijv. naamw.)
uit (bijv. naamw.)
over (bijv. naamw.)
gepleegd (bijv. naamw.)
geëindigd (bijv. naamw.)
gedaante
figuur (Zelfst. Naamw.)
gestalte (Zelfst. Naamw.)
postuur (zelfst. naamw.)
schim (zelfst. naamw.)
uiterlijk (zelfst. naamw.)
verschijning (zelfst. naamw.)
vorm (zelfst. naamw.)
voorwendsel (zelfst. naamw.)
schijn (zelfst. naamw.)
voorkomen (zelfst. naamw.)
vertoon (zelfst. naamw.)
buitenkant (zelfst. naamw.)
aangezicht (zelfst. naamw.)
type (zelfst. naamw.)
aanzien (zelfst. naamw.)
gelaat (zelfst. naamw.)
gedaanteverandering
transformatie (zelfst. naamw.)
vormverandering (zelfst. naamw.)
metamorfo (zelfst. naamw.)
gedaanteverwisseling (zelfst. naamw.)
gedaanteverwisseling
vormverandering (zelfst. naamw.)
ongeluk (zelfst. naamw.)
transformatie (zelfst. naamw.)
metamorfo (zelfst. naamw.)
gedaanteverandering (zelfst. naamw.)
gedachte
idee (Zelfst. Naamw.)
denkbeeld (Zelfst. Naamw.)
inzicht (zelfst. naamw.)
plan (zelfst. naamw.)
mentavoorstelling (zelfst. naamw.)
gedachtegang
denkwijze (zelfst. naamw.)
gedachtengang (zelfst. naamw.)
redenering (zelfst. naamw.)
beredenering (zelfst. naamw.)
gedachteloop (zelfst. naamw.)
gedachtegoed
ideeënwereld (Zelfst. Naamw.)
gedachtengoed (zelfst. naamw.)
gedachtelezen
gedachtenlezen (werkwoord)
gedachteloop
gedachtegang (overig.)
gedachteloos
afwezig (bijv. naamw.)
argeloos (bijv. naamw.)
lichtvaardig (bijv. naamw.)
achteloos (bijv. naamw.)
werktuiglijk (bijv. naamw.)
onwillekeurig (bijv. naamw.)
absent (bijv. naamw.)
gedachten
herdenken (werkwoord)
gedachtengang
gedachtegang (zelfst. naamw.)
redenering (zelfst. naamw.)
gedachtengoed
gedachtegoed (zelfst. naamw.)
gedachtenis
aandenken (zelfst. naamw.)
nagedachtenis (zelfst. naamw.)
souvenir (zelfst. naamw.)
herinnering (zelfst. naamw.)
memorie (zelfst. naamw.)
gedachtenlezen
gedachtelezen (werkwoord)
gedachtenoefening
denkoefening (zelfst. naamw.)
gedachtensprong
gedachtesprong (zelfst. naamw.)
gedachtenverandering
gedachtewisseling (zelfst. naamw.)
gedachtenwolkje
ballon (zelfst. naamw.)
gedachtesprong
gedachtensprong (zelfst. naamw.)
gedachtewereld
denkwereld (zelfst. naamw.)
gedachtewisseling
debat (zelfst. naamw.)
gesprek (zelfst. naamw.)
overleg (zelfst. naamw.)
gedachtenverandering (zelfst. naamw.)
gedateerd
verouderd (Bijvoeglijk naamwoord)
oud (overig.)
gedecideerd
beslist (bijv. naamw.)
besluitvaardig (bijv. naamw.)
vastberaden (bijv. naamw.)
kordaat (bijv. naamw.)
resoluut (bijv. naamw.)
gedecideerdheid
vastbeslotenheid (zelfst. naamw.)
gedeclareerde
aangegeven (bijv. naamw.)
vermelde (bijv. naamw.)
gedecoreerd
versierd (overig.)
gedeeld
meegevoeld (bijv. naamw.)
verdeeld (bijv. naamw.)
gedeelte
stuk (Zelfst. Naamw.)
deel (zelfst. naamw.)
fractie (zelfst. naamw.)
part (zelfst. naamw.)
portie (overig.)
facet (overig.)
gedeeltelijk
deels (bijv. naamw.)
partieel (bijv. naamw.)
fragmentarisch (bijv. naamw.)
gedegen
degelijk (Bijvoeglijk naamwoord)
grondig (Bijvoeglijk naamwoord)
doortimmerd (bijv. naamw.)
deugdelijk (bijv. naamw.)
Gedegen
Doortimmert
grondig
solide
gedegenereerd
ontaard (bijv. naamw.)
slecht (bijv. naamw.)
bedorven (bijv. naamw.)
gedegenereerde
ontaarde (overig.)
gedegenereerden
ontaarden (overig.)
gedegenheid
goekwaliteit (zelfst. naamw.)
deugdelijkheid (zelfst. naamw.)
degelijkheid (zelfst. naamw.)
grondigheid (zelfst. naamw.)

Previous 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Next


Synonyms

ability made-up tangle

Conjugate

avoir être willen send sein

Crossword dictionary

master criminal river in Germany

Encyclo.co.uk

Encyclo.co.uk
© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | In Dutch